Reportage

Samenzang met een geluksfactor

'Als je met zevenhonderd man tegelijk 'hallo' zegt, klinkt dat al indrukwekkend.' Kun je nagaan hoe dat is met een complete Messiah of Carmina Burana.

De zogeheten 'scratchdagen' in de Pieterskerk in Leiden Beeld Raimond Wouda
De zogeheten 'scratchdagen' in de Pieterskerk in LeidenBeeld Raimond Wouda

God zelf is deze zondag niet aanwezig, maar zijn huis is goed gevuld. Vele honderden zangstemmen smelten samen in de gewelven van de Leidse Pieterskerk. Ooo Fortunaaa. Een gelegenheidsorkest van zestig musici begeleidt het immense amateurkoor. Vanochtend zijn ze begonnen aan een repetitie, de eerste en enige, vanavond is de uitvoering van Carmina Burana.

De 28ste editie van de Scratch Muziekdagen Leiden, vier stuks, heeft ruim 3.700 deelnemers aangetrokken uit het hele land. Met twee dagen Messiah (1741) van Georg Händel heeft God zijn deel ruimschoots gehad. De derde dag was voor musical highlights, deze vierde en laatste dag duiken zevenhonderd zondagszangers in de partituur van Carl Orffs Carmina Burana (1937).

'Laat maar galopperen die muziek! Papááá. Dit lied heeft wat Spaanse invloeden', roept dirigent Paul Valk tegen het megakoor dat hem aan drie kanten omringt op de voor de gelegenheid gebouwde tribunes. In hun midden vormen de musici, twintig profs en veertig amateurs, een eilandje. 'Dit is een snelkookpan', zegt Valk, 'het is de sport om zo'n stuk in korte tijd een beetje leuk neer te zetten. Ik probeer er een ruwe diamant van te maken. Het orkest is deels ook scratch en dat maakt deze operatie soms best pittig.' From scratch, met niets beginnen, om in een dag tijd samen iets moois tot stand te brengen. Benodigdheden: een paar tientjes inschrijfgeld en een goed humeur. Gebrek aan muzikale ervaring: geen bezwaar.

Nederland telt meer actieve koorzangers dan amateurvoetballers, vermoedt koordirigent Valk. Het zou in elk geval de groeiende populariteit verklaren van het verschijnsel 'meezingconcert'. Vooral in de passietijd, de aanloop naar Pasen, verenigen zangers uit den lande zich in kerken en concertzalen om mee te zingen met Bachs Matthäus Passion (1736). God mag zijn vertrokken uit veel kerken, de behoefte om samen te zingen is gebleven. Inmiddels kunnen amateurzangers het hele jaar door hun stembanden testen tijdens zogeheten singalongs en meezing- of scratchconcerten.

Wanneer de meezingmanie precies is begonnen, kan niemand met zekerheid zeggen. Veel organisatoren wijzen naar de jaren tachtig toen meezing-Matthäussen duizenden zangers en nog meer zangeressen begonnen te trekken. Andere koorstukken volgden, van onder anderen Händel, Fauré, Rossini, Vivaldi, Ramírez en Orff. Het repertoire is al lang niet meer louter religieus en/of klassiek. Er is een meezingbioscoop voor filmmuziek, musicalstukken worden ingelast tussen klassieke zangpartijen, en tijdens Holland Zingt Hazes, later deze maand, verandert de Ziggodome met 15 duizend would be-Hazessen in één groot levensliederencafé, drie avonden lang.

Zangeres en dirigente Madeleine Ingen Housz organiseert door het jaar heen klassieke zangevenementen. In 1998 begon ze stoomcursussen Matthäus Passion van twee maanden te geven. 'Meezingconcerten kwamen toen nog in het tv-nieuws. Er werd een beetje lacherig over gedaan. Lieten ze een amateur aria's meegalmen, terwijl die tijdens de concerten door professionele solisten worden gezongen. Nu wordt het veel serieuzer genomen.'

Passiebarometer

De Matthäus Passion, Bachs bekendste versie van het lijdens- en sterfverhaal van Jezus, is in Nederland ongekend populair. In de passietijd, de aanloop naar Pasen, wordt het oratorium honderden keren gezongen. Steeds vaker zijn ook de Johannes en de Markus Passion te horen. Het jaarlijkse aantal uitvoeringen neemt zo snel toe dat het tijdschrift ZINGmagazine in 2013 een Passiebarometer in het leven riep. De teller staat dit jaar op een totaal van 235 uitvoeringen, veertien meer dan in 2015. In 2013 waren het er nog 'maar' 169. Verdeling: Matthäus 57 (+16), Johannes 12 (+1) en Markus 1 (-3).

Ingen Housz, die dezer dagen aan het begin staat van een kleine Matthäusmarathon, ziet een schijnbaar paradoxale ontwikkeling: terwijl de meezingevenementen groeien, zitten veel koren in zwaar weer door gebrek aan leden. 'Mensen gaan minder binding aan, ze willen niet elke week naar een repetitie, maar ze willen wel blijven zingen.' Er spelen psychologische factoren mee, meent ze. 'Bij een traditionele uitvoering staat het koor tegenover het publiek. Bij een meezingconcert sta je als het ware in een kring. Dat verbindt.'

Er moet, kortom, een geluksfactor schuilen in de samenzang. 'Geluksprofessor' Ap Dijksterhuis, psycholoog aan het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen, noem drie mogelijke redenen voor de populariteit. Behalve dat muziek invloed heeft op hersenprocessen 'komen er endorfinen vrij als mensen samen dingen doen, liefst synchroon. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld roeiers die exact gelijk hun riemen in het water slaan.' Als derde reden noemt hij dat de zangers onderdeel uitmaken van iets groots. 'Dat geeft vaak ook een geluksgevoel, al gaat het dan niet per se om het zingen. Als jongen van 17, 18 jaar ging ik naar Pinkpop: ik kon daar maanden op teren.'

'Het heeft iets verbroederends', zegt ook dirigent Paul Valk die in no time synchronie tot stand moet zien te brengen tussen de deelnemende partijen. Onder de gouden kroonluchter van de Pieterskerk smeedt hij een verbond: er wordt samen adem gehaald, sommige teksten worden samen hardop uitgesproken om het ritme te oefenen. 'Niet te snel heren. Dames vallen op mannen die tijd voor hen nemen!'

Vrouwelijke deelnemers zijn veruit in de meerderheid. 'Er zijn altijd meer vrouwen dan mannen', zegt Geert Doeven, die al sinds 1999 werkzaam is voor de scratchdagen. 'De verhouding is één op drie. Op de musicaldag is de verhouding zelfs één op zeven. Waar dat aan ligt? De sfeer is daar iets losser, misschien is dat het.' Ingen Housz constateert dat zingen altijd 'meer een vrouwending' is geweest. 'Kinderen leren zingen op de basisschool. Jongensstemmen veranderen in de puberteit en je ziet dat ze het zingen daarna zelden meer oppakken.'

De kleuren van het gelegenheidskoor zijn overwegend blank en grijs. 'De meerderheid van de amateurkoorzangers in Nederland is inderdaad 50-plus en blank', zegt Valk. 'Er zijn speciale jongerendagen, voor de Messiah bijvoorbeeld. Daar komen vooral jongeren op af uit de bible belt en leerlingen van vrije scholen, waar zingen hoog in het vaandel staat. De enige overeenkomst tussen die twee groepen is dat ze goed beslagen ten ijs komen.'

Na een dag repeteren kleden de deelnemers aan het ad hoc megakoor zich wat nerveuzig om in zelf meegebrachte paarse kleding. Het publiek, in aantal kleiner dan het koor, hoort even later de klank uit zevenhonderd kelen samensmelten tot één groot hartstochtelijk gezang. Grijs of niet: Chume chum geselle min, ih enbitte harte din. Kom, kom mijn liefje, ik verlang naar je. In de Hazes-vertaling klinkt dat later deze maand zo: Een beetje verliefd.

De zogeheten 'scratchdagen' in de Pieterskerk in Leiden Beeld Raimond Wouda
De zogeheten 'scratchdagen' in de Pieterskerk in LeidenBeeld Raimond Wouda

Zie passieprojecten.nl, scratchleiden.nl, meezingconcerten.nl, ziggodome.nl

Han Schijffelen (66)

Constructeur, Pijnacker

'Ik zing al meer dan dertig jaar in een koor - het is een kamerkoor en dan kun je sommige stukken zoals de Carmina Burana niet doen. Daarvoor heb je veel meer zangers nodig. Via scratch- en meezingconcerten kan ik ook repertoire bijhouden dat we niet vaak uitvoeren. De Carmina is niet het makkelijkste stuk, want je hebt veel tekst en veel verschillende ritmes. Het nadeel van scratch is dat er weleens grote niveauverschillen zijn. Soms sta je op een soort eiland omdat de mensen om je heen de stukken niet kennen. Op andere momenten ontstaat er juist een soort feestje. Ik hoor om me heen dat mensen graag willen zingen in een groep, maar dat ze niet wekelijks willen repeteren. Eén zo'n dag is dan een mooie gelegenheid.'

Willem Voorberg (30)

Wetenschapper bestuurskunde, Rotterdam

'Ik ben een muziekjunk. Ik speel gitaar en drums in een rockband en ik zing. Daarnaast hou ik erg van klassieke muziek. Het is de moeder van alle muziek en daarom is het zo jammer dat het zo'n stoffig imago heeft. Zelf muziek maken is minstens zo gaaf als luisteren. Ik ben eigenlijk bariton, maar hier ga ik voor een tenorpartij, hoewel dat soms iets te hoog voor me is. Het stuk O Fortuna uit de Carmina Burana ken ik al van een metalband. Heel vet om het nu zelf een keer te zingen en dan ook nog in een koor van zevenhonderd man. Als je met z'n allen gelijktijdig 'hallo' zegt klinkt dat al indrukwekkend. Ik denk dat er door die gezamenlijkheid hetzelfde verbroederende gevoel ontstaat als op een voetbaltribune.'

Paula en Natalie Wilcox (68 en 21)

Leraressen Engels, Utrecht

Paula: 'Dit is de zevende of de achtste keer dat ik met mijn dochter naar een scratchconcert ga. Het saamhorigsheidsgevoel hier is groot. Met zo veel mensen heb je ook de kans om eens heerlijk voluit te zingen zonder het gevaar dat je afgaat.'

Natalie: 'Ik zing in een band. Om de twee weken ongeveer repeteren we. Ik wil daar niet elke week een koorrepetitie bij.'

Paula: 'Het is ook heel leuk om dit met mijn dochter te doen. We gaan ook samen naar concerten en ballet.'

Natalie: 'Fysiek is het ook heerlijk. Je krijgt er energie van. Als het laatste akkoord van de Messiah klinkt, Halleluja: daar krijg je gewoon een kick van.'

Paula: 'Zonder theatraal te willen doen: het is een soort verheffing, zo met z'n allen.'

Natalie: 'Hoewel het soms ook een hoog tuterdetuut-gehalte heeft, in de pauzes.'

Meer over