Postuum

Schrijver of regisseur? Wonderkind Peter Bogdanovich (1939-2022) was in elk geval ‘een humorvolle vakman’

New Yorker Peter Bogdanovich kreeg een cultstatus als schrijver over films, maar koesterde een vurige ambitie om te regisseren. Hij verhuisde naar Hollywood om zijn droom na te jagen, slaagde, ging failliet en begon maar weer met schrijven en kluste wat bij als acteur. Onder andere in The Soprano’s en Kill Bill.

Rob Van Scheers
Peter Bogdanovich in 1972. Beeld Getty Images
Peter Bogdanovich in 1972.Beeld Getty Images

Het gebeurt niet zo heel vaak dat een filmjournalist een tweede leven als regisseur begint. Bekendste voorbeeld is wel François Truffaut: van Cahiers du Cinéma naar de nouvelle vague. Truffaut was het grote voorbeeld van Peter Bogdanovich, zoon van Servisch-Oostenrijkse joodse immigranten die in 1939 vluchtten voor het nazisme.

Als filmgek – hij claimde vierhonderd films per jaar te zien – mocht hij in zijn twintiger jaren retrospectieven organiseren voor het Museum of Modern Art, en schreef hij recensies voor Esquire. Die verschenen ook in boekvorm, waarin Bogdanovich zich opwierp als pleitbezorger van Amerikaanse grootheden die door de voortschrijdende tijd in de verdrukking waren geraakt – Orson Welles en westernman John Ford voorop.

Het gaf Bogdanovich een soort cultstatus, maar de ambitie om zelf regisseur te worden bleef branden. Op goed geluk vertrok hij in 1966 met zijn eerste vrouw Polly Platt naar Hollywood. Tijdens een persvoorstelling liep hij Roger Corman tegen het lijf, de meester van de B-film. Die zag wel wat in de filmaspiraties van Bogdanovich en bood hem twee projecten aan: de misdaadfilm Targets (1968; met Boris Karloff) en het sciencefiction vehikel Voyage to the Planet of Prehistoric Women (1968; met Mamie Van Doren).

Wonderkind

Het zijn niet de films waarom de donderdag overleden Bogdanovich herinnerd zal worden, al was het maar omdat hij die tweede titel uit veiligheidsoverwegingen onder het pseudoniem Derek Thomas draaide – hij wilde zijn reputatie niet op het spel zetten. De film waardoor Bogdanovich wel herinnerd zal worden is The Last Picture Show (1971), over opgroeien in een saai Texaans dorp. Met een cast vol aanstormend talent – onder wie Cybill Shepherd en Jeff Bridges – wist het scholierendrama acht Oscarnominaties te veroveren, waarvan er twee werden verzilverd.

Plotseling gold de 32-jarige Bogdanovich als een Wellesiaans wonderkind. Hij vond met zijn film aansluiting bij wat het Nieuwe Hollywood werd genoemd, dat van Martin Scorsese, William Friedkin en Francis Ford Coppola. In 1990 kwam hij met de sequel Texasville, maar die was aanzienlijk minder succesvol.

Van comedy hield Peter Bogdanovich trouwens ook enorm. Denk aan zijn: What’s Up, Doc? met Barbra Streisand en Ryan O’Neal. Deze hitfilm uit 1972 was een zogeheten romantische screwball comedy. De term screwball waaide over uit het honkbal: daar wordt-ie gebruikt als de werper een zwabberbal met onnavolgbaar tegeneffect loslaat. In plottermen hebben we het dan over persoonsverwisseling, het plotseling verlies van waardigheid, de rolverdeling tussen man en vrouw op zijn kop, dat soort zaken. Licht entertainment, visuele grappen, op zoek naar de gulle lach.

Nieuwste Hollywood

Aansluitend maakte hij in 1973 de in zwart-wit gedraaide road movie Paper Moon die speelt tijdens de Grote Depressie. Ook weer vol humor, over een oplichter die bijbels aan weduwen verkoopt en onderweg opgezadeld raakt met een 10-jarig meisje: Ryan O’Neal en zijn springerige dochter Tatum, de laatste won een Oscar voor ‘beste bijrol’.

Ondertussen veranderde het Nieuwe Hollywood in het Nieuwste Hollywood. Dat had alles te maken met films als Jaws (1975) en Star Wars (1977). Blockbusters, gericht op de jeugd, in Amerikaanse filmtermen ‘the juvenilization of the movies’. En juist Bogdanovich overleefde die nieuwe trend niet. Hij maakte nog wel films, zoals het biografische drama Mask (1985; met Cher), maar ondertussen raakte hij bankroet.

Dus ging hij met zijn encyclopedische kennis maar weer schrijven. Zijn belangrijkste boek was This Is Orson Welles (1992), de neerslag van de jarenlange conversaties tussen de twee bevriende regisseurs. Ook dook hij zelf af en toe op als acteur, bijvoorbeeld als psychiater Dr. Elliot Kupferberg in vijftien episodes van The Sopranos. En Quentin Tarantino, die altijd zo’n zwak heeft voor vergeten Hollywood helden, gaf hem een cameo in twee delen Kill Bill (2003 en 2004).

Peter Bogdanovic overleed op 82-jarige leeftijd aan de complicaties van Parkinson. Door collega’s in de vakbladen en op twitter – onder wie Tarantino, zijn ex-vriendin Cybill Shepherd, Martin Scorsese en Jeff Bridges – werd hij uitgeluid als een ‘warm mens’ en ‘een humorvolle vakman’ die van ‘grote invloed’ is geweest binnen de Amerikaanse filmwereld.

Ellen Burstyn and Cybill Shepherd in The Last Picture Show (1971). Beeld
Ellen Burstyn and Cybill Shepherd in The Last Picture Show (1971).
Meer over