Interview

Reza Namavar luisterde alle 498 Vivaldi-concerten achter elkaar én gaf zijn oordeel: ‘Ik dacht: binnen twee of drie maanden ben je wel klaar. Nou, echt niet’

Componist Reza Namavar vond tijdens de lockdown een bijzondere manier om de tijd te doden: hij beluisterde alle concerten van zijn collega Antonio Vivaldi en voorzag ze van cijfers. Wat heeft hij geleerd?

null Beeld Debora Westra
Beeld Debora Westra

Woensdagochtend stuurt Reza Namavar (40) het definitieve tekstbestand toe. 69.952 woorden telt het, vergelijkbaar met een paperback van tegen de 300 pagina’s. Het is het resultaat van Namavars coronaproject. Vanaf eind maart 2020 luisterde hij elke dag naar concerten van Antonio Vivaldi. Om ze vervolgens van een rapport in telegramstijl en een cijfer te voorzien.

Alle 498.

Namavar, zelf een componist die ambachtelijkheid met het absurde combineert, kondigde het project vorig jaar aan op zijn Facebookpagina. Daarop stelde de Volkskrant voor om een interview te doen als het project zou zijn afgerond. Namavar ontvangt zijn bezoek thuis in zijn Amsterdamse benedenwoning. In de boekenkast staan vogelgidsen en Lonely Planets, vooral over afgelegen eilanden, zijn andere obsessie. Gauguin-replica’s – als het weer kan, wil Namavar naar Tahiti – moeten nog worden opgehangen.

Die vakantie is verdiend, want Namavar was naar eigen zeggen vijf à zes uur per dag met Vivaldi bezig. Gemiddeld duurt een Vivaldi-concert tien minuten, maar hij moest ze van zichzelf minimaal vijf keer beluisteren om een oordeel te kunnen vellen. ‘Daarna wilde ik niets meer horen en kon ik geen gesprek voeren. Na 5 uur ’s middags stopte ik, anders ging het maar door in mijn hoofd, dan sliep ik niet meer. Vivaldi is heel dwingend, de hoeveelheid prikkels is hoog. En hij laat bijna geen spanning los.’

null Beeld -
Beeld -

Waarom heb je dit gedaan?

‘Ik had niets te doen. Ik ben heel voorzichtig met covid, dus ik heb heel lang bijna niemand gezien. De balletklas waar ik piano speelde, lag op zijn gat, want alle kinderen kregen online les en compositieopdrachten had ik ook niet. Ik hou van Vivaldi en was benieuwd naar wat er achter al die nietszeggende nummers in de catalogus zat (de Ryom-Verzeichnis, waarin al Vivaldi’s werken zijn geordend met een RV-nummer, red.). Ik dacht: binnen twee of drie maanden ben je wel klaar. Nou, echt niet.’

Hoe ben je te werk gegaan?

‘Ik luisterde terwijl ik achter mijn computer zat, met het document geopend om te schrijven, met de overzichtslijst en de partituur of het manuscript van het concert. Die kon ik allemaal downloaden. Ik heb me door de verschrikkelijkste opnamen heen geworsteld. Daarmee heb ik mijn voorstellingsvermogen wel getraind. Andersom komt ook voor: dan heb je een minder stuk dat heel goed wordt gespeeld en ben je geneigd dat hoger te waarderen.’

Je hebt ook onvoldoendes uitgedeeld.

‘Bij de vioolconcerten zijn dat er heel weinig, dat was natuurlijk Vivaldi’s eigen instrument. Maar bij de concerten voor meerdere instrumenten, kom je van een koude kermis thuis: dan komt er een chalumeau langs (een klarinetachtig instrument, red.) en dan een mandoline en dat is het dan. RV 468, een concert voor fagot, heb ik een 2,5 gegeven. De ritmiek is reliëfloos, het basismateriaal is gewoon heel slecht. Het stuk faalt op elke compositorische parameter.

‘Ik heb eerder ook alle Bach-cantates cijfers gegeven. Ik denk dat me dat in barokkringen niet in dank wordt afgenomen, ze zien zo’n componist toch als een heilige. Terwijl hij ook gewoon iemand was die een slechte dag kon hebben en naar de wc ging.’

De rapporten hebben een hoge informatiedichtheid en vereisen kennis van de muziektheorie (‘Als ik een woord als ‘arpeggio’ moet gaan uitleggen, weet je hoe vermoeiend dat is?’). Over het Concert voor strijkers in F-groot (RV 139) schrijft hij bijvoorbeeld: ‘Melodisch syncopisch meanderend in basisbarokformules met soloviool. Fantasieloos. Geen enkele compositorische parameter vindt een extreme. Datzelfde geldt voor de zouteloze siciliano in het tweede deel. Saaie melodie, saai ritme en saaie harmonie met ingezakte begeleiding. Derde deel met soloviool mist tevens contour. Alles humt maar door. Zelfs het gebaar is absent. Is dit de terreur van F majeur? Inspiratieloos.’

Eindoordeel: een 3,5.

Toch spreekt er vooral bewondering uit je verslag. Wat zie je als Vivaldi’s grootste kwaliteiten?

‘Hij is een heel obsessieve componist. Hij kan een heel kort bestanddeel heel consequent uitwerken, hij blijft altijd zeer gefocust, een componist met tunnelvisie: ik werk dit uit en de rest bestaat niet. Daarin lijkt hij meer op Beethoven dan op Bach. Als je een programma hebt met stukken van zes barokcomponisten, onthoudt het publiek het stuk van Vivaldi.’

Waarom?

‘Omdat hij echt een knal voor je kop kan geven. Hij zegt nooit ‘Dus, uh, wat dat betreft...’ of ‘Maar goed, in ieder geval...’. Vivaldi is geen ideeënspuwer, maar een scenarioschrijver met een groot gevoel voor spanning: elk motief heeft een consequentie voor de muziek die daarop volgt. Wat ik ook heel goed vind, is dat de langzame delen nooit zo domineren dat de uitstraling van een stuk als geheel langzaam is.

‘Bij Vivaldi gaat het om energie. Hij geeft het publiek geen kans om met programmaboekjes te gaan rommelen. Hij schrijft snelle toonladders, alleen maar omdat ze energie opwekken. Daardoor mist hij ook weleens wat kansen om mooie harmonieën te maken. Ik vind hem ook een onhandige melodieënschrijver. Het begin van een melodie, het kopmotief, laat hij vaak snel los, dat herhaalt hij dan niet.’

Zit er veel verschil tussen de concerten in vorm en inhoud?

‘Hij heeft een structuur gevonden, met grote contrasten, die hij vaak herhaalt, ja. Omdát die structuur zo goed werkt. Als je meer van hem beluistert, zie je hoe vaak hij daarvan afwijkt.’

Quattro stagioni

De Venetiaan Antonio Vivaldi (1678-1741) – vioolvirtuoos, componist, docent én priester – geldt als de meester van het barokke concerto, waarin een of meerdere instrumenten het tegen een orkest opnemen. Veel van zijn composities schreef hij voor het Ospedale della Pièta, een tehuis voor vondelingen. Meisjes kregen er muziekles en maakten deel uit van het koor en orkest. Zijn bekendste vier vioolconcerten, De vierjaargetijden, zijn weinig representatief omdat ze een buitenmuzikaal programma volgen: ze zijn daarom losser van vorm.

Je schetst hem ook als conceptueel componist.

‘Neem het vioolconcert RV 300, daarin blijft hij veertig maten in de toonsoort G-groot hangen. Het harmonisch tempo, het wisselen van akkoorden, ligt heel laag. Daarna gaat hij ineens helemaal los. Dat is voor mij een bewijs dat hij dat aanhouden van die toonsoort heel bewust deed, als effect. Hij zette zijn gaven doelbewust wel of niet in en hoefde niet per se in elk stuk te laten zien wat hij kon.’

Heb je het gevoel dat je hem begrijpt?

‘Daar ga ik geen ja op zeggen. Ik zou hem nu wel beter kunnen nadoen.’

Zou je ook zo veel kunnen componeren?

‘Het kost mij al veel tijd om te luisteren naar wat hij allemaal heeft gecomponeerd. Dan vraag ik me ook af: hoeveel tijd zal het hem dan hebben gekost om dit allemaal te maken? Maar ik had het ook kunnen doen, ja hoor, als ik in zijn tijd had geleefd, toen mensen die muziek ook nog wilden uitvoeren.

‘Als het goed is, is het hoofd van een componist een bom die de hele tijd ontploft. Ik denk niet dat Antonio ooit dacht: wat moet ik schrijven? Ik geloof niet dat er een componist is die een uur lang naar een lege notenbalk zit te staren, of mijn empathie is niet groot genoeg.’

null Beeld -
Beeld -

Dan gaat Namavars telefoon. Hij drukt de beller weg en legt er vervolgens een stapeltje boeken op zodat hij het schermpje niet hoeft te zien. Als hij een vraag krijgt waarop hij geen antwoord heeft – namelijk wie nou eigenlijk die Ryom is, de Deense musicoloog naar wie die Vivaldi-werkencatalogus is vernoemd – lichten zijn ogen op. ‘Nu vraag je iets wat ik niet weet!’

Weet je wel van elk RV-nummer het concert dat erbij hoort?

Met teleurgestelde blik: ‘Ik kom wel een heel eind, maar nee.’

Wil je nog iets doen met dit document?

‘Ik wil dat het op een website komt, zodat musici, en wie er maar in geïnteresseerd zijn, alles kunnen opzoeken. Als er nieuwe inzichten zijn, kan ik het document aanpassen. Wie weet verander ik van gedachten over een stuk. Mijn doel is informeren en mijn mening krijg je erbij cadeau.’

Vond je dit tot het einde leuk om te doen, of moest het gewoon af?

‘Het is bij Vivaldi zo dat de bekende stukken vaak heel terecht bekend zijn. Maar soms ontdek je iets totaal obscuurs, dan heeft de opname van zo’n concert nog maar vijf views op YouTube en blijkt dat stuk net zo goed. Dan word ik heel blij, dat is de motor die zorgt dat ik dit blijf doen.’

In Nederland wordt Bach vaak gezien als de allergrootste. Zit Bach de Vivaldi-waardering in de weg?

‘Dat denk ik wel. Het zijn totaal verschillende componisten met andere kwaliteiten. Bij Vivaldi hoor je nog weleens Oriëntaalse elementen, dat heeft Bach niet: alle instrumenten unisoon in de laagte in mineur, dat is gewoon geen Europees geluid. Ik las ook dat Vivaldi vlak bij het Egyptische kwartier van Venetië woonde, misschien heeft dat hem beïnvloed.

Dat harmonisch tempo is bij Bach juist veel hoger: bij hem gebeurt er verticaal meer, meer tegelijk, waar Vivaldi meer met tijd speelt. Natuurlijk heeft Bach meer diepgang, maar ik heb veel bewondering voor de duidelijkheid van Vivaldi.’

Twee jaar geleden interviewde ik je samen met columnist Ebru Umar. Jullie zijn het over veel oneens, maar wel beste vrienden. Een van de redenen dat het zo goed klikt, zei je, is dat ze zo duidelijk is.

‘Ja. Mooi gevonden. Als Vivaldi’s muziek somber is, is die gewoon somber. Er zijn bij hem geen dubbele bodems. Er is geen ruis.’

De rapporten van Reza Namavar zijn hier te lezen. Zondag speelt violist Cecilia Bernardini speciaal voor Namavar zijn favoriete Vivaldi-concert in Podium Witteman (NPO 2), het Concert in d-klein (RV 237).

De top-5 van Vivaldi volgens Namavar

1. Concert voor viool in d-klein, RV 237. ‘Constante suspense. Concerto ontneemt de adem. Een 10.’

2. Concert voor cello in e-klein, RV 409. ‘Atypisch concert waarin Vivaldi gehakt maakt van zijn eigen vormconcept en speelt met steeds snellere wisselingen: een parel.’

3. Concert voor viool in f-klein, RV 297. ‘Beter bekend als De winter uit De vier jaargetijden. Het dramatische hoogtepunt uit zijn oeuvre.’

4. Concert voor strijkers in g-klein, RV 156. ‘Gaat net steeds een andere kant op dan je denkt. Opjuttende ladders, wervelend en donderend, een waar kunstwerk.’

5. Concert voor sopranino-blokfluit in C-groot, RV 443. ‘De montagetechniek die het vak componeren behelst, kán niet beter dan hier.’

Meer over