DagboekVirginia Woolf (1882-1941).

Schaamte en opwinding bij de troonsafstand van koning Edward

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
Virginia Woolf Beeld Getty
Virginia WoolfBeeld Getty

Londen, 10 december 1936

Dit is het eerste uur of, aangezien de abdicatie van Edward om 4 uur werd bekendgemaakt, het eerste anderhalve uur van het nieuwe koningschap. Ja, dacht ik, ik ga naar Westminster... Ik nam de bus naar Whitehall. Daar was het verkeer stilgelegd en stapte ik uit. Een gedrang, alle kanten op. Schitterend bruingeel licht, droge trottoirs, de straatverlichting aan. Rijen lampen op Parliament Square en het silhouet van het parlementsgebouw.

Daar was Ottoline Morrell, tegenover de wacht te paard: zwart, wit, met rood gestifte lippen kwam ze op me af. ‘Is hij afgetreden?’, vroeg ik. Niemand wist of het ja of nee was. Een onaan­genaam gevoel: half bedroefd, maar ook beschaamd en toch ook opgewonden.

We keken naar de schitterend gebeeldhouwde gevel van – welk kantoor ook weer? Dat is het raam waaruit Karel I stapte toen zijn hoofd werd afgehakt, zei Ottoline, en ze wees naar een van de grote, verlichte ramen. Alsof ik met een hoveling in de 17de eeuw wandelde en ze niet Edwards lot beklaagde, maar Karels executie.

Vreselijk, vreselijk, bleef ze maar zeggen. Die arme, domme jongen, hij was altijd al zo driftig. Niemand mocht hem ooit de les lezen. Maar om nu alles zo maar op te ­geven...

Schrijver Virginia Woolf (1882-1941). Ingekort fragment uit Travels with Virginia Woolf, red. Jan Morris. Pimlico, 1997.

Meer over