Rijks voegt Mondriaan toe aan schatkamer

Het Rijksmuseum heeft zijn eerste Mondriaan. Geen abstract werk, maar een figuratieve weergave van een molen aan het riviertje Gein bij Abcoude....

Van onze medewerkster Wieteke van Zeil

Het Rijksmuseum wil, zeker in de toekomstige nieuwe inrichting, de nationale schatkamer zijn. En daarin kan een Mondriaan niet ontbreken.

Jenny Reynaerts, conservator negentiende- en twintigste-eeuwse schilderkunst, is duidelijk over de reden waarom het museum trots is op de nieuwe aankoop. Met Oostzijdse molen bij maanlicht (1903), dat dinsdag werd gepresenteerd in het filiaal van het ‘Rijks’ op Schiphol, haalt het museum een werk in huis van een grote Nederlandse kunstenaar die nog ontbrak in de collectie.

De tentoonstelling Dutch Windmills: Art and Industry waar het werk nu te zien is, maakt duidelijk hoe zeer het schilderij past bij de collectie. ‘De molen staat symbool voor het Hollandse cultuurlandschap. Al sinds de zeventiende eeuw is de molen een favoriet onderwerp voor kunstenaars,’ zegt de conservator. ‘Jacob van Ruisdael en Jan van Goyen schilderden molens, maar ook negentiende-eeuwse schilders als Jongkind en Gabriël. Het museum kocht hun werk destijds als hedendaagse kunst aan en Mondriaan tekende ze in het museum na, zoals in een van de oude gastenboeken genoteerd staat.’

De Oostzijdse molen is één van de twintig studies die Mondriaan maakte van de molen, die nu nog bij Abcoude aan het riviertje Gein staat. Het schilderij werd voor 495 duizend euro aangekocht, een bedrag dat zich moeilijk laat vergelijken met de 80miljoen gulden die in 1998 voor de Victory Boogie Woogie werd neergelegd. Maar dat was Mondriaans laatste doek, en dit is een vroeg werk. Figuratief en relatief klein: 63 bij 75,4 cm. ‘Het is geen hemelbestormend twintigste-eeuws werk, maar een brug tussen twee belangrijke perioden’, zegt Reynaerts.

De molen markeert de grens tussen figuratief en abstract. Tussen landschappen, die gehuld zijn in sfeervolle weersomstandigheden en abstracte beelden die naar een hogere werkelijkheid verwijzen. Op het schilderij zijn onderwerp, kleuren en lijnen even belangrijk. De molen staat in maanlicht – een walm van grijs, violet, groen en blauw. Details zoals de grassprieten op de voorgrond wisselen af met de grote lijnen van de horizon en het riviertje. ‘Mondriaan schilderde in het begin in de stijl van de Haagse School, maar in dit werk is hij daar al vanaf gestapt.’

Het werk past in de negentiende-eeuwse collectie. Maar een brug tussen twee eeuwen kunst kan het niet vormen – het museum heeft immers geen abstracte schilderijen uit de twintigste eeuw. De twintigste eeuw is in het Rijksmuseum alleen vertegenwoordigd met historische objecten, zoals het bureau van Willem Drees, en met foto’s.

Toch vormt de Mondriaan volgens Reynaerts een missende schakel. Betekent deze aanwinst het begin van een nieuw aankoopbeleid? ‘Daarover kan ik nog niets zeggen. De plannen voor de nieuwe inrichting worden pas over een half jaar bekendgemaakt.’

Meer over