Drama

Schultze Gets the Blues

Een held met een onderkin

Schultze is een man van weinig woorden. Dialogen kent de aan hem gewijde film nauwelijks. Van een respectvolle afstand, met evenveel aandacht voor het landschap als zijn bewoners, volgt regisseur Michael Schorr het wel en wee van zijn eenvoudige, bepaald niet aantrekkelijke hoofdpersoon. De mensen lijken klein onder de grauwe hemel van voormalig Oost-Duitsland.

Schultze is een jaar of vijftig. Zijn werk in de buiten het dorp gelegen kalimijn komt abrupt ten einde. Samen met twee vrienden wordt Schultze met vervroegd pensioen gestuurd. De mannen proberen hun tijd te vullen met vissen, bier drinken en schaken.

Daarnaast speelt Schultze de polka op zijn accordeon, tot groot genoegen van de bejaarden in het buurthuis. Op een avond hoort hij op de radio een deuntje dat hem fascineert. Het kost hem moeite de Duitse tweekwartsmaat van zich af te schudden, maar na wat oefenen komt er een vrolijk zydeco-nummer uit Schultzes vingers.

Niet veel later staat de dikke vrijgezel jambalaya te koken voor zijn vrienden. Schultzes liefde voor de Cajuncultuur stuit aanvankelijk op veel onbegrip - wat is er mis met de polka? Maar uiteindelijk hebben zijn dorpsgenoten het goed met hem voor: ze sturen hem naar een muziekfestival in Texas.

Schorr is van oorsprong documentairemaker, en dat is terug te zien in zijn speelfilmdebuut. Aan Schultze Gets the Blues werkten veel amateur-acteurs mee. Realisme legde Schorr ook in het scenario: de belevenissen van de hoofdpersoon kennen weinig dramatische ontwikkeling en lijken aanvankelijk nergens toe te leiden.

Langzaam laat de zwijgzame Schultze zich kennen. Na een leven vol regelmaat komt zijn liefde voor zydeco als een donderslag bij heldere hemel. Schultze Gets the Blues is een fraai, droogkomisch portret van een man die geknipt leek voor een grijs bestaan, maar op het laatste nippertje zichzelf weet te verrassen.

Met een vrijwel statische camera, oog voor detail en veel talent voor compositie toont Schorr de tragiek en de humor in een serie doodgewone situaties.

Een knap debuut, al is de film aan de lange kant en laat de regisseur zich te veel in de kaart kijken: hij ondermijnt zijn streven naar authenticiteit met een overschot aan excentrieke personages en slecht werkende visuele grappen. Schultze, met zijn onderkin, grote bril en glimmend rode wangen, heeft die poeha niet nodig.


Meer over