Reynaert en Anne

Reintje Vos is een slimmerik die de hoofdrol speelt in tal van kinderboeken en stripverhalen. In deel 257 van Suske en Wiske draaft hij op als ‘De rebelse Reinaert’, onder de titel ‘Le roman du Renart’ werd hij verstript door Mathis & Martin en door Bruno Heitz....

Nu is er Reynaert de vos van Marc Legendre en René Broens, een beeldroman die terugkeert naar de middeleeuwse, dertiende-eeuwse klassieker Van den vos Reynaerde. Dat wil zeggen: René Broens is lid van het Reynartgenootschap en heeft zich ten doel gesteld het werk in zoveel mogelijk gedaanten te presenteren. Hij heeft de oorspronkelijke tekst vertaald in rijmende, jambische viervoeters en Marc Legendre bereid gevonden die te visualiseren.

Een gewaagd plan, want Legendres manier van verbeelden is niet de meest rechtstreekse. Hij wekte de afgelopen jaren aandacht met zijn grafische romans Finisterre en Verder, waarin hij met gemanipuleerde foto’s en heftige beeldmontages verhalen vertelde over eenzaamheid, liefde en geweld (als eerste ‘strip’ in het Nederlandse taalgebied werd Verder in 2008 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs).

Voor de Reynaert kiest Legendre dezelfde stijl, met wisselend succes. In fabels worden dieren doorgaans antropomorf voorgesteld, vermenselijkt, maar bij Legendre blijft een vos een gefotografeerde Vulpes vulpes oftewel een biologisch verschijnsel waaraan hier en daar een schalkse gelaatsuitdrukking aan is toegevoegd.

Bij Koning Nobel is dat minder het geval en zit tussen de leeuwenmanen een mensengezicht waarmee de lezer zich kan identificeren. De haas Cuaert, de kater Tybeert en de wolf Isegrim blijven echter beest en uit hun bek rollen dan de viervoeters van Broens, die in hoge mate lijdt aan rijmdwang en net zo lang aan de zinsvolgorde sleutelt tot een en ander gelijkluidend is.

Die combinatie maakt deze Reynaert tamelijk onleesbaar, hoe sfeervol Legendres pagina’s ook ogen. Een curiositeit in de Reynaertologie.

Nog een hachelijke onderneming: de verstripping van Het leven van Anne Frank door Sid Jacobson en Ernie Colón. We hebben het hier over een ‘grafische biografie’ die is geautoriseerd door de Anne Frank Stichting, die eerder succes boekte met De ontdekking en De zoektocht. Hierin verbeeldde striptekenaar Eric Heuvel helder en smaakvol met welke ethische dilemma’s mensen in een oorlogssituatie te maken krijgen.

Het is jammer dat de Anne Frank Stichting nu niet weer bij Heuvel heeft aangeklopt, want zijn Amerikaanse collega maakt er een potje van. Ernie Colón heeft volgens de uitgever een ‘reputatie van legendarische statuur’, maar kan niet tekenen. Zijn houterige personages plaatst hij tegen achtergrondjes die zijn gevuld met een gemakzuchtig verlooptintje uit de computer en het wordt helemaal pijnlijk als hij in deze stijl scènes in het concentratiekamp tekent.

Art Spiegelman heeft voor zijn Maus jaren gepiekerd over hoe je de Holocaust in een strip afbeeldt, Colón kiest de kortste weg van het cliché: onbedoeld maakt hij een karikatuur van de gruwelijkheden.

Verzachtende omstandigheid is misschien dat het boek is bedoeld als educatief materiaal en in de derde klas van het voortgezet onderwijs wordt behandeld met een bijbehorend lespakket. Kun je er toch wat van leren.

Meer over