boekrecensie

Roofvogelaar Rob Bijlsma rekent af met de managers van de Nederlandse natuur ★★★★☆

Roofvogeldeskundige Rob Bijlsma geeft zijn eigenzinnige visie op natuurbescherming en neemt daarbij geen blad voor de mond. Zijn ironische toon maakt het boek zeer leesbaar.

Rob Bijlsma Beeld Merlijn Doomernik
Rob BijlsmaBeeld Merlijn Doomernik

Natuurbeschermers houden niet van natuur, ze ‘verzuipen in het subsidiegeld’ en vormen een verdienmodel in een industrie waar duizenden een baantje moeten vinden. Beheerders zijn ‘zelfverklaarde analfabeten’. Ze vernielen juist natuur, om er iets voor in de plaats te zetten dat precies moet voldoen aan vooraf bepaalde doelen en strategieën waarover eindeloos is vergaderd en gepolderd, en die vaak weinig meer met vrije natuur van doen hebben maar meer met marketing en politiek. Tot overmaat van ramp weten hele legers voorlichters en pr-medewerkers journalisten en natuurliefhebbers moeiteloos in de luren te leggen met sprookjes over ‘oernatuur’ of juist ‘nieuwe natuur’.

Het gaat van dik hout zaagt men planken bij Rob Bijlsma. In zijn net verschenen kloeke werk Kerken van goud, dominees van hout rekent de eigenzinnige roofvogeldeskundige in 350 pagina’s af met de in zijn ogen schuldigen aan ‘de verwording van de Nederlandse natuurbescherming’. Geheel volgens zijn reputatie in de wereld van natuur- en vogelbeschermers, neemt hij daarbij geen blad voor de mond.

Autodidact Bijlsma – een ‘roofvogelaar’, of specifieker: ‘wespendief-aficionado’ – bekijkt de wereld al decennialang voornamelijk vanuit een boomtop, en hield nauwgezet bij wat ingrepen in de natuur deden met populaties van onder meer roofvogels. Hij schreef daar vele artikelen over in vakbladen en won diverse prijzen voor zijn niet-aflatende werk. Dat geeft zijn harde, nietsontziende oordeel gewicht. Bijlsma heeft meer in de natuur gestaan dan menig beleidsambtenaar kan zeggen.

Zijn ironische, hier en daar sarcastische toon maakt het boek bovendien zeer leesbaar.

Met knarsende tanden ziet Bijlsma hoe ‘de goegemeente’ het Markermeer bestempelde tot ‘een troebele bak mislukte natuur’ (iets wat overigens moeilijk te ontkennen valt: sinds de afsluiting met een dijk en door het ontbreken van natuurlijke oevers was de biodiversiteit er niet bijster groot) en nu, met de ontwikkeling van de Marker Wadden, vooral recreatie lijkt te willen bevorderen onder het mom van ‘nieuwe natuur’. Bijlsma: ‘Wel stevig balen dat de projectdirecteur direct al tegen ongewenste plantengroei aanliep, zoals kleine waterteunisbloem en watercrassula, maar geen nood: de bestrijdingsdienst staat klaar.’

Het is een voorbeeld van natuurbeheer dat zoals zo vaak vooral neerkomt op bestrijden en (in de ogen van Bijlsma) vernietigen van ongewenste natuur.

Niet ingrijpen

In z’n algemeenheid is dat een terecht punt, waarover goed te discussiëren valt. Toch valt tegen Bijlsma’s stelligheid ook wel wat in te brengen. Zo hanteert hij het uitgangspunt dat de natuur haar eigen gang moet kunnen gaan, zonder dat daar mensenhanden aan te pas komen. Daar is heel wat voor te zeggen, maar de versnipperde natuur heeft in Nederland nauwelijks de ruimte om haar gang te gaan.

De uitkomst van niet ingrijpen is in veel gevallen ook voorspelbaar. Heidegebieden, de habitat van verschillende soorten vogels en andere dieren, zullen dan spoedig bos worden, zoals veel open gebied in ons land op den duur tot bos zou worden. Hoe mooi ook, vanuit ecologisch opzicht is bos vrij saai gebied, waar zich – met uitzondering van bosranden – relatief weinig leven ophoudt. Er zouden soorten verdwijnen die ook Bijlsma koestert. Maar dat zou je evengoed ook de natuur en de loop der dingen kunnen noemen. En je kunt je (retorisch) afvragen hoe de natuur het miljoenen jaren eigenlijk redde zonder alle ledenorganisaties.

Kostelijk is het voorstel waarmee Bijlsma (‘Ik heb geen cursus polderen gevolgd’) zijn betoog besluit. Een greep: ontsla minstens driekwart van het personeel (‘onder wie alle managers, cluster- en teamhoofden, projectleiders, nep-ecologen en voorlichters’) van professionele organisaties. Verlaag alle salarissen minstens één schaal, ‘weiger mee te werken aan overheidsonzin’, onderzoek en publiceer, en: ‘Bij wanbeheer volgen serieuze sancties voor de verantwoordelijke beheerders en ecologen.’

Een minieme kans van slagen, weet Bijlsma al: ‘Ik snap ook wel dat de belangen groot zijn en dat de hypotheek betaald moet worden.’ Een leger voorlichters en clusterhoofden zal klaarstaan om zijn boek te ‘debunken’. Maar laat het ze in elk geval lezen. Het punt dat hij tracht te maken is er relevant genoeg voor.

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Rob Bijlsma: Kerken van goud, dominees van hout – Over de verwording van de Nederlandse natuurbescherming. Atlas Contact; 352 pagina’s; € 24,99.

Meer over