Schepen zonder leven, werf zonder rommel

Momenten duurden altijd te lang, de deining kwam altijd te vroeg. Maar tóch wilde de reder een vereeuwiging van het onlangs gedoopte schip, en smachtte de gepensioneerde zeeman naar een aandenken op de schoorsteenmantel....

Van onze verslaggever

Eric van den Berg

AMSTERDAM

Uren duurde het soms voor William John Alexander Grant een foto kon maken van de bemanning van de 'Willem Barents'. Of het nu op de poolschoener zelf was, of in de sneeuw van het Hoge Noorden. Alleen wanneer het schip, waarmee de Engelsman rond 1880 vier keer naar Spitsbergen en Nova Zembla voer, voor anker lag, kon de belichtingstijd het winnen van wind en trillende handen.

Grant (1851-1935) maakte zijn foto's met apparatuur van achttien kilo. En hij zal de bezoekers van de expositie Photographs & Memories in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum in hoogst eigen persoon uit de doeken doen hoe slopend dat was; zeulen door de diepe sneeuw, net zo ver tot hij een goed uitzicht had op de boot, wachten net zo lang tot de mist optrok, en het bewegend ijs even niet bewoog. Vaak vergeefs.

'Om geschiedenis levend te maken' zullen de acteurs die 's zomers op het VOC-schip 'De Amsterdam' hun rol van weleer spelen in de huid kruipen van Grant. Ook de soms meer dan honderd jaar oude camera's dienen de maritieme fotografie in Nederland tastbaarder te maken, evenals enkele scheepsmodellen, een octant en de dagboekaantekeningen van Jan Carel Thierry de Bye, stuurman van het vrachtschip 'Mercurius'.

De oudste foto van de collectie van het Scheepvaartmuseum is van hem: een zelfportret uit 1845, uit de tijd dat fotograferen nog daguerreotyperen heette - de fotografie bestond toen officieel nog maar zes jaar. Niet genomen op de woelige baren, maar thuis bij een Franse fotograaf in Amsterdam, op de dag dat de Mercurius aanlegde om proviand aan boord te nemen.

'Ging terstond de rekening van Libert, van wien ik drie jachtgeweren had gehad, betalen, en van daar naar Eduard François om het daguerrotyperen te leeren; bleef aldaar tot 1u en maakte mijn eerste portret van mij zelven, hetwelk vrij goed uitviel; kocht er vier dozijn platen bij, zoodat de gehele toestel mij op 190 fl. kwam te staan.'

Het zelfportret zou ook meteen een van de laatste foto's van Thierry de Bye zijn: een jaar later overleed hij in Mozambique aan malaria, zijn camera had het al eerder begeven.

De fotografie had het maken van portretten aanmerkelijk eenvoudiger gemaakt, toegankelijker ook. Werd in 1856 nog een tekening gemaakt van vice-admiraal James May, in 1857 had hij al een carte de visite met foto. Was in 1870 een schilderij van een schip - met op de achtergrond de krijtrotsen van Dover of de idyllische Javaanse kust - nog gangbaar als herinnering, in 1910 was het afscheidscadeau een foto-album met een omslag van slangenleer.

Ook het statige kantoorpand van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij in Singapore mocht toen op de foto. Graag zelfs, want dat was inmiddels heuse p.r. De KPM was, na de eeuwwisseling, een van de eerste scheepvaartmaatschappijen die met geïllustreerde folders passagiers wierven. Figuranten badmingtonnen en zwemmen lachend aan boord van de 'Nieuw Zeeland', dames frissen zich op in een luxe cabine.

Maritieme fotografie werd - zeker na de Tweede Wereldoorlog, toen de scheepvaart een enorme groei doormaakte - een vak. Bedrijfsfotografen en freelancers maakten nu hele reportages, van de bouw van de sluizen bij IJmuiden, de eerste zeilwedstrijd op het IJ, de walvisjacht Antarctica, het laden en lossen in de haven, en als het moest (van de verzekering) zelfs van branden aan boord.

Photographs & Memories, een expositie ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Scheepvaartmuseum, laat zien hoe zeventien fotografen de afgelopen anderhalve eeuw de maritieme wereld hebben weergegeven. Voor de Reddingsmaatschappij, voor het Comité voor de IJszeevaart, of voor De Waterkampioen van de ANWB.

De tentoonstelling is samengesteld door twee maritieme historici, Cees van Romburgh en Jan van Zijverden, en dat is duidelijk te merken. De foto's zijn interessant om hun ouderdom, hun ontstaansgeschiedenis, de afgebeelde stoomschepen, tweemasters en havenwerknemers, en desnoods het papier waarop ze zijn afgedrukt, maar niet om hun artistieke waarde.

Zelden spat het dagelijkse leven op een schip uit de foto, zelden is er ook maar een beetje rommel op de werf te zien. Eigenlijk weerklinkt het maritieme leven nog het sterkst in de amateurkiekjes van radio-telegrafist Jan van Schooten (1906-1979), een van de zeelieden die zelf gingen fotograferen toen de camera's iets compacter werden.

In de jaren dertig maakte Van Schooten foto's tijdens reizen met de Tjikini, naar Azië en Amerika. Zíín leven: collega doet de afwas, een feestje, een geintje met de matrozen, dames in de haven, de scheepskat.

Zijn baas, of welke andere reder dan ook, had dergelijke beelden nooit kunnen gebruiken. Als er ook maar één matroos was te zien die met de handen in de zak stond, werd de foto afgekeurd.

Photographs & Memories, maritieme fotografie in Nederland. Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam, tot en met 1 maart 1998.

Meer over