Roeping

Hij noemde Louis Couperus een 'kappersbediende' en Frederik van Eedens 'Van de koele meren des doods' een 'pathologisch geval'. Pater Gielen was tussen 1912 en 1929 hoofdredacteur van het recensietijdschrift 'Boekenschouw'....

Ed Schilders

Hij was een lezer met een hogere roeping, want altijd was hij in zijn lectuur op zoek naar het slechte. Een goede criticus is hij nooit geworden, een gedreven lezer is hij altijd gebleven. 'Ik word zenuwachtig als ik hem lees', schreef hij over zijn ervaringen met het werk van Couperus, 'en ik geloof dat er nog nooit een boek van dezen man ongeschonden uit mijn handen is gekomen.'

Het werk van Lode Baekelmans stonk naar vis. Dat van Buysse naar mest. Jan Tersteeg was 'door-en-door slecht'. Elsschot is gespecialiseerd in 'zedeloosheid en ongebondenheid'.

Door inzicht werd Gielen niet gehinderd. Toen Van Ostayen stierf, was hij verheugd dat we nu nooit meer iets van de dichter zouden horen; toen de Betuwse volksdichter pater Van Meurs overleed, hoorde Gielen zelfs het verre nageslacht nog diens verzen reciteren.

De enige foto die ik van hem ken, is gemaakt in het Amsterdamse redactiekantoor van 'Boekenschouw'. Gielen staat bij de potkachel. Achter hem overvolle boekenplanken, vóór hem een enorme berg boeken, alsof hij ze verre van zich af heeft gesmeten. Niet om wat hij vond staat hij op drie in onze toptien van lezers van het millennium, maar om wat hij las.

Meer over