DagboekMichel van der Plas (1927-2013)

Rockefellers inkomen: 100 duizend dollar per dag

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Vicepresident Nelson Rockefeller Beeld Bettmann Archive
Vicepresident Nelson RockefellerBeeld Bettmann Archive

Washington D.C., 20 augustus 1973

Hoeveel president Ford precies in dollars waard is, weten we tot op de cent sinds hij door het Congres tot bij wijze van spreken zijn blote huid is onderzocht: 256 duizend dollar, met inbegrip van een ruime 9.000 in aandelen van de Ford Paint and Varnish Company, de zaak van wijlen zijn vader in Grand Rapids.

Ten aanzien van de bezittingen van vicepresident Nelson Rockefeller zijn we minder zeker. Alle gissingen daarover zijn vaag, en de reden waarom iedereen uitziet naar zijn aanstaande screening, is de verwachting dat we dan eindelijk zullen weten of zijn waarde dichterbij het miljard dan bij de 100 miljoen ligt.

Want dat ‘Rockey’ tot het exclusieve groepje der centimiljonairs behoort, schijnt voor iedereen al vast te staan. Rockefeller is niet voor niets een nazaat van John D., die aan het eind van de vorige eeuw schathemelrijk werd, met andere industriëlen zoals Carnegie, magnaten die sneller rijk konden worden dan in onze ­dagen, doordat ze geen last hadden van inkomstenbelasting.

Everybody loves a millionaire, in dit land. Toch hoeft hij het niet van zijn nieuwe staatssalaris te hebben: men zegt dat hij per dag honderdduizend dollar verdient. Er zit aan dat alles één groot voordeel (ik citeer Max Lerner van de New York Post): ‘Hij zal er nooit van verdacht worden zijn hand in de schatkist te laten glijden.’

Michel van der Plas (1927-2013). Ingekort fragment uit Amerikaans dagboek. Elsevier, 1976.

Meer over