De keuzen vanRob 'Snollebollekes' Kemps

Rob Kemps: ‘Toen ik voor het eerst optrad met Vrouwkes wist ik meteen: dit wordt het voor mij’

Het leven van Rob ‘Snollebollekes’ Kemps (34) hangt volgens hemzelf van toeval aan elkaar. Over zijn feestact: ‘Ik neem mezelf niet zo serieus, maar ik straal wél uit dat ik er veel plezier in heb.’

‘Een goed Snollebollekes-nummer heeft twee dingen nodig. Eén: het moet makkelijk mee te doen zijn. Twee: de tekst moet blijven hangen.’ Beeld Frank Ruiter

Alleen of met z’n drieën?

‘Alleen. Ik treed in mijn eentje op als Snollebollekes, maar Maurice Huismans, DJ Maurice en Jurjen Gofers, dj bij Radio Veronica, maken de liedjes. Gaandeweg het proces kom ik erbij, want ik moet zo’n nummer toch 250 keer per jaar uitvoeren. Ik gooi er mijn energie overheen en vorm daarmee de act.

‘Maurice, Jurjen en ik werken nu zes jaar samen. De keren dat we bij elkaar thuis zijn geweest kan ik op één hand tellen. Het is een beetje de verhouding Eddy Wally-Johnny Hoes of Marco Borsato-John Ewbank. Als Borsato in De Kuip staat hoor je niemand naar John Ewbank vragen, maar om een of andere reden is dat bij mij anders: ‘Je doet Snollebollekes toch niet alleen?’’

Vrouwkes of Links rechts?

‘Het begon allemaal met Vrouwkes. Maar eigenlijk voel ik het meest bij Op en neer, mijn lievelingsnummer. Van Snollebollekes dan hè! Op en neer, daar zit alles in: een opbouw met energie aan het begin, daarna een rustiger stuk, een stuk om op te springen en op een langzamer tempo te zwaaien en een finale. Ik open er bijna elke show mee, en dan is het meteen aan. 

‘Een goed Snollebollekes-nummer heeft twee dingen nodig. Eén: het moet makkelijk mee te doen zijn. Geen hogere wiskunde, dat is niet waar ze in de feesttent op zitten te wachten. Twee: de tekst moet blijven hangen. 

‘Toen ik voor het eerst optrad met Vrouwkes wist ik meteen: dit wordt het voor mij. Mijn platenbaas Adrie van den Berk had een platenzaak in Best, waar ik als kind de single 35 koeien van André van Duin kocht. Later werd ik in Best een beetje bekend met Tonproaten (een soort carnavalscabaret) en ik zong carnavalsliedjes op ‘blèravonden’. Adrie leerde op een gegeven moment Maurice en Jurjen kennen, die op zijn label Vrouwkes wilden uitbrengen. ‘Maar hier moet je een act van maken’, heeft hij toen gezegd, ‘dat gaat scoren in het land.’ Hij dacht aan mij voor de invulling van die act. Zonder Adrie had mijn leven er nu heel anders uitgezien.’

De liedjes of de act?

‘Ik kan niet zingen en ik kan niet dansen, zeg ik altijd, maar ik noem mezelf wel de nachtegaal van het zuiden. En als jij zegt dat Snollebollekes kutmuziek is, dan is mijn antwoord: klopt, jij hebt smaak. Die spot is belangrijk voor de act. Als ik interessant liep te doen met die microfoon, zou het sneu zijn. Ik neem mezelf niet zo serieus, maar ik straal wél uit dat ik er veel plezier in heb. Dat maakt Snollebollekes volgens mij sympathiek. Zeker in het begin kwamen er geregeld mensen naar me toe die dingen zeiden als: ‘We hadden eigenlijk niet zoveel zin om op de tafel te klimmen, maar jij had er zelf zoveel lol in dat we het toch maar deden.’

‘Doordat de act van Snollebollekes nergens echt bijhoort en je ‘m nergens echt mee kunt vergelijken, is-ie overal ludiek. Dus hoor ik in principe overal bij. ‘Eigenlijk ben ik hier helemaal niet van’, maar ik vind het zo geweldig’ – dat soort opmerkingen hoor ik zó vaak. Ik denk dan: je houdt er dus gewoon van.’

Martijn Koning of Claudia de Breij?

‘Martijn Koning. Zijn humor ligt mij meer. Ze verwezen allebei naar Snollebollekes in hun oudejaarsconference, Claudia de Breij kwam op in een pandapak, op de muziek van Links rechts. Ik vond het supervet. Vroeger hoopten politici dat Wim Kan hen zou noemen in zijn oudejaarsconference. Nou, die kan ik toch maar mooi afvinken. 

‘Verder heb ik niet zoveel meer met cabaret. In 2007 kwam ik verder dan gedacht met Lama gezocht, het programma waarin BNN zocht naar een nieuw komisch talent voor De lama's. Ik gaf mezelf op voor de audities toen ik nog in de friettent werkte. Uiteindelijk werd ik tweede. Het was een mooi avontuur, maar toen het klaar was, was ík er ook snel klaar mee. De ambitie om cabaretier te worden heb ik nooit echt gehad.’

Man met een plan of toevalstreffer? (1)

‘Mijn leven hangt van toeval aan elkaar. Ik heb nog nooit een plan gehad. Maar ook nooit schulden of openstaande rekeningen. 

‘Mijn eerste auto kocht ik voor 2.500 euro, een Volvo 240, precies het bedrag dat ik op dat moment op mijn rekening had. Ik had geen geld voor benzine. Maar altijd was er wel weer een kennis die belde: ‘Het is hier in Sint-Oedenrode kermis, wil je drie avonden plaatjes komen draaien?’ Nou, dan had ik toch weer 600 euro. Die auto heb ik trouwens nog steeds, al heb ik ook een andere voor mijn werk; ik maak 700 kilometer in een weekend, dat kan ik met die oude Volvo niet meer doen.

‘Ik heb twee keer een paar maanden in Parijs gewoond, waar ik rondleidingen gaf op de begraafplaats Père-Lachaise. Als ik daarmee aan het einde van de dag 40 euro had opgehaald, ging ik iets eten van 35 euro, had ik 4 euro verdiend, dan kocht ik een stokbrood en La Vache Qui Rit. Tot mijn 34ste heeft deze instelling me een zalig leven opgeleverd. 

‘Als een evenement waarvoor ik ben geboekt wordt afgelast, krijg ik als artiest in principe mijn geld, maar ik ben vaak de eerste die zegt: laat lekker zitten. Natuurlijk kan ik denken: makkelijk verdiend. Maar stel, ik doe dit nog tien jaar, ik ben op een gegeven moment een beetje op mijn retour en een boeker moet kiezen tussen drie artiesten, dan hoop ik dat-ie nog eens terugdenkt aan de keer dat ik hem heb gematst.

‘Optredens die voor de komende weken gepland stonden, hebben we tot nu toe allemaal kunnen verzetten. De uitverkochte Gelredome-concerten van volgend weekend en de familieconcerten op 1 en 4 april zijn verplaatst naar oktober. Ik had er veel zin in, en hetzelfde geldt natuurlijk voor de mensen die al maanden een kaartje hadden, die oppas hadden geregeld of een hotelletje hadden geboekt. Ik was dus wel verdrietig toen dat besluit viel, maar als ik denk aan alle kleine zelfstandigen ben ik wel de laatste die mag zeiken.’

Met of zonder de vrouw op pad?

‘Het liefst met. In de begintijd van Snollebollekes werkte mijn vriendin Miriam ’s ochtends vanaf zes uur in een stationsrestauratie. Ze kwam thuis als mijn dutje begon, want ik moest vaak rond een uur of acht de hele nacht weg. Het is leuk om elkaar af en toe te zien als je verkering hebt, dus besloten we samen naar optredens te rijden. In november hebben we een zoontje gekregen, dus nu rijdt er tijdelijk iemand anders. 

‘Soms kies ik er ook bewust voor om in mijn eentje te gaan. Dan kan ik in de auto lekker ongestoord Jacques Brel luisteren. Laatst was ik bij de talkshow Op1 te gast om te lullen over mijn liefde voor Brel. Ik merk dat die kant van mij Snollebollekes voor sommige mensen ineens credible maakt. Er hangt toch een beetje een schmutzig, dom imago rond feestartiesten. Mensen denken dat het bij mij altijd feest is, dat ik thuis naar de Lawineboys zit te luisteren. Nou, als ik één ding niet wil horen thuis zijn het de Lawineboys wel. Maar als ik met een sigaar en een Flügel in de kroeg sta heb ik niks liever dan de Lawineboys. 

‘Voor ieder moment en ieder gevoel is er muziek. Het Snollebollekesgevoel is feest, puur feest. En als je echt wilt lachen moet je het op je begrafenis draaien.’

Rob Kemps

1985 geboren in Best
2003 mbo-opleiding Koken en Serveren De Rooi Pannen, Eindhoven
2007 doet mee aan het tv-programma Lama gezocht, eindigt als tweede
2008-2009 maakt online content voor BNN
2014 oprichting Snollebollekes door Adrie van den Berk, eerste hit met Vrouwkes
2019 uitverkochte concerten in stadion Gelredome
2020 vier shows in Gelredome, eigen festival Total Loss in Best, boek Randverschijnselen

Rob Kemps woont in Best met zijn vriendin Miriam en hun zoon Manu.

Feesten of laten feesten?

‘Laten feesten. Als ik in het publiek van Snollebollekes zou staan, was ik lastig mee te krijgen. Ik zou zo’n man zijn die achter in de zaal met zijn elleboog tegen de bar leunt, zo een die denkt: iedereen staat te springen, dus ik kan snel bestellen. En juist die man probeer ik met zijn elleboog van de bar te krijgen.

‘Ik spreek mensen vaak rechtstreeks aan als ik zie dat ze niet meedoen. Je moet het publiek triggeren. Als ik zeg: ‘Luister, iedereen uit Brabant zakken’, dan zakken de meeste Brabanders gelijk door hun knieën, want ze zijn trots dat ze uit Brabant komen. En als ik verder ga met: ‘Iedereen die denkt dat-ie het beter kan dan die Brabanders, zakken!’, dan zakken de andere provincies.’

Optreden in het zuiden of andere delen van Nederland?

‘Overal. Op Spotify kun je zien dat we het meest worden beluisterd in Amsterdam. Toch hadden we zelf ook verwacht dat de meeste kaarten voor de Gelredome-concerten zouden worden gekocht door Brabanders, maar dat is dus helemaal niet zo. 

‘Het Brabantse heeft wel een aandeel in het succes van Snollebollekes, denk ik. Kijk naar Theo Maassen, Hans Teeuwen, de New Kids, Frans Bauer, maar bijvoorbeeld ook Robèrt van Beckhoven van Heel Holland bakt: iedereen vindt hem een mooie gast. Er is iets wat die Brabanders uitstralen. Een bepaalde sympathie en omhelsbaarheid, maar ook iets van eenvoud, het leven met een korreltje zout nemen, niet te moeilijk doen.’

Man met een plan of toevalstreffer? (2)

Vier keer het Gelredome uitverkopen, dat is toch wel een beleving. Je bent raar bezig als je dan zegt: daar heb ik niet zo’n zin meer in. Ik denk steeds dat het niet gekker kan, maar dat blijkt dan toch te kunnen: van Paaspop ging ik naar Dutch Valley en de huldiging van de Oranje Leeuwinnen, ik heb zelfs nog een paar minuten op Defqon gestaan voor zeventigduizend man, in Ahoy met Lee Towers. Deze zomer organiseren we een uitverkocht festival in Best. Als deze dingen normaal beginnen te voelen, dan moet ik misschien stoppen. 

‘En juist doordat ik altijd zeg dat ik altijd weer friet kan gaan bakken, zul je zien dat dat uiteindelijk niet nodig is. En als het wel nodig is, dan is het ook goed hè. Want ik zeg het niet alleen, ik meen het ook. Interesseert me niks. Alleen hoop ik wel dat ik dan zo slim ben geweest dat ik een eigen friettentje kan kopen.’

Meer over