Sahel doet trekvogels de das om

Honderden miljoenen Europese vogels overwinteren in de Sahel. Door de klimaatverandering, droogte, bevolkingsdruk, ontbossing en lokale culturen nemen ze sterk in aantal af....

Door Caspar Janssen

Het begon in 2002. Leo Zwarts was met andere onderzoekers in Mali, op een ‘niet erg interessante’ conferentie. Een vertegenwoordiger van het ministerie van LNV zei: ‘Weet je waar echt behoefte aan bestaat? Aan een overzicht van alle vogels die naar Afrika trekken. En hoe het daarmee gaat.’ Zwart, sinds de jaren tachtig een fervent Afrika-ganger: ‘Dat project is dus een beetje uit de hand gelopen.’

Zo zou je het kunnen zien. Zwarts en drie andere vogelkenners – Rob Bijlsma, Jan van der Kam en Eddy Wymenga – reisden in de jaren daarna nog vele malen naar West-Afrika, naar de wetlands in de Sahel, waar ze ‘onze broedvogels’ terugvonden, telden en bestudeerden in hun overwinteringshabitat. Nu, zeven jaar later, is er dan het boek: Living on the edge. Het resultaat van – vooral – ‘veel liefdewerk’. Meer dan vijfhonderd pagina's dik, type standaardwerk, rijk geïllustreerd, propvol data.

Dat het boek er is, lijkt niet meer dan logisch. Een kwart van de vijfhonderd Europese vogelsoorten overwintert ieder jaar ten zuiden van de Sahara, vooral in de ongeveer duizend kilometer brede savannestrook van de Sahel. Het zijn onvoorstelbare aantallen: tussen de 1.300 en 2.600 miljoen paar. De meeste van die vogels brengen meer tijd in Afrika door dan in West-Europa, waar ze broeden. De verklaring voor de stelselmatige achteruitgang van hun aantallen gedurende de laatste decennia zou dus voor een goed deel in Afrika kunnen liggen.

En dat blijkt te kloppen. In het boek beschrijven de onderzoekers de samenhang tussen terugkerende aantallen trekvogels en droogte, bevolkingsdruk, ingrepen in het watersysteem, klimaatverandering, ontbossing en lokale cultuur in de Sahel-landen. Per vogelsoort – tientallen krijgen een eigen hoofdstuk–- worden de oorzaken beschreven van hun populatieontwikkeling, voorzover die oorzaken in Afrika liggen.

Om preciezer te zijn: van de 127 Europese vogelsoorten die de Sahara oversteken, nemen er 16 in aantal toe (13 procent), blijven er 36 gelijk (28 procent) en nemen er 75 af (59 procent).

De stelselmatige achteruitgang begon in 1968. In 1969 verbaasden vogelkenners in Europa zich erover dat ze zo weinig grasmussen zagen. Zij vermoedden dat er weinig vogels waren teruggekomen uit de Afrikaanse overwinteringsgebieden. Dat verband was voorheen zelden gelegd.

Pas later bleek dat Afrika leed onder grote droogte. Die Grote Droogte, zoals ze in West-Afrika werd genoemd, zou 25 jaar duren. Pas sinds 1992 nam de regenval weer toe en werd de Sahel weer wat groener. Maar de vloedvlaktes in de Sahel bleven afnemen door menselijk ingrijpen (irrigatiewerken, bedijking, regulering van de rivierafvoer).

Regenval
Zwarts en collega's beschrijven het directe verband tussen regenval en de populatieomvang van moerasvogels. Bij de oeverzwaluw, waarvan de aantallen in Nederland al lange tijd worden bijgehouden, loopt de populatieontwikkeling bijvoorbeeld volledig parallel met de regenval in de Sahel. Zo kon het gebeuren dat er in 1986 minder dan vijfduizend broedparen in Nederland waren, en dat hun aantal in 2001 was gestegen tot boven de dertigduizend.

Andere Sahel-gangers hebben te lijden onder ontbossing. Zoals de gekraagde roodstaart, vermoedt Leo Zwarts. ‘De gekraagde roodstaart wordt al sinds 1911 geteld. Hij was een heel algemene soort, maar in Europa is de populatie tussen 1940 en 2000 met 95 procent afgenomen. De oorzaak kan haast niet hier liggen, want de gekraagde roodstaart is een generalist die alle insecten eet. De afname was sterker in droge Sahel-jaren, zagen we. En er is een langetermijnverandering gaande. Dan kom je bij ontbossing in de Sahel uit. De gekraagde roodstaart heeft een groot deel van zijn winterareaal verloren in de 20ste eeuw.’ Dat doet het ergste vrezen voor andere soorten die in de Sahel-bossen voorkomen.

Zwarts en zijn collega's stuitten op nog veel meer omstandigheden die de vogelpopulaties beïnvloeden. ‘In de binnendelta van de Niger wonen een miljoen mensen. Vanuit de lucht lijkt het natuur, maar alle grond wordt bewerkt.’

Vanwege de sterk toegenomen begrazing door koeien en geiten is het aantal bessen en zaden afgenomen, wat slecht uitpakt voor soorten als de grasmus en de zomertortel. Maar de gele kwikstaart en de koereiger, die de kuddes volgen, profiteren juist van de toename van de veestapel.

Nog een onvermoede omstandigheid. In landen als Mali worden op grote schaal vogels gevangen en opgegeten. In droge jaren is het makkelijk om zomertalingen te vangen, soms worden er dan wel zeventigduizend verhandeld. Ook pijlstaarten en kemphanen zijn erg populair. Zwarts: ‘Ga maar eens vertellen dat ze dat niet moeten doen. Er zijn wel stedelingen, behorend tot de elite, die zeggen: ‘Geweldig dat die zomertalingen vijftienduizend kilometer hebben gevlogen, helemaal vanuit Siberië, om hier aan te sterken. En ook de boer vindt het een mooi verhaal. Maar toch eten ze de vogel op.’

Toch is het niet alleen maar kommer en kwel in Afrika. Zwarts: ‘Er zijn echte reservaten gekomen. En er wordt gewerkt aan een zogenoemde groene muur van 5.500 kilometer lang, om de Sahel levend te houden.’

Zwarts verbaast zich erover dat er in het Europese natuurbeleid geen rekening wordt gehouden met ‘externe factoren’ zoals in de Sahel. ‘Je kunt natuurbeschermers geld geven als ze vijf bruine kiekendieven in een gebied kunnen krijgen door hun beheer, maar als het twintig jaar lang droog is in de Sahel, zul je hier weinig kiekendieven zien.’

Aan de andere kant: de invloed van de Sahel moet ook geen excuus zijn om hier maar niets te doen, waarschuwt Zwarts. ‘Het is van groot belang om de soorten ook in onze gebieden te beschermen.’ Bovendien: de oorzaak van de achteruitgang van sommige soorten ligt nadrukkelijk hier. Zoals bij de grutto. ‘Die krijgt hier geen jongen meer omdat alles wordt weggemaaid.’

Saillant: sommige hier broedende Afrika-gangers nemen wel in aantal toe. De oorzaak daarvan ligt niet in de Sahel. De druk van de jacht in Zuid-Europa (op ooievaar en visarend) is verminderd, en vergiftiging door pesticiden (van bruine en grauwe kiekendief, visarend, kleine zilverreiger) is sterk afgenomen. De ooievaar, de bruine kiekendief en de kleine zilverreiger overwinteren in toenemende mate in Europa. Zij profiteren van de warmer wordende winters. Belangrijke conclusie in het boek: ‘een flexibele trekstrategie heeft zijn voordelen.’

Meer over