DagboekChrista Wolf (1929-2011)

Russen tappen moppen over Afrikanen

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Christa Wolf Beeld Getty
Christa WolfBeeld Getty

Georgië, 27 oktober 1966

Onze telefonade vandaag is een verhaal op zich. We komen terug van een langgerekte champagne- en wodka-party als de devotschka, de dame van de receptie, ons vol verwijten opwacht: waar waren we een uur geleden, voor het ­gesprek met Moskou? Er dwars doorheen moet Bunjak mij hoognodig in het Engels vertellen dat in Soechoemi een boot vol Duitsers is aangekomen.

Daarna de vraag hoe het met ons gesprek met Berlijn staat, maar in plaats daarvan is er telefoon uit Moskou: Krimov, die uitgerekend nú een stuk van mij over de jeugd in Duitsland wil hebben.

Ik leg hem uit dat dat niet gaat, terwijl de telefoniste in het Russisch roept of ik een gesprek met Berlijn heb aangevraagd. Als ik ja zeg, sommeert zij ons gesprek te beeïndigen, maar Krimow houdt vol: hij moet dat stuk hebben. Een en al spraakverwarring.

Dan hoor ik van heel ver de zwakke stem van mijn moeder en daarna ook Annette, als door een sluier. Ik stop mijn vingers in mijn oren, maar moet raden wat ze zeggen, ik versta haast niets. Het gaat over winterschoenen.

Vietnam speelt hier geen rol. China wel. M.S. doet hatelijk hun spleetogen na. Gisteren moppen gehoord die scepsis verraden over de Russische hulp aan Afrika (de Afrikaanse regering is gevallen – uit haar klapperboom).

Christa Wolf (1929-2011), Oost-Duitse schrijver. Ingekort fragment uit Moskauer Tagebücher. Suhrkamp, 2015.

Meer over