‘Rembrandt werkte toch ook met vazallen’

Echte deadlines en kritische opdrachtgevers: Concern is het eerste ontwerpbureau dat ook praktijkschool is. ‘De studenten moeten leren hun eigen ontwerp aan de man te brengen.’..

‘En dan nu de bouw van een filmcomplex in de Georgische hoofdstad Tbilisi.’ Zoekend gaat de blik van Gilian Schrofer, creatief directeur van het jonge Amsterdamse ontwerpbureau Concern, langs de ronde tafel in de vergaderzaal. ‘De uitvoering daarvan wilde ik bij jou neerleggen’, zegt hij, terwijl hij met een korte knik een van zes jonge ontwerpers aan de ronde tafel aankijkt. De spanning valt van diens gezicht te lezen; het is zijn eerste werkdag. Maar de spiedende blik van Schrofer vliegt al weer verder over tafel. Vijf paar ogen staren hem verwachtingsvol aan. ‘Oké, volgende project. Een ski-resort in Zwitserland ... ’

Er zijn niet veel ontwerpbureaus waar jonge ontwerpers meteen zulke vette kluiven krijgen toegeworpen. Maar Concern is ook geen gewoon ontwerpbureau, verduidelijkt Schrofer. Het is het eerste ontwerpbureau dat tegelijk ook een opleiding is. ‘We zijn zowel een commercieel bedrijf als een praktijkschool.’ Deze week ging de eerste lichting ‘jonge ontwerpers’, zoals hij de leerlingen noemt, aan de slag. ‘Ik zet de grote lijnen van een project uit en zij vullen de details in. Maar het is hún naam die bij het uiteindelijk ontwerp staat.’

Schrofer maakte naam als oprichter en partner van het succesvolle ontwerpbureau Concrete, bekend van de inrichting van de Supperclub en de Coffee Company. Maar na tien jaar was hij de spijkerharde commercie van Concrete zat. ‘Ik wilde ook wel weer eens een project ontwerpen waarvan de winstverwachting nihil was maar de uitdaging maximaal.’ Met ondernemer Jan-Willem Hofma en reclamevrouw Cindy Bosma begon hij vorig jaar Concern. Het is deze mix van design, reclame en ondernemerschap die het werkveld van Concern beslaat.

Dus komt meteen in de eerste week al een fiscalist langs die de jonge ontwerpers bijbrengt hoe je een BTW-nummer aanvraagt. Ook worden ze onderricht in grafisch ontwerp en presentatietechnieken. ‘Design heeft steeds vaker de functie van reclame. Denk aan hotels die naamsbekendheid zoeken met spraakmakende interieurs. Maar ontwerpers moeten ook hun eigen ontwerp aan de man kunnen brengen. En uitgerekend dat kunnen ze op geen enkele opleiding leren.’

Elk half jaar beginnen zes nieuwe ontwerpers aan hun opleiding van een jaar. Voorwaarde is dat ze al enige werkervaring hebben. ‘Na dit jaar moeten ze zich zelfstandig kunnen vestigen.’

Nog een verschil met andere designopleidingen is dat de jonge ontwerpers bij Concern meewerken aan echte projecten. ‘Met echte deadlines en kritische opdrachtgevers. We willen tenslotte ook een winstgevend ontwerpbureau zijn.’

Zijn onvrede met het bestaande onderwijs inspireerde Schrofer tot het uitdenken van de unieke bedrijfstructuur van Concern. Hoewel, uniek? ‘Het idee van jonge professionals die in de leer gaan bij gevestigde namen is al heel oud. Rembrandt werkte ook met vazallen.’

Vijftienduizend euro kost de praktijkopleiding. Daarvoor krijgen de studenten gastdocenten als schrijver Stephan Sanders en de directeur van het Centraal Museum in Utrecht, Pauline Terreehorst. Ook investeren Schrofer en zijn twee partners honderden uren in de begeleiding van de jonge ontwerpers, waarvan het nog maar afwachten is wat het oplevert. Al moet hij beamen dat zij hem vooralsnog ‘juist scherp houden met hun frisse ideeën’.

Onbetaalbaar is de toegang die de jonge ontwerpers krijgen tot het immense netwerk van de drie Concern-oprichters. Neem alleen al de locatie van Concern – in het Post CS gebouw in Amsterdam, waarin bijvoorbeeld ook het Stedelijk Museum (een opdrachtgever) en architectenbureaus als Zwarts & Jansma (waarmee wordt samengewerkt) zijn te vinden.

Daarbij mogen de jonge ontwerpers ook een deel van hun werktijd factureren aan Concern. ‘Wie aan het einde van zijn jaar niet de helft van zijn inschrijfgeld heeft terugverdiend kan zich afvragen of hij wel de juiste loopbaan heeft gekozen.’

Inmiddels heeft Concern een aanvraag ingediend om de praktijkschool te laten erkennen als officiële masters-opleiding. ‘In de eerste plaats om de jonge ontwerpers zo een waardevol diploma mee te kunnen geven; ook in de designwereld hecht men aan papiertjes. Maar ook om te laten zien dat we serieus zijn met ons onderwijs.’

Meer over