Schrijver op de toppen van zijn kunnen roept gruwelijke periode in moderne geschiedenis op

Hans Bouman
null Beeld Richard Crampton
Beeld Richard Crampton

Tussen juni 1942 en oktober 1943 liet het Japanse leger een 415 kilometer lange spoorlijn aanleggen door Siam (Thailand) en Birma; de Birma-spoorweg, of Dodenspoorlijn, want ongeveer 16 duizend van de 60 duizend geallieerde krijgsgevangenen en 90 duizend van de 250 duizend Aziatische koelies lieten bij de aanleg het leven.

Onder de gevangenen bevond zich de vader van de Australische schrijver Richard Flanagan. In zijn nieuwe roman The Narrow Road to the Deep North, in vertaling verschenen als De smalle weg naar het verre noorden, heeft Flanagan zich laten inspireren door zijn vaders ervaringen.

Hoofdpersoon is de arts Dorrigo Evans. Tijdens zijn krijgsgevangenschap staat hij, in de rang van kolonel, aan het hoofd van ongeveer duizend merendeels Australische krijgsgevangenen die aan de spoorlijn moeten werken. Hij is een charismatische, integere en evenwichtige leidersfiguur, die zelfs door de Japanners wordt gerespecteerd en bij zijn mannen bekend staat als 'Big Fella' ('Grote Kerel').

Na de oorlog wordt er een documentaire gemaakt over zijn heroïsche rol bij de aanleg van de Dodenspoorlijn en wordt hij een nationale beroemdheid. Zijn medische carrière verloopt uiterst voorspoedig, al heeft dat meer te maken met zijn heldenstatus dan zijn soms twijfelachtige medische handelingen.

Verscheurdheid

Al vroeg in de roman blijkt Dorrigo een getourmenteerde figuur te zijn. De precieze aard en oorzaak van zijn geestelijke verscheurdheid komt uiteindelijk pas in de laatste bladzijden, volledig aan de oppervlakte.

Behalve met Evans maken we kennis met een groot aantal Australische krijgsgevangenen, bijna allen voorzien van bijnamen als Darky Gardiner, Rooster MacNiece, Chum Fahey, Sheephead Morton en Lizard Brancusi (de Nederlandse vertalingen als Zwartje Gardiner, Haan MacNiece, Maatje Fahey et cetera klinken onvermijdelijk knulliger). Flanagan laat de lezer afdalen in de ziel van deze personages en schetst trefzekere en dikwijls schrijnende portretten van mensen die op de rand van leven en dood een weg zoeken tussen kameraadschap en de eigen overleving.

Bovendien heeft Flanagan de moed gehad ons ook toegang te geven tot de zielen van de Japanse overheersers, waarbij met name de portretten van de sadistische kampcommandant Nakamura en de door de Japanners geminachte Koreaanse bewaker Choi Sang-min uitgesproken indrukwekkend zijn.

Beiden verklaren zich volkomen onschuldig aan welke vorm van oorlogsmisdaden ook en doen dat binnen hun ethische en culturele referentiekader op een manier die tegelijkertijd geloofwaardig en afschuwwekkend is.

De lange weg naar het verre noorden barst bijna uit zijn voegen van de meeslepende passages tijdens de oorlog, daarvoor en daarna. De pagina's gewijd aan Nakamura, die in het ontredderde Tokio van na de Japanse overgave aan rechtsvervolging probeert te ontsnappen, zijn even zovele literaire mokerslagen.

Het indrukwekkendste tafereel, bijna hallucinatoir, speelt zich af in het hart van de roman, als Evans onder onmogelijke omstandigheden een gangreneus been probeert af te zetten om zo een zekere dood te voorkomen. Tegelijkertijd is zijn aanwezigheid nodig om het leven van Darky Gardiner te redden, die door de kampbewaking ten onrechte van werkontduiking wordt beschuldigd. Maar ook Big Fella kan maar op een plaats tegelijk zijn.

De smalle weg naar het verre noorden, een titel die verwijst naar de Dodenspoorlijn, maar ook naar het beroemde, gelijknamige 17de-eeuwse reisverslag van de Japanse dichter Matsuo Basho, is zowel een borend onderzoek naar morele zelfrechtvaardiging en justitiële willekeur als een krachtige evocatie van een gruwelijke periode in de moderne geschiedenis. Het werk van een schrijver op de toppen van zijn kunnen, die aanstaande dinsdag best eens zou kunnen worden bekroond met de Man Booker Prize. Geheel terecht.

undefined

Meer over