Aard van het beestjeDe ruwe pissebed

Ruim de bladeren in uw tuin niet op, dat doet de pissebed voor u

Caspar Janssen gaat wekelijks op zoek naar een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier? En waarom doet het juist nu van zich spreken?

Caspar Janssen

‘Een steen op kleiig zand, die hoef je maar op te tillen …,’ zegt Matty Berg, hoogleraar Bodemfauna aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit Groningen, en hij illustreert het meteen maar even. Onder de eerste de beste steen, nog bij de ingang van de Oostvaardersplassen: ruwe pissebedden, een kelderpissebed, een paars drieoogje, en ook springstaartjes en een wortelduizendpoot. Een hele habitat voor bodembeestjes op een halve vierkante meter.

De ruwe pissebed. Beeld Margot Holtman
De ruwe pissebed.Beeld Margot Holtman

Pissebedden – en andere bodemdieren – zijn de beestjes die het winterklaar maken van de tuinen overbodig maken, onverstandig zelfs. Matty Berg: ‘Mensen gooien bladeren nu vaak in de afvalbak. En dan gaan ze in het voorjaar weer bemesten. Dat is helemaal niet nodig. Als je de bladeren laat liggen en de pissebedden gewoon hun werk laat doen krijg je het allemaal gratis.’

Het afbreken van plantenmateriaal is moeilijk, maar pissebedden kunnen het, schimmels en bacteriën in de darmen helpen daarbij, met het uitpoepen maken de pissebedden voedingsstoffen weer beschikbaar voor de plant. Berg: ‘Ze zorgen voor de kringloop van het voedsel in de bodem.’

En niet alleen in tuinen.

Pissebedden zijn niet bepaald aaibaar, en ook de naam helpt niet. Mogelijk stamt de Nederlandse naam van het vroegere gebruik om gemalen pissebed toe te dienen tegen bedplassen. Matty Berg: ‘Er wordt ook wel gezegd dat pissebedden naar pis ruiken, maar dat is onzin.’

We zijn in de Oostvaardersplassen, maar voor pissebedden hadden we overal naartoe kunnen gaan. In een gemiddelde tuin kom je als het een beetje vochtig is al vijf soorten tegen (Berg: ‘Ik noem ze de small five.’) en vaak meer. 37 soorten pissebedden komen in Nederland voor, Matty Berg heeft ze allemaal in kaart gebracht. Ook bekeek hij hoe de verschillende soorten pissebedden reageren op droogte en wat dat betekent voor de afbraak van plantenresten.

Pissebedden hebben veel vocht nodig. Niet gek gezien hun afkomst. Het zijn eigenlijk kreeften op land. Zeedieren, van origine. Nog altijd zijn er meer zeepissebedden dan landpissebedden. Een klein deel heeft in de loop van de evolutie de overstap naar land gemaakt. Matty Berg: ‘Dat had mogelijk met concurrentie te maken. Sommige soorten zijn aan de rand van het water gaan zitten, om minder last te hebben van de buren. Zo zijn ze steeds verder opgeschoven, totdat ze landdieren waren.’

Fysiek pasten ze zich ook aan. Berg: ‘Ze hebben steviger poten gekregen, en ook een wat dikker skelet, waardoor ze wat minder gevoelig zijn voor uitdroging. Maar het zijn nog altijd kreeftachtigen. En ze lijken nog altijd op zeepissebedden, ze halen adem met kieuwen, net als waterbeesten, en ze zijn gevoelig voor uitdroging.’

Sommige soorten dan weer meer dan anderen. Zo kan de ruwe pissebed net iets beter tegen droogte. Voor de ruwe pissebed is zelfs een balkon een prima biotoop, had ik al gemerkt.

Pissebedden houden niet van licht, overdag zitten ze onder stenen, bloempotten, plastic, hout. Ze zitten graag bij elkaar. Berg: ‘Waarschijnlijk omdat ze dan minder snel vocht kwijtraken.’ ’s Nachts gaan ze op zoek naar voedsel. ‘Dan scharrelen ze dus door je tuin.’

Ha, de resten van een dode boom naast het pad. Met een losse bast met mos. Kansrijk. Stukje optillen en jawel, daar krioelt het weer. Mospissebedden, ruwe pissebedden, een paars drieoogje, en ook loopkevers, springstaartjes, miljoenpoten, en overwinterende watersalamandertjes. Berg legt de bast voorzichtig terug, in het kader van de instandhouding van het leefgebied en concludeert: ‘Dit zijn gewoon heel goede plekken.’

Meer over