Schakel tussen front en vaderland

Oorlogscorrespondenten worden soms wereldberoemd. Zie Peter Arnett in de Golfoorlog, zie de vorige week overleden Martha Gellhorn. Maar er is een groep oorlogscorrespondenten over wie men liever niet meer spreekt: de SS-Kriegsberichter tijdens de Tweede Wereldoorlog....

JAN RUDOLF Hommes, SS-Kriegsberichter: 'De avond is gevallen over het kleine Sovjet-dorp, dat vandaag het middelpunt van hardnekkige gevechten was. De troepen voor ons die het veroverden, hadden blijkbaar met een verbeten vijand te doen gehad, want overal zien we bij het spookachtige licht van de nog brandende huizen, de sporen van den strijd en we moeten oppassen, dat we niet in een van de vele trechters vallen, die de artillerie hier in den grond geslagen heeft.'

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de Duitse frontberichten voornamelijk verzorgd door de zogenaamde Propagandakompanien (PK) die speciaal daarvoor in het leven waren geroepen. Een deel kwam van Nederlandse SS-oorlogsverslaggevers. Met camera, tekenstift en schrijfmachine hielden zij volk en vaderland op de hoogte. Dat alles vanuit het juiste ideologische perspectief: Duitsland won voor Europa op alle fronten.

Voor het eerst kwamen de PK in actie tijdens de Sudetencrisis van 1938. Hoewel de gewapende oorlog een zaak van de Wehrmacht bleef, viel de propagandastrijd onder de verantwoordelijkheid van minister Joseph Goebbels, die door censuur de touwtjes strak in handen hield.

Na de successen in Polen wilde ook de Waffen-SS eigen Kriegsberichter en begon in 1940 met het aantrekken van vrijwilligers uit de bezette gebieden. In 1941 waren er onder de verslaggevers maar liefst vijftien Europese nationaliteiten.

Ofschoon in 1940 al enkele honderden Nederlanders dienst hadden genomen bij de Waffen-SS, begon het echte werven naar vers soldatenbloed pas in de zomer van 1941, nadat Hitler de Sovjet-Unie was binnengevallen. De Duitse strijd tegen het bolsjewisme werd voorgesteld als een oorlog om het behoud van de Europese beschaving.

Onder leiding van de Nederlandse luitenant-generaal Seyffardt werd toen het Vrijwilligerslegioen Nederland opgericht. Dit legioen kreeg tevens een Nederlandse Kriegsberichter-eenheid. Midden november 1941 moesten de aankomende verslaggevers gedurende zes weken een infanterie-opleiding ondergaan in de kazerne van de Leibstandarte Adolf Hitler in Berlijn.

De gelijkgeschakelde Nederlandsche Omroep stelde een complete radiowagen ter beschikking, die niet tegen het barre Russische klimaat bleek te kunnen. Maar de Duitsers waren zeer tevreden en bij een inspectie liet de Duitse commandant zich ontvallen dat de Nederlandse PK vergeleken met andere verslaggeverseenheden het best was uitgerust.

Hoe dienden de Nederlandse SS-journalisten de strijd in het oosten te zien? Volgens Kriegsberichter Hendrik Willem van Etten moest hij duidelijk maken dat een herhaling van de Napoleon-tragedie een 'rampspoed voor het vaderland' zou betekenen. Bovendien moest Duitsland de oorlog winnen, want een Duitse nederlaag zou 'slechts de terugkeer brengen van de regeeringsimpotentie der democratie en van de nihilistische opvattingen der americano-jiddische civilisatie'.

De Nederlandse SS-oorlogsverslaggevers waren een tamelijk nieuw fenomeen, waarover in de pers herhaaldelijk geschreven werd. Enkele maanden na de publicatie van Van Etten volgde SS-Kriegsberichter Jan Rudolf Hommes met een stuk over de betekenis van de propagandacompagnieën in De Schouw (juli 1943). Een 'oorlogsbericht' beantwoordde pas dan aan zijn doel, schreef Hommes, wanneer de lezer voelt, 'dat het direct door de schrijver beleefd is, wanneer het pakkende karakter van zijn eerste publicatie gepaard gaat met de blijvende waarde van zijn inhoud en wanneer de lezer een begrip heeft van de noodzakelijkheden en van de consekwenties van onzen moeilijken tijd'.

Wie meldden zich voor de PK? Het waren meest jongeren, gemotiveerd door politiek of zucht naar avontuur. Onder de eerste PK-ers bevond zich C.A. Wenniger Mulder, hoofdredacteur van het NSB-maandblad Fotonieuws. In zijn oorlogsverslagen vlogen hemzelf de kogels om de oren en hij sfeertekende de Sovjet-maatschappij.

Illustratief voor zijn berichtgeving is bijvoorbeeld zijn verslag van het Wolchowfront ten noordoosten van Ilmensee. Wenniger Mulder nam daar eigenhandig een aantal Russische soldaten gevangen en schetste: 'Een armzalig zoodje lompen is het, wat daar voor me uitschuifelt - een walm van stank hangt om hen heen. Dat moet dan het uitvloeisel van de Sovjet-cultuur zijn.' In hun onderkomens hing 'een onbeschrijflijke atmosfeer, een mengsel van menschenlucht, rauw vleesch - waarvan de stukken over den bodem verspreid liggen - en een smeulend vuur. Verder liggen er uitrustingstukken van allerlei aard, gasmaskers, patronen, blikken, drinkbekertjes en papier. Overijld is alles verlaten. Naast het houtvuur staan twee eetketeltjes met half gekookt gras er in - Stalin's horden'

Verreweg de meeste frontberichten verschenen in de pers, simpelweg omdat de mogelijkheden daarvoor talrijker waren dan die voor radio of bioscoopjournaal. Niet alleen de nationaal-socialistische bladen als Volk en Vaderland, Het Nationale Dagblad, Storm, De Zwarte Soldaat, of De Stormmeeuw, namen PK-berichten op, ook de gelijkgeschakelde dagbladen zoals De Telegraaf drukten regelmatig de belevenissen van de Nederlandse oorlogscorrespondenten af. Een aantal daarvan liet uitgeverij Roskam bundelen en ze verschenen onder de titel 'De witte hel', geïllustreerd met foto's die laten zien onder welke erbarmelijke winteromstandigheden de soldaten hun werk moesten doen.

De Nederlandsche Omroep bleek een ware kweekvijver voor PK-talent. Louis Gerard Wybrands Marcussen, een voormalig omroeper van Philips Wereldomroep, die later zou uitgroeien tot 'Rundfunkbeauftragter der Waffen-SS in Nederland', behoorde tot de harde kern. Hij bleef maar zes weken aan het Oostfront, maar die waren voldoende om hem voorgoed voor de SS-ideologie te winnen. Terug in Nederland werd hij verantwoordelijk voor de uitzending 'De stem der SS'.

Een opmerkelijk figuur uit deze omroepkringen was Henri van Hoof. Zeer populair was zijn boek over zijn belevenissen als sergeant van de Nederlandse verbindingstroepen in de meidagen van 1940 (totale oplage 220.000 exemplaren!). Korte tijd later schaarde hij zich onder de vlag van de Nieuwe Orde. Van Hoof had in 1931 in Washington het wereldkampioenschap welsprekendheid gewonnen. Hij bleef een tijdje in de Verenigde Staten en werkte daar onder meer voor The Washington Post en het radiostation WRC. Eind 1940 bekeerde hij zich tot de NSB en een jaar later kreeg hij een baan bij de Nederlandsche Omroep. In februari 1944 vertrok ook hij naar Berlijn om Kriegsberichter te worden.

Toen er meer Duitse fronten kwamen, kregen ook de Kriegsberichter diversere bestemmingen en veranderde de propagandatactiek. Niet langer dreigde alleen het gevaar van de 'rode horden', maar ook de 'Anglo-Amerikaanse terreur'. De Kriegsberichter stonden pal voor het 'Vesting Europa'. Samen met Wybrands Marcussen, twee Denen, een Zweed en en Brit raakte Van Hoof verzeild aan het invasiefront in Normandië.

Eenmaal veilig terug in Nederland (zijn Zweedse en Britse collega's en de Duitse chauffeur van de radiowagen sneuvelden in Frankrijk) werkte Van Hoof mee aan de gefingeerde Engelse zender Mary of Arnhem, waarin populaire liedjes werden gezongen met veranderde propagandateksten, en met de befaamde Willem Waterman (pseudoniem van W.H.M. van den Hout die verantwoordelijk was voor De Gil, het enige nationaal-socialistische satirische blad dat de Bezetting heeft opgeleverd) aan de nepzenders Peacock en De zender van het bevrijde zuiden.

Fronttekenaars vormden een aparte categorie oorlogscorrespondenten. In totaal waren er bij de PK van Wehrmacht, Luftwaffe, Marine en Waffen-SS ongeveer zestig tekenaars actief. Onder de achttien tekenaars van de SS-Propagandakompanie bevonden zich twee Nederlanders, Wijnand Klerk en Wilhelm Zwagers, twee Noren en een Vlaming. In 1943 was er van het werk van de SS-PK-tekenaars een overzichtstentoonstelling gemaakt, die in verschillende Duitse steden te zien was. Van de tekeningen maakte de Berlijnse centrale reproducties, waarna ze aan de censuur werden toevertrouwd. Van daaruit gingen de prenten naar de pers. De onderwerpen van de tekenaars van de SS-PK waren eigenlijk dezelfde als die van de fotografen en toonden voornamelijk acties aan het front. Een extra element bij de tekenaars was dat zij meer konden stileren en de actie zelf in scene konden zetten om zo direct emoties bij de toeschouwer te manipuleren.

Martien Prins was een van de weinige filmers bij de Nederlandse PK. Hoewel in het blad Film en Kultuur regelmatig werd geworven voor Kriegsfilmberichter bleef het aanbod kennelijk gering.

Prins filmde aan het Wolchowfront onder meer de inname van een Russisch dorp door de Nederlandse legionnairs. 'Met grote omzichtigheid sloop hij tusschen de rookende puinhopen door, terwijl de vijand nog regelmatig deze plaats onder vuur hield', rapporteerde Fotonieuws. De cameraman hield aan zijn kloekmoedige actie een IJzeren Kruis over en een granaatsplinter in zijn achterwerk.

Mogelijk was een van de laatste Nederlandse SS-PK-berichten dat van Karel van Heusden in Werkend Volk uit april 1945. De strijd had zich inmiddels naar het Nederlands grondgebied verplaatst, waar Nederlandse SS'ers tegenover de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten kwamen te staan. Van Heusden deed verslag van de gevangenneming van enkele BS'ers door Nederlandse SS-soldaten en ging uitvoerig in op de klachten van de BS'ers over de ongelijke behandeling door Engelsen en Canadezen. Dat deden ze bij de Waffen-SS toch anders, want daar streden zij immers 'gezamenlijk voor een en hetzelfde ideaal'.

Naast de verslaggevers waren ook enkele tientallen Nederlanders als chauffeur of technicus aan de PK verbonden. Eén van die technici maakte op omroep-grammofoonplaten 'gesproken frontbrieven' voor zijn familie thuis. Vijftig van deze platen zijn onlangs tevoorschijn gekomen. Rond deze platen maakte NPS-redacteur Willem Jan Hagens een documentaire over de SS-Kriegsberichter die donderdag 25 februari tussen 13.00 en 14.00 door Radio 5 wordt uitgezonden.

Gerard Groeneveld is Neerlandicus en boekhistoricus

Meer over