Reservaat voor helden van het communisme

Vasilij Ivanovics Golovcov was tijdens de Tweede Wereldoorlog soldaat in het Russische leger. Hij had een bontmuts met een rode ster erop, een lange kozakkenjas, zware laarzen, een geweer, een grote vlag met hamer en sikkel, en zijn ogen schoten vuur....

MICHEL MAAS

Zo tenminste heeft de beeldhouwer Zsigmond Kisfaludy Strobl hem in 1947 vereeuwigd. Zes meter hoog, in brons, stond Golovcov bovenop de Gellert-heuvel van Boedapest aan de voet van de obelisk van 22 meter waar bovenop het 'vrijheidsbeeld' van Boedapest staat: de vrouw die wuift met een palmtak (of met een visgraat, zoals wel spottend wordt gezegd).

Golovcov heeft de vrouw verlaten. Hij is uit de stad verbannen en staat nu op een andere heuvel, tien kilometer verderop, buiten het zicht van de stedelingen. Golovcov is met veertig andere helden van het communisme verbannen naar Szoborpark, het 'Beeldenpark' van Boedapest.

Toen in 1989 de Berlijnse Muur viel, vielen in Oost-Europa ook de beelden van hun sokkel. Vooral de Stalins moesten het ontgelden, maar ook de Lenins, de Marxen en een oneindig aantal kleinere helden gingen om en verdwenen tegelijk met de sterren en de hamers en de sikkels uit het straatbeeld. Waar al die beelden bleven, weet niemand.

De meeste zijn waarschijnlijk kapot en de stukken zijn verspreid als souvenirs. Lenins hand wijst bijvoorbeeld bezoekers van de Tauro Ragas bar in Vilnius, Litouwen, de weg naar binnen. Er zijn beelden verkocht - vaak naar het Westen - en er slingeren her en der nog vast wel exemplaren rond.

In Tsjechië schijnen de belangrijkste beelden te zijn opgeslagen in een oude hangar, waar ze worden bewaakt door een kunsthistoricus die studie van ze maakt. In Vilnius liggen Lenin, Stalin en de plaatselijke communistische held Kapsukas vermoedelijk nog altijd te verstoffen in de achtertuin van de Dailés Studija-supermarkt waar ze na 1991 werden gedumpt.

Maar hier in Hongarije staan ze nog. Niet op straat, waar iedereen ze kan zien, maar in het Beeldenpark dat in 1993 zijn poorten opende. Een reservaat voor 41 helden van het communisme. Een museum - 'uniek, niet alleen in Oost-Europa maar in de hele wereld', pocht de gids.

Pal naast de oude weg van Boedapest naar het Balatonmeer doemen ze op van achter een bosje. Je ziet ze eigenlijk pas op het moment dat je er voorbij bent. Een vreemde, zwijgende massa zwarte mannen met vlaggen, vuisten en hamers in de hoogte. Vanaf de weg gezien staan ze klaar om elk moment weer af te dalen naar de stad. De muur die aan die kant in de vorm van een Griekse tempel is gemetseld, zal ze niet tegenhouden. Daar wandelt de 'Russische Bevrijder' Golovcov zo doorheen. Of anders wel de aanstormende arbeider (brons, 9,5 meter) uit de Radenrepubliek.

De grootste helden staan buiten, naast de ingang van het park: Lenin (brons, 4 meter) links, en Marx en Engels samen (Mauthausen-graniet, 4,2 meter) rechts van de ingang. Laatst lagen er bloemen aan Lenins voeten.

'Zegt u eens. Wat vindt u hier nou van? Is het niet verschrikkelijk?' De man die deze vraag stelt, is een Duitser. Hij laat even de arm van zijn echtgenote los om de andere bezoeker te polsen. Misschien is de Duitse gevoeligheid voor kwesties van dictatuur en verering wat groter dan die van anderen. Het gastenboek bij de ingang staat immers vol met louter kreten als: 'Wonderful', 'Charmant', 'An incredibly interesting place', 'Fascinant'.

De Duitser vindt het museum te veel eer voor de communisten. 'Dit is toch niet een manier om te tonen hoe verschrikkelijk het was? Dit is gewoon een nieuw gedenkteken, een eerbetoon', moppert hij. 'Vindt u niet?'

De bloemen aan Lenins voeten geven hem gelijk. En ook de architect Akos Eleöd Junior die het park heeft ontworpen, erkent dat 'dit park een zeer delicate kwestie' is. Hij had, geeft hij toe, de zaak anders kunnen aanpakken.

Hij had er een 'Anti-propaganda-park' van kunnen maken, schrijft hij in een voorwoord, maar dan was hij geen haar beter geweest dan de communisten die die propagandabeelden maakten. Dus heeft hij ze zo serieus mogelijk uitgestald. En alleen al het feit dat dat mogelijk is, bewijst voor hem dat de dictatuur voorbij is. 'Dit park gaat over dictatuur. En tegelijkertijd, omdat erover gepraat kan worden, geschreven, omdat het gebouwd kan worden, handelt dit park ook over democratie. Immers: alleen democratie kan ons de gelegenheid geven vrijelijk over dictatuur na te denken. Of over hoe democratie in dictatuur kan uitmonden. Of over wat dan ook'

Hij laat het aan de bezoekers over.

Uit een oude radio naast de kassa klinkt marsmuziek. Die is te koop. Net als T-shirts met opdrukken als 'Mc-Lenin's, The taste of socialism' of 'Soviet provocator', net als blikjes lucht die volgens het etiket 'De laatste adem van het communisme' bevatten, speelgoedmodellen van de Trabant, Partijboekjes en namaakonderscheidingen van de 'Szocialista Brigad'.

Het is de Duitser allemaal niet spottend, niet vernietigend genoeg. Hij schrijft een grimmig commentaar in het gastenboek.

Kunsthistoricus Tibor Wehner schrijft in de gids bij het Beeldenpark: 'Dit is niet een spotpark. Dit is... een pantheon van voorbije waarden en idealen.' Waarna de gids in tekst een rondleiding geeft langs de helden die hier staan. Een rondleiding die begint bij Lenin, Marx en Engels en eindigt bij 'Osztapenko', het beeld van Ilja Afonoszje vics Osztapenko. Met een zweem van nostalgie meldt de gids dat dit met een vlag zwaaiende beeld decennialang de mensen heeft begroet en uitgezwaaid onderaan de Gellert-heuvel, op het punt waar de weg naar het Balatonmeer en de stad samenkomen.

De nu lege plek waar het beeld stond, heet in de volksmond nog steeds 'De Osztapenko', schrijft de gids bijna liefdevol over dit 'symbool van een afscheid'. Even liefdevol als zij schrijft over de echte soldaat Golovcov die in 1965 nog een bezoek bracht aan de oude beeldhouwer die hem had vereeuwigd, en over Endre Sagvari, Bela Kun, Imre Sallai en Sandor Fürst, Janos Aztalos, Jozsef Kalmar, Robert Kreutz, Ede Chlepko, Kato Haman... Oprichters van de communistische partij, verzetshelden, slachtoffers aan communistische kant gevallen tijdens de opstand van 1956, en leiders door elkaar. Zij zijn terechtgekomen in een vreemde, politiek correcte selectie van 41 beelden die niet meer op straat mogen omdat ze fout zijn.

Of staan die beelden hier misschien toch een beetje omdat men het niet over zijn hart kon verkrijgen ze stuk te slaan? Dat soort gedachten bekruipt je bij het lezen van de gids die het bijvoorbeeld consequent nog heeft over 'Russische Bevrijders'. Je vraagt je af waarom.

En op zo'n moment bekruipt je het rare gevoel dat die beelden hier inderdaad alleen maar staan te wachten tot ze terug kunnen naar hun eigenlijke plek. Voor als de communisten terugkomen. Ze staan vast klaar, zodat er dan niet zoals na de beeldenstorm van 1956 weer allemaal nieuwe beelden gemaakt hoeven te worden. Dan geef je zo'n overgevoelige Duitser ongewild toch een beetje gelijk.

Maar ook de architect heeft natuurlijk gelijk: je kunt hier ook dit soort gedachten tegenwoordig toch maar allemaal in vrijheid denken.

En die anonieme andere toerist die in het gastenboek schreef: 'A really atmospheric place as darkness falls', die heeft ook gelijk.

Michel Maas

Meer over