Rizzo laat lelijk eendje zingen en spreken

De Klap op de Vuurpijl, met trio Matinier/Riessler/Rizzo; Koor Nieuwe Muziek met Sirius Accordeon Quintet; Willem Breuker Collectief. Frascati, Amsterdam....

Als je met gesloten ogen luistert naar Carlo Rizzo hoor je een wervelende ritme-sectie: een basgitaar, een Afrikaanse talking drum, een Caribische steeldrum, trommels, bekkens. Als je naar het podium kijkt zie je een man met een tamboerijn. Het is eigenlijk niet te geloven, is dat werkelijk alleen maar dat vermaledijde trommeltje met schellen waarmee geen enkele middelbare scholier tijdens de muziekles wil worden opgezadeld, dat instrument dat alleen is te verkiezen boven het woodblock? Wie had ooit kunnen denken dat een tamboerijnspeler de ster van de avond zou kunnen zijn? Rizzo was dat zonder twijfel, zaterdag in het Amsterdamse Frascati op een avond van de 21ste editie van Willem Breukers Klap op de Vuurpijl.

De Italiaanse meestertrommelaar heeft een snoertje en een elektrisch element aan zijn tamboerijn bevestigd, maar dat is dan ook de enige kunstgreep die hij heeft toegepast. Voor de rest is het pure inventiviteit. Hij heeft de verborgen kracht van het eenvoudige instrument gezien, die vóór hem waarschijnlijk iedereen is ontgaan.

In de West-Afrikaanse muziek is de rol van sterspeler weggelegd voor de muzikant met de talking drum. Dat is ook niet meer dan een kleine trommel, die je kan laten spreken door variaties in de spanning van het vel. De Afrikaanse meestertrommelaars klemmen de bespanningsdraden onder hun arm, knijpen en laten vieren. Rizzo drukt met de vingers van zijn linkerhand op de achterkant van het vel en zie daar: ook de tamboerijn blijkt te kunnen spreken.

De steeldrum tovert tonen uit het olievat door uitgeklopte uithollingen. Rizzo vindt ook zonder dat een breed scala aan tonen op allerlei plekjes van zijn tamboerijn. Al zijn vondsten blaast hij leven in met zijn virtuoze slagtechniek. Dankzij de versterking kan hij aaien, duwen met zijn vingertoppen, trappelen als paardenhoeven en als hij met zijn duim slaat als een funkbassist hoor je opeens een basgitaar.

Als Rizzo alleen op het podium had gestaan, was dat ruim voldoende geweest voor verrukking, maar naast hem stond nog zo'n man die van een lelijk eendje een prachtige zwaan maakt: de Franse accordeonist Jean-Louis Matinier. Natuurlijk heeft de tango-meester Astor Piazzola al veel gedaan om de trekharmonica van zijn slome en suffige imago af te helpen (Matinier bracht de Argentijn een eerbetoon in een solo), maar in de jazz komt Matinier alle eer van baanbreker toe.

Wat moet het een gelukzalig moment zijn geweest voor de accordeon toen er eindelijk iemand was die zijn onvermoede talenten aansprak. In de handen van Matinier kan de trekzak de aarde laten trillen, in een razend tempo loopjes nemen die voorbehouden leken aan de piano, en ritmisch klakken zoals rietblazers met hun tong doen. En voor wie mocht denken dat dit niet meer de vertrouwde accordeon was, speelde Matinier nog even een melodie die de sfeer opriep van een slenterende Maigret op een verregende kade van Le Havre.

Met twee van die verrassende metamorfosen naast zich speelde het derde lid van het trio, de Duitser Michael Riessler, noodgedwongen een wat ondergeschikte rol. Zijn basklarinet is al lang een koningsinstrument, sinds Eric Dolphy 35 jaar geleden. Toch is Riessler de ideale derde man en de klank van de klarinet maakte het samenspel volmaakt, het trio is een volwaardig orkest dat elke concertzaal aankan.

De avonden van de Klap op de Vuurpijl hebben al 21 jaar dezelfde formule: jazz, gecomponeerde moderne muziek en afsluitend een optreden van Breukers eigen Kollektief. Zaterdag werd het trio Matinier/Riessler/Rizzo gevolgd door het Koor Nieuwe Muziek. De enige overeenkomst was de accordeon: het Sirius Accordeon Quintet speelde met het koor het prachtige, melancholieke Le Cortège d'Orphée van Carlos Micháns. Breuker zelf zorgde voor een tweede gigantische stijlbreuk met zijn beproefde Kollektief-muziek van strakke arrangementen, grove solo's, een scheut Weil en wat mespunten flauwiteiten.

Maar wat nog naklonk tot diep in de nacht waren de accordeon en de tamboerijn.

Wim Bossema

Meer over