REMBRANDT MAG DIE BARET WEL WAT MINDER OP

Drie jaar lang beheerste Rembrandt het leven van producent Henk van der Meyden en diens vrouw Monica Strotmann. In try-outs wordt de laatste hand gelegd aan Rembrandt De Musical....

ROB GOLLIN

Het vocabulaire beheerst de in 2002 geabdiceerde koning van de gossip nog altijd. Hoor wat HENK VAN DER MEYDEN (ex-De Telegraaf, ex-Privé) zegt, tussen enkele happen van een broodje door, over de vrouwen in het leven van de schilder Rembrandt Harmenszoon van Rijn.

Diens eerste grote liefde Saskia van Uylenburgh (een rol van WIENEKE REMMERS) is ‘warm’, ‘gevoelig’, ‘vol van liefde’ en ‘van binnen sterk’. De zich opdringende dienstbode Geertje Dircx (ANNICK BOER) is ‘een loeder’, ‘een kreng’, maar ‘van binnen zacht en kwetsbaar’. Zijn laatste, Hendrickje Stoffels (MAIKE BOERDAM), mag dan een eenvoudig boerenmeisje uit Bredevoort zijn, ze ‘bloeit open’ en wordt ‘steun en toeverlaat’.

En Rembrandt zelf, de oude meester? Het is, zo weet de gewezen biechtvader en gesel van de showbizz, vooral Rembrandt de rebél. De kunstenaar bruuskeerde de heren van de gracht door ze levensecht af te beelden, met pukkels, met rimpels, en riep hun irritatie over zich af, door ‘te pronken en te pralen’. Maar hij bleef trouw aan zijn principes van de kunst en is daardoor ONSTERFELIJK geworden.

Van der Meyden (68) kent zijn pappenheimers inmiddels wel, die uit Rembrandt De Musical. Hij produceert samen met zijn vrouw Monica Strotmann en hun Stardust Theatre BV de voorstelling vol ambities, vanaf 12 juli tot 10 december te zien in het Koninklijk Theater Carré te Amsterdam. Acht miljoen euro (‘tussen jou en mij: het is al veel meer’) is het budget – ‘de grootste musical ooit gemaakt over een Nederlands onderwerp’. Drie jaar zijn ze er al mee bezig, ‘drie jaar slaapt Rembrandt tussen ons in’. Tweehonderd boeken heeft hij over de schilder gelezen en hij weet wat hij wil: ‘de oude meester ontstoffen’. ‘Het publiek zal kennis maken met een gepassioneerde strijdbare man.’

In een studio in het Westelijk Havengebied van Amsterdam zit hij op het puntje van zijn stoel. Op een kale vloer, waar enkele strepen zijn getrokken die de ‘zichtlijnen’ van Carré weergeven, staat een spiegel. Hoofdrolspeler Henk Poort, nog in hemdsmouwen en op gymschoenen, maakt de balans op nu na muze Saskia ook Hendrickje uit Bredevoort is gestorven.

Ik heb ’t decorum afgepeld/Geen façades meer voor mij

Geen harnas dat mij nog beknelt/De maskerade is voorbij

Van der Meyden buigt zich nog iets verder voorover. ‘Dit’, fluistert hij, ‘zou wel eens de rol van zijn leven kunnen worden.’

De musical is immers geen remake uit Broadway of Westend, maar een van de grond af opgebouwde voorstelling. Van der Meyden: ‘Elke noot, elk effect, elke projectie; we hebben alles moeten uitvinden. En dat zonder één cent subsidie.’ Een kunsthistorica adviseert. Vijftig musea zijn benaderd voor toestemming om afbeeldingen uit hun collecties te mogen gebruiken. Mag hij nog een detail noemen? De knopen op de jas van beschermheer Jan Six zijn uit Londen gehaald.

Vraag aan Henk Poort: wordt het inderdaad de rol van zijn leven? ‘Ik vind het best, als het maar niet mijn laatste is.’ Hij bekent wat gespannen te zijn. Het is een eerste ‘doorloop’ in aanwezigheid van ‘de bron’ en ‘de baas’. Van der Meyden knikt na enkele scènes bemoedigend: ‘De emoties komen goed over.’ En dat terwijl de repetitor achter de piano nog maar de enige begeleiding vormt. Straks zal er een heel orkest zitten, met klavecimbel.

Natuurlijk, gelooft hij, is er tussen al het geweld in het 400ste geboortejaar nog ruimte voor Rembrandt De Musical. Rembrandt ís theater. De schilder liet zich inspireren door toneelstukken. Hij was feitelijk zelf regisseur, met aandacht voor de mise-en-scène in zijn werk. Hij pikte zwervers op uit de Jodenbreestraat om ze te schilderen. Het is een verhaal vol ‘liefde’, ‘angst’, ‘twijfel’, ‘jaloezie’, ‘ijdelheid’; welke gevoelens zitten er eigenlijk niet in?

Vreest de producent niet dat Nederland Rembrandt-moe is geraakt? Volgens Van der Meyden is het juist tijd dat er iets met het leven van de schilder werd gedaan. ‘Het was zo boeiend, zo heftig, je kunt er wel tien musicals over schrijven. Het zijn tot nu toe altijd buitenlanders geweest die iets met grote Nederlanders doen. Over Anne Frank en Vincent van Gogh maakten ze films en tv-series. Wat doen wij? Doe maar gewoon, da’s al gek genoeg. Die mentaliteit. Pff, we hebben Paul Verhoeven de zee in gejaagd.’

STERREN SCHITTERDEN nog niet in groten getale op de eerste try-out in schouwburg Het Park in Hoorn. WILLEM NIJHOLT was er wel – ‘een goede vriend, hij heeft Henk Poort nog gecomplimenteerd, dat is belangrijk, snap je, die is nog aan het creëren.’ PETER TUINMAN liet zich zien, dat was wel heel bijzonder – hij was eerst in beeld voor de hoofdrol, ‘maar zangtechnisch schoot hij tekort, we zijn in vriendschap uit elkaar gegaan. Goed dat hij er was, vond je niet?’

Van der Meyden heeft met Strotmann aantekeningen gemaakt. De muziek moet soms ‘meer ademen’ om ruimte te geven aan ontroering. In de twee sterfscènes lijkt het wel of hetzelfde bed wordt gebruikt, misschien dat een ander sprei soelaas biedt. De rattenvanger moet een toontje lager zingen. En Rembrandt had te veel de baret op. ‘Ik wil meer die kop zien, die ogen.’ Pikte de regisseur, de Vlaming Frank van Laecke, die opmerkingen? ‘Ach, die had de helft al zelf opgemerkt. Het is een tovenaar, die man. Ik had geen betere geweten.’

Van Laecke zelf: ‘Henk geeft je het volle vertrouwen. Hij bemoeit zich er niet zo nadrukkelijk mee. Aan het begin van de voorstelling wordt een schurk in een karretje het podium op gereden, op weg naar de galg. Henk vond het karretje te klein. Hij was de enige, alle anderen vonden dat juist mooi. Hij zei: oké, dan laten we het zo. Het is geen despoot.’

Van der Meyden was die avond geraakt door de toeschouwers. ‘Bij het slotapplaus komen ze meestal pas overeind als de hoofdrolspeler weer verschijnt. Maar hier was het gelijk: béng. Normaal is het publiek in Noord-Holland afstandelijk. Dit was echt gemeend. Vijftien, zeventien mensen kwamen op me af. Het was alsof ik jarig was.’

De cast maakt zijn opwachting op het podium in Hoorn voor een nieuwe repetitie. Pluimen, hoeden, molensteenkragen, wambuizen en mantels domineren het beeld. Van der Meyden, zelf gekleed in een wit linnen jasje en lichtroze pantalon, gebaart: ‘Amsterdam, 1631. Regenten, hoeren, zwervers.’

Twee try-outs moesten het afgelopen weekeinde worden afgelast: de aansturing van de hydraulica onder de vloer vertoonde kuren. Maar nu wentelt, stijgt, zakt en kantelt het weer dat het een lieve lust is. De bezetting zwiert uitbundig mee de rondte in. Intussen worden schermen met projecties van Rembrandts meesterwerken neergelaten en weer opgetrokken. Van der Meyden: ‘Hier komen maar liefst zestien disciplines bij elkaar. Dit is een multimediaal spektakel.’

Henk Poort staat voor de spiegel.

Weg met de opgedofte tronies. Het echte bestaan overheerst in al zijn rauwheid. Zweepslagen van het leven pijnigden mij. . . De tranen worden niet meer gesmoord achter dikke lagen verf.

‘Kan het sneller?’, vraagt hij aan de pianist. ‘Ik wil het kwijt, ik wil het eruit spugen.’

Van der Meyden, zachtjes: ‘Dit is een cruciale scène. Het publiek mag niet weggaan en denken: ach, wat een arme man, die Rembrandt. Nee, het is een winnaar. Innerlijk krachtiger dan ooit.’

Was het wel zo tragisch, dat leven van Rembrandt? Dat er recent publicaties zijn geweest die die mythe ontsluierden – zo ongebruikelijk was het bijvoorbeeld destijds niet dat je vroeg je dierbaren verliest – heeft de producent niet van de wijs gebracht. ‘De wetenschappers spreken elkaar voortdurend tegen. Was de dood zo gewoon? Nou, na het overlijden van Saskia was hij een gebroken man. Hij schilderde tien jaar lang geen portretten meer. En vergeet niet: dit is theater. Dit is onze visie, ons verhaal. En ik weet zeker dat we op het goede spoor zitten.’

Als in Hoorn in de slotscène voor de pauze Saskia ‘de ketenen van smart’ heeft afgeworpen en haar einde tegemoet is gewandeld, en kort daarop figuranten van de schutterscompagnie in de slotscène versmelten met de projectie van de Nachtwacht, leunt Van der Meyden tevreden over enkele stoelen. ‘Wat is die ANNICK BOER goed hè, ‘een beest op het podium’. WIENNEKE REMMERS is heel sterk’. En MAIKE BOERDAM, ‘die heeft iets magisch’.

Zou hij er niet graag zelf nog een paginaatje voor Privé uit rammelen? ‘Nee. Nee. Dat heb ik wel gehad.’

Meer over