Schrijven tegen de lelijkheid van het communisme

null Beeld
Beeld

Voor wie in vrijheid is opgegroeid en een leven in onvrijheid onvoorstelbaar is, is het boek Mijn vaderland, een appelpit aan te bevelen. Hierin vertelt de Duitse schrijfster Herta Müller, in 2009 onderscheiden met de Nobelprijs voor literatuur, over haar leven in het communistische Roemenië, waar ze werd geconfronteerd met 'alle ruwheid van het kapotte socialisme'.

Müller werd in 1953 geboren in het Banaat, de landstreek in Roemenië met een Duitse minderheid. Duits is haar moedertaal, Roemeens leerde ze later. Inbraken, huiszoekingen, verhoren, lastercampagnes; alles ondernam de Securitate om haar het leven onmogelijk te maken. Deze ervaringen heeft ze verwerkt in haar romans. Een uitzondering vormt de aangrijpende roman Ademschommel, over de deportatie in 1945 van 80.000 Duitse Roemenen naar de Sovjet-Unie.

Het autobiografische Mijn vaderland, een appelpit heeft de vorm van een gesprek. Müller beantwoordt openhartig, uitvoerig en precies vragen van redacteur Angelika Klammer. Ze vertelt over haar kinderjaren op het platteland, waar ze koeien hoedde, elke dag werd geslagen en een afkeer kreeg van het landschap. Haar enige vluchtoord was haar fantasie. Later, in de stad, werkte ze in een machinefabriek als vertaalster. Hier werd ze benaderd door de Securitate en begon de ellende. Na haar weigering informant te worden, wilde de fabriek haar kwijt.

Maar Müller liet zich niet wegsturen. Toen ze niet meer in een kantoor mocht werken, ging ze met haar woordenboeken op een betonnen trap zitten. Angst, eenzaamheid en onzekerheid werden haar lot. Ze begon te schrijven als 'houvast tegenover de ellende van het leven'. Maar ook als poging schoonheid te scheppen, waar het communisme slechts lelijkheid produceerde.

Non Fictie

Herta Müller
Mijn vaderland, een appelpit
Uit het Duits vertaald door Ria van Hengel,
De Geus
248 pagina's, 19,99€

Meer over