PostuumRichard Rogers (1933-2021)

Richard Rogers keerde architectuur binnenstebuiten en kreeg wereldwijd navolging

Richard Rogers (links) en Renzo Piano bij een maquette van het Centre Pompidou in Parijs in 2017.  Beeld AFP
Richard Rogers (links) en Renzo Piano bij een maquette van het Centre Pompidou in Parijs in 2017.Beeld AFP

Architect Richard Rogers ontketende een revolutie in de architectuur met museum Centre Pompidou in Parijs.

Kirsten Hannema

‘Goede architectuur civiliseert, slechte architectuur brutaliseert’, luidde het credo van de Britse architect Richard Rogers, vooral bekend door zijn ontwerp voor het Centre Pompidou in Parijs en het Lloyd’s-gebouw in Londen. De Britse toparchitect is zaterdagavond op 88-jarige leeftijd overleden in zijn huis in Londen.

Rogers werd in 1933 geboren in Florence (Italië) en studeerde architectuur in Londen en aan de Amerikaanse Yale universiteit. Een van zijn medestudenten was de Brit Norman Foster, met wie hij in Engeland een architectenbureau begon, samen met hun echtgenotes, Su Brumwell en Wendy Cheeseman. Ze maakten naam met hun industriële glas-en-staalarchitectuur, die later door vakmedia hightech werd genoemd. Kenmerkend voor hun stijl is het gebruik van prefab bouwelementen, expressieve draagconstructies en installatietechniek. Het Wimbledon House, dat ze bouwden voor Rogers’ ouders in Londen als prototype voor betaalbare woningbouw, is een sprekend voorbeeld.

In 1967 gingen Rogers en Foster uit elkaar, waarna Rogers samen met de Italiaan Renzo Piano het bureau Piano & Rogers startte. Met hun prijsvraagontwerp voor het Centre Pompidou in Parijs (1977), waarbij ze de roltrappen, liften en installaties in kleurige buizen aan de gevels hingen, ontketenden ze een revolutie in de architectuur en de museumwereld. De een vond het gebouw, dat wel iets weg heeft van een raffinaderij, afschuwelijk; het léék niet eens op een museum. Maar volgens W.F. Hermans, die na de opening voor NRC Handelsblad ging kijken, was het zonder meer ‘een wonderwerk’. ‘Nog niet eerder heeft de geest van de eeuw der machines zich zo geniaal uitgedrukt in een architectonisch meesterwerk.’

Het was het democratische ideaal achter het museumontwerp dat de aandacht van de jury had getrokken; de architecten wilden ‘een plek voor alle mensen, jong en oud, arm en rijk, alle geloven en nationaliteiten, een kruising tussen Times Square en de culturele rijkdom van het British Museum’. Dat het ontwerp ook meteen een icoon was ‘hadden we niet zo door’, vertelde Rogers in 2017 in een interview met de Financial Times. Rogers had een hekel aan het woord ‘iconisch’. ‘Ik hou van goede gebouwen’, zei hij.

Centre Pompidou veroorzaakte een Guggenheim-effect avant la lettre, en bevestigde Rogers’ handelsmerk van het tonen van de infrastructuur van het gebouw aan de buitenkant. Door het interieur, waarin normaal gesproken de buizen en luchtkanalen in plafonds en schachten weggestopt werden, ‘binnenstebuiten’ te keren, kon hij de binnenruimten helemaal open houden. Het ontwerp kreeg overal in de wereld navolging. In Nederland zie je de invloed terug in de Centrale Bibliotheek van Rotterdam (1983, Van den Broek & Bakema) en het Beursgebouw in Almere (1981, Environmental Design).

Rogers gebruikte eenzelfde aanpak voor zijn ontwerp voor het Londense Lloyd’s-gebouw, voltooid in 1986. Ook hier was het publiek aanvankelijk in shock, inmiddels is het kantoorgebouw – ook wel bekend als The Inside-Out building – een rijksmonument.

Samen met Foster, Piano, Rem Koolhaas, Frank Gehry en de Brits-Iraakse architect Zaha Hadid, groeide Rogers uit tot een van de meest succesvolle en invloedrijkste architecten ter wereld. In 2007 ontving hij de Pritzker Prize, die geldt als de Nobelprijs van de architectuur. In 1991 sloeg koningin Elizabeth hem tot ridder, waarbij hij de titel Baron Rogers of Riverside kreeg.

Adri Duivesteijn, voormalig wethouder van architectuurstad Almere, noemt Rogers ‘een groot architect die de stad moderniseerde zonder de historische stad te diskwalificeren’. Een voorbeeld is zijn ontwerp voor het Antwerpse Paleis van Justitie, dat in 2006 als een gigantisch vlaggeschip de havenstad binnen zeilde. Het is een gebouw dat groots oogt met zijn stalen puntdaken, en tegelijk uitgesproken publiek is, met brede trappartijen en glazen gevels.

Rogers werkte aan grote utiliteitsgebouwen op vliegvelden en het mega-evenementencomplex Millennium Dome in Londen (1999), maar ontwierp net zo lief kleine projecten, zoals het knalrode Maggie’s Centre, een ziekenhuis voor kankerpatiënten waarvoor hij de Britse RIBA Stirling Prize ontving. Hij bleef altijd optimistisch over de mogelijkheden om met architectuur bij te dragen aan de fysieke omgeving, en daarmee aan de sociale kwaliteit van leven.

De Millennium Dome in Londen in 2005.  Beeld AFP
De Millennium Dome in Londen in 2005.Beeld AFP

Millennium Dome

De immense Millennium Dome (in de toptien van gebouwen in de wereld, geordend naar ‘bruikbaar volume’) werd op 31 december 1999 geopend. Een jaar lang was hier de Millennium-expositie te zien, die een financiële flop werd. Nog voordat de expositie opende figureerde de Dome in de Bond-film The World is not Enough. Inmiddels is de Dome een entertainmentcentrum, bekend als de O2-Arena. De O2 werd in juni 2007 geopend door de Amerikaanse band Bon Jovi.

Met het paviljoen dat dit jaar werd opgeleverd op het Franse wijnlandgoed Château La Coste in Zuid-Frankrijk – een stalen ‘balk’ die 27 meter uit de grond steekt boven een heuvel – sloot hij zijn carrière spectaculair af.