Scherven

Filosofie in scherven

Wilde je vroeger in kort bestek iets weten over wijsbegeerte, dan las je de deeltjes 409 en 410 uit de reeks Prisma Kennis Ontwikkeling: Geschiedenis van de filosofie door Hans Joachim Störig. Hij noemde zijn werk zelf 'Kleine Weltgeschichte der Philosophie', die evengoed 700 bladzijden telde. Nu pak je Filosofie in beeld van Margreet de Heer, een stripboek dat vlot van A ('Wat is denken eigenlijk?) naar B ('Er is geen einde') wandelt en tussendoor de belangrijkste Westerse filosofen behandelt, compleet met biografietje en analyse van het gedachtegoed.


Dat analyseren gebeurt op een manier die alleen in stripvorm kan, want Margreet voert zichzelf en haar man Yiri ten tonele zodat ze in dialoogvorm, kibbelend dan wel discussiërend, de proef op de som kan nemen.


Nadat Aristoteles is behandeld, die leerde dat de mens zichzelf moet kennen, besluit Margreet bijvoorbeeld dat zij maar eens naar zichzelf moet kijken: welke keuzes hebben mij tot mij gemaakt? Negen jaar lang studeert ze theologie om vervolgens tot de conclusie te komen dat ze striptekenaar gaat worden! 'Ik heb een hang naar het ongebaande...'


Filosofie in beeld scheert niet langs alle grote namen uit de Westerse filosofie, want na Spinoza vindt Margreet het tijd worden om te luisteren naar de wijsgerige voorkeuren van de mensen om haar heen. Echtgenoot Yiri komt met een originele keuze en beschrijft het leven van George Carlin (1937-2008), een Amerikaanse stand-up comedian die de zeven woorden formuleerde die je niet op tv mocht zeggen: shit piss fuck cunt cocksucker motherfucker tits. In Las Vegas werd hij als artiest ontslagen omdat hij het publiek beledigde en na een ontwenningskuur in een kliniek voor drugsverslaafden kwam hij terug met de Life is Worth Losing-tour. Daarmee verrijkt Yiri de filosofische canon.


Pal voor Dodenherdenking en Bevrijdingsdag verschijnt de grafische roman Scherven van Erik de Graaf, waarin wordt teruggeblikt op de Tweede Wereldoorlog. Het is zaterdag 4 mei 1946 en hoofdpersoon Victor staat op de begraafplaats bij de zerk van 'onze lieve jongen Christiaan C. Bender'. Deze Chris is op straat doodgeschoten door de Duitsers omdat hij een pistool op zak had, en dat was in het bijzijn van Victor. Op de begraafplaats loopt hij de Joodse Esther tegen het lijf en aan haar vertelt hij in door elkaar geschudde herinneringen ('Scherven') over zijn onvermogen om Chris te redden.


Net als in zijn eerdere boeken Verbleekte herinneringen en Gekleurd geheugen besteedt De Graaf veel aandacht aan de esthetiek van zijn beelden, waarvoor hij sfeervolle inkleuringen gebruikt en met een mooie rafelige toets werkt. Het ontbreekt echter aan levendige mimiek, waardoor de emoties die de hoofdpersonen ondergaan nauwelijks overkomen. Zelfs de onomatopeeën ('Tap' voor voetstappen, 'Vrrrr' voor vliegtuigen) hebben iets houterigs. Eigenlijk is de appendix van zijn boek het boeiendst. Hierin toont De Graaf documenten uit de eigen familiegeschiedenis ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. 'Mijn grootouders woonden in Smitshoek, een dorpje onder de rook van Rotterdam. Ze leerden elkaar kennen bij de plaatselijke zangvereniging Nut & Genoegen.'


Waarna we te zien krijgen hoe zijn zusje door soldaten werd uitgedost met helm en geweer, op zo'n gekarteld bruin fotootje. Dat ontroert wel.




Meer over