Schonkige dijen en bovenmenselijke penissen

Nederland heeft, ondanks de hooggeprezen tolerantie, geen uitgesproken traditie van erotische kunst. Hoewel je op veel 17de-eeuwse schilderijen seksuele toespelingen aantreft, toch blijft het ontuchtige grotendeels verborgen....

Het christendom, zei Friedrich Nietzsche, heeft Eros gif te drinken gegeven. ‘Hij is er wel niet aan gestorven, doch tot verachtelijke ondeugd ontaard.’ De prenten van de Belg Félicien Rops of de Oostenrijker Alfred Kubin laten alles zien wat God ons heeft verboden: scènes vol vlezige en schonkige dijen, vleeskwabben die pikdonkere holten omsluiten, stampers en speren.

In het Brusselse stadhuis op de Grote Markt wemelt het van kokette voyeurs en in de bekoring van het vlees versukkelde geesten. Op de expositie Obsessions hangen erotische prenten van Rops en Kubin, taferelen met wormstekige monsters en schaars geklede mondaine vrouwen.

Dé symbolen van het Wenen van het fin-de-siècle waren de stijve strijkstok en de weke Sachertorte. Wenen walste, maar onder de slagroom van die besuikerde stad klopte een ziek en gekweld hart. Niemand heeft die keerzijde grimmiger geportretteerd dan Kubin, de Oostenrijkse rapporteur van de wellustige avonturen van de geest.

De neuroticus en drinker Kubin (1877-1959) toonde in zijn prenten de ondergang van de Habsburgse Dubbelmonarchie. Erotiek en demonische visioenen die in het Wenen van de Belle Epoque onder de roomsoezen en de gebakjes waren geschoven, haalde hij eronder vandaan. Op de Brusselse tentoonstelling hangen de werken van Kubin tussen prenten van zijn leermeesters die hij verzamelde: Rops, Klinger, Redon, Goya, Munch en Ensor. In Namen dansen Kubin en Rops in een confrontatie van hun tekenwerk een pas de deux. Hun scabreuze taferelen vertonen grote verwantschappen, maar er zijn ook opmerkelijke verschillen. Rops presenteert zonder enige schroom de duivelse wellust, met vagina’s in al hun weergaloze variaties en met penissen van buitenmenselijke omvang. Kubins geraffineerde tekeningen roepen een macabere en morbide wereld op, hij is de aanzegger van de apocalyptische ondergang van de Dubbelmonarchie.

Kubin is een verontrustende, angstaanjagende tekenaar die zijn obsessies de vrije loop laat. In 1908 schreef hij zijn roman Die andere Seite, waarin Perle wordt opgeroepen, een land aan de andere kant van de Kaukasus. De Salzburger Claus Patera, aan wiens wellust en macht die bureaucratische droomstaat is ontsproten, geraakt op het eind van het boek in gevecht met de indringer Herkules Bell, die Perle overlevert aan reptielen en slangen. Het is Kubins beeldtaal.

Op den duur is ieder zodanig in elkaar verstrengeld dat er een reus uit voortkomt, wiens geslacht uitgroeit tot een in alle bedden van Perle huizende poliep.

Vooral Rops, met zijn duivelse duizelingen en verzoekingen, inspireerde de in zichzelf gekeerde en misantropische Kubin. Deze werd door een soort neurotisch tonicum gedreven, een getormenteerdheid die je ook aantreft bij de gekwelde Edvard Munch. Aan de hand van een keuze uit privé-collecties worden in het Brusselse Charlier Museum prenten van Rops en Munch bij elkaar gehangen. Rops jaagt met zwierig vernuft en snijdende humor de mensen op, Munch onthult zijn angsten en zijn pessimisme. Zowel Rops, Munch als Kubin schraapten tot op hun botten het vel van hun door en door perverse en wellustige personages af.

Paul Depondt

Meer over