Reisopera brengt Mozart vol effect

Così fan tutte, van Mozart, door de Nationale Reisopera. Tournee t/m 12 juni...

Het wondere wereldje waarin de Nationale Reisopera Mozarts Così fan tutte speelt, is er een van de poederpruik en de opblaasfeautuil. Men leest er de Corriere della sera en de Playgirl. Men beziet elkaar door polaroidbrillen, maar betaalt elkaar met goudstukken. De dienstbode heeft het bazenkostuum van de zakenvrouw, maar onder haar colbert zit weer een blote navel. Men switcht van Mozartvest naar spijkerbroek, en de aarde is bedekt met divans.

De divans zijn lelijk, en de vraag is of hier opzet achter schuilt, of dat het geld van de Reisopera op was. Gelet op de zorg die besteed is aan de casting en de muzikale uitvoering - onder leiding van René Jacobs - vermoeden we het eerste.

De gedragingen in het stuk zijn van alle tijden: het is het vermoeiende mensenwerk van begeren en afwijzen, nee zeggen en ja bedoelen, spijt hebben van het nee zeggen en spijt hebben van het ja doen. De weddenschap die deze gebeurtenissen ontketent (een koffiehuiswijsgeer daagt twee jongeheren uit om in vermomming elkaars dames te toucheren) is in de regie van Niels-Peter Rudolph een zeer eigenaardige: de heren zetten er geen pruik voor op maar zetten hem juist af. De dames spelen het spel van het begin af aan mee, en wat van alle tijden is, krijgt van de Reisopera dan ook uit alle tijden iets opgeplakt.

Opmerkelijk genoeg leidt de samenwerking met René Jacobs en het barokorkest Concerto Köln tot een klankwereld, die bijna even polystilistisch en kakelbont is als het bovengrondse deel. Niet gauw zul je het gebruik van de barokhobo en de darmsnaar gecombineerd zien met een zo onorthodoxe opvatting van het rubato, de dynamiek en het klankbeeld als bij Jacobs. De vrijheden die hij voorheen investeerde in zijn Monteverdi-uitvoeringen, met golvend en galmend snarenspel, zo rijk en golvend dat sommige collega-pioniers hem zijn gaan verketteren om zijn lichtzinnigheid, krijgen in deze Così een typisch vervolg.

Jacobs belangrijkste wapen is hier de fortepiano. De vingervlugge bespeler, Nicolau de Figueiredo, beperkt zich niet tot de secco-recitatieven, maar mengt zich met forse akkoordgrepen en ratelende arpeggio's ook in het orkestrale aandeel, als een Lisztiaans continuo. Het leidt soms tot play, gipsy, play!-achtige toestanden.

Voeg er een paar onbekommerde tempo-extremen bij (orgelende diepte in het requiem-, pardon afscheidskwintet, een slapsticktempo voor de daaropvolgende soldatenmars), en je kunt spreken van een hoogst particuliere, maar ook hoogst effectrijke Mozartopvatting.

De Reisopera speelt Così met verschillende casts. Die van 31 mei in de Rotterdamse schouwburg, met Iulia Isaev als Fiordiligi en Danielle Borst als Dorabella, sloot zich met uitstekende oren en goede tot redelijke stemmen bij Jacobs' opvattingen aan. De stem die eruit sprong was die van de Duitse tenor Markus Schäfer (Ferrando), die vast een grote wordt, als hij zich niet voor elke rol laat strikken. De gestalte die eruit sprong (nonchalance in het lijf, charme in de bariton) was die van Marcel Boone, als Guglielmo. De vocaal en mimisch lang niet onbehendige mezzosopraan Etsuko Kanoh bleek als Despina ook met haar navel te kunnen knipogen.

RdB

Meer over