Schnabbelende kunstfluiters

Nadat de Duitsers in mei 1945 waren afgedropen, werden al spoedig Nederlandse militairen naar Nederlands-Indië gestuurd om de onafhankelijkheidsdrift van Soekarno en de zijnen te beteugelen....

Het eerste NIWIN-contract werd afgesloten met het dansorkest The Red White and Blue Stars, dat vier maanden vermaak moest leveren. Het schip waarmee de muzikanten de overtocht maakten kwam in de Golf van Biskaje in een orkaan terecht: onder de opvarenden vielen een dode en 120 gewonden. Ook in Indië hadden de artiesten, onder wie de zanger Lou Bandy, komiek Max Tailleur, het vocale trio The Novelty Singers, goochelaars, acrobaten, jongleurs en telepaten het niet altijd makkelijk. Sommigen raakten in oorlogsacties verzeild of sneuvelden bij vliegtuigongelukken, anderen leden onder de primitieve onderkomens en de vochtige hitte. Een van de helderzienden verzuchtte dan ook: ‘Als ik dit allemaal van tevoren had geweten, was ik er niet aan begonnen.’ De klus in de Oost was financieel niet onaantrekkelijk, maar er viel thuis ook genoeg te verdienen. Tussen mei 1945 en 1965 bestond een lucratief schnabbelcircuit, dat door Henk van Gelder in De Schnabbeltour smakelijk en uitvoerig wordt beschreven.

Het amusementsbedrijf had tijdens de oorlog niet slecht gedraaid. Oproepen in de illegale kranten om het vermaak links te laten liggen, hadden nauwelijks effect, schrijft Van Gelder. Er moest brood op de plank komen en het publiek smachtte naar vertier. Na de bevrijding, toen de schade hersteld moest worden, werd licht vermaak nóg belangrijker. Voor alle groten (Lou Bandy, Snip & Snap) en kleinen uit die sector was er emplooi .

Eerst nog om de Canadese en Amerikaanse soldaten te vermaken, maar al snel maakten cafébazen, buurtorganisaties, sportverenigingen en bedrijven gebruik van het enorme reservoir aan artiesten. Impresariaten en producenten als Floris Meslier, Frans Muriloff en Wout van Liempt stuurden een stoet van artiesten het land door, voor soms wel drie optredens op een avond. Van Gelder heeft een hoop sappige anekdotes uit die verloren wereld verzameld, ook al is het soms wel wat onbenullig en veel van hetzelfde wat de artiesten meemaken. Begin jaren zestig komt de klad erin. De jeugd heeft geen trek in de zoete liedjes van Eddy Christiani en Max van Praag en geeft zich over aan de rock-‘nroll en The Beatles. De televisie neemt voortaan een belangrijk deel van de vermaakindustrie voor haar rekening; bedrijfsuitjes worden nog maar zelden gevuld door een buikspreker, een komiek en een kunstfluiter. De wederopbouw is voltooid, de schnabbelaars worden bedankt voor bewezen diensten.

Meer over