Schertsende oudoom

Wie van Jean Pierre Rawie alleen de ernstige gedichten kent, kan schrikken van alle vrolijkheid in zijn columns.

Beeld .

Tijdens zijn opleiding tot mennonitisch predikant was de vader van Jean Pierre Rawie enige tijd verliefd op een jaargenote die later de moeder van Seth Gaaikema zou worden. 'Het had dus maar een tikkeltje anders hoeven lopen', aldus de vermaarde dichter in zijn hoedanigheid van columnist van Dagblad van het Noorden, 'en ik was Seth Gaaikema geweest!'

De opluchting die door het uitroepteken wordt uitgedrukt, strekt verder dan de vaststelling dat Gaaikema, de vertaler en cabaretier tot wiens specialiteiten de flauwe woordgrap behoorde, binnenkort alweer een jaar overleden is. Er zijn overeenkomsten tussen de twee vormvaste domineeskinderen, maar Rawie wil graag opgemerkt hebben dat er ook aanmerkelijke verschillen bestaan.

Dat is juist, al kan de columnist op zekere jolige momenten met Gaaikema wedijveren. 'Jammer dat er voor de in Sotsji gehouden Paralympics minder aandacht was, terwijl de vaderlandse gebrekkige daar zijn beste beentje heeft voorgezet.'

Schertsende oudoom

Overal in huis heeft Rawie leesbrilletjes liggen, zo onthult hij: 'op het bureau, naast het bed, op de eettafel, op de wc (de wc-bril).' Vooral die toevoeging tussen haakjes, genoteerd uit kennelijke angst dat ons de grap mocht ontgaan, sterkt onbedoeld het vermoeden dat de columnist meer met Gaaikema gemeen heeft dan hij hoopt.

Nadat hij in 2013 de bundel Vroeger was alles beter, behalve de tandarts samenstelde, is er nu reeds een vervolg. Waar hij in zijn klassieke verzen elke zweem naar een grol uitbant en ernstig spreekt over de liefde, de tijd en de dood, is hij in zijn columns de schertsende oudoom die met merkbaar plezier anekdotes opdist en ze in woorden giet (dikwerf, naarstig, zulks) die opzettelijk niet van deze tijd zijn. Wie tot dusver alleen kennis heeft genomen van Rawies gedichten kan schrikken van zo veel vrolijkheid. In plaats van te lijden aan het bestaan blijkt de Groningse dichter een genietende causeur te zijn, bovendien ingenomen met zijn onmodieuze voorkeuren: 'In tegenstelling tot het staatshoofd schep ik in het geheel geen behagen in sport.'

Leermeesters

Behalve aan Gaaikema moet de lezer ook af en toe denken aan Godfried Bomans (de bibliothecaris van de Groningse Universiteitsbibliotheek 'toefde op zo'n olympisch niveau, dat niemand hem ooit had waargenomen') en aan Gerard Reve ('iedereen gaat op mijn leeftijd dood of met emeritaat; je weet niet wat erger is'); twee stilisten die wellicht als leermeesters van het ironische proza hebben gefungeerd. Zelfs Rawies tussenwerping 'Maar genoeg koketterie' draagt een komisch karakter, aangezien de rest van de betreffende column (en van het boek, want de opmerking staat al op pagina 65) zich hier niets van aan trekt. Lustig kan de bijna pensioengerechtigde poëet palaveren over ons eigenaardige land en literaire cultuur, met dichters die over het algemeen onbegrijpelijke teksten schrijven, met een sportlievende koning en een koningin die reeds als prinses vrijwel uitsluitend over 'de dekselse streken' van haar 'donderstenen' kwebbelde. Het zal komen, denkt Rawie hardop, doordat de Oranjes het vrijuit nergens over mogen hebben. 'Ik zou het verschrikkelijk vinden altijd maar prietpraat te moeten verkopen, en alleen daarom al is hun vorstelijke uitkering hun van harte gegund.'

Portretjes

Door zijn stijl kan Rawie een aantal van zijn beproefde café-anekdotes opwaarderen tot volwaardige columns. Daarnaast bevat zijn bundel fraaie herinneringen ('Kind zijn deed ik met tegenzin' is een fabuleuze openingszin) en portretjes van auteurs, uitgevers en vertalers die we niet vergeten mogen, onder wie Johan Polak, August Willemsen, Driek van Wissen en de grote Russische dichter van wie hij enkele prachtige verzen vertaalde: Aleksandr Blok.

'Onlangs las ik in een interview met mijzelf': al die geintjes kunnen het zicht ontnemen op zijn belezenheid en artistieke overtuiging, wat betreurenswaardig ware. Immers, dat we ons met Rawie kunnen vermaken, wil niet zeggen dat we niet ook van hem kunnen leren.

Meer over