tv-recensiearno haijtema

Reisprogramma Dwars door de Middellandse Zee slingert van het ene fijne verhaal naar het andere

null Beeld

De laatste aflevering van het VPRO-reisprogramma Dwars door de Middellandse Zee eindigde zaterdag in weerwil van zijn titel niet bij het beoogde eindpunt, Jeruzalem, maar strandde in de lagune van Venetië. Geen dwarsdoorsnede van de Mediterranée, van Gibraltar in het westen naar de Oriënt, zoals bedoeld. Maar, gedwongen door tijdens het filmen oplierende vliegbeperkingen, als geïmproviseerde bestemming de Italiaanse stad, die zich tijdens de lockdown in haar schrijnende schoonheid aan reisleider Arnout Hauben presenteerde.

Het was geen ramp, dat onvoorziene eindpunt van Dwars door de Middellandse Zee. Het kenmerkte zich toch al door het improvisatietalent van Hauben en zijn crew – de nadrukkelijk als sidekicks aanwezige camera- en geluidsman – om zich te laten meevoeren door de verhalen van de bewoners van (schier)eilanden als Gibraltar, Stromboli, Corsica en Kreta. Uit ogenschijnlijk terloopse ontmoetingen dolf Hauben een schat aan kleine en grote geschiedenissen. Als ergens voor geldt dat de reis belangrijker is dan de bestemming, dan is het voor dit programma, dus Venetië in plaats van Jeruzalem: who cares?

Soms leek Hauben met moeite te balanceren tussen journalistieke diepgang en de (zwaar draaglijke) luchtigheid die aan veel reisprogramma’s kleeft. Tijd om in te gaan op dramatische vertellingen is er niet. Zo stuitte Hauben in een eerdere aflevering op Corsica, het eiland met een bloedige geschiedenis van vetes, op een al generaties voortwoekerend conflict. Sommige betrokkenen gaven hints over de aard van de ruzie, maar niemand liet het achterste van zijn tong zien. Je hoopte even op journalistiek spitwerk, maar intussen stonden Hauben en zijn ploeg al langs de weg met de duim omhoog voor een lift.

Dwars door de Middellandse Zee, Arnout Hauben in Venetië. Beeld VPRO
Dwars door de Middellandse Zee, Arnout Hauben in Venetië.Beeld VPRO

De keerzijde is dat het programma vaart houdt, dat de culturele verscheidenheid van de eilanden fraai worden uitgelicht en er talrijke kleurrijke personages voorbijtrekken. Zo leidde in Venetië mevrouw Grimani rond, telg uit een duizend jaar oude handelsfamilie. Ze bewoont er een relatief klein, weelderig palazzo, toonde de hal waar haar voorouders handel dreven en opende de massieve deuren naar het glinsterende Canal Grande.

Grimani is een van de nog maar 55 duizend bewoners van Venetië. ‘Wij zijn geen spoken’, verzekerde ze Hauben. Hotelketens hebben de stad opgekocht om er toeristenpakhuizen te vestigen. Nu die door corona leeg bleven, toonde Venetië zich in al haar sterfelijkheid. Lege straten, gondeliers zonder passagiers, een kwijnend kaaswinkeltje. De eigenaar omschreef zichzelf als ‘een boertje’ van het vasteland: in de stad geboren, maar weggejaagd door de astronomische huisprijzen.

Per kajak verkende Hauben de Venetiaanse lagune. Hangend uit het raam van haar huis stond een grijze dame hem te woord. Haar man stierf 35 jaar geleden, toen ze twee kleine kinderen hadden. Tot 2000 had ze beneden alimentari verkocht, tot het niet meer ging. ‘Mevrouw, als ik kon zingen, bracht ik u een serenade’, verzekerde Hauben haar, en hij zwaaide haar vaarwel. Familiedrama samengebald in twee minuten televisiepoëzie.

Meer over