Reich zoekt lijnen der geleidelijkheid

Muziek..

Frits van der Waa

Het zal de wereld niet ontgaan dat Steve Reich in oktober van dit jaar 70 wordt. De invloedrijkste levende Amerikaanse componist wordt gehuldigd met grote festivals in Los Angeles, Baden-Baden, Londen en New York, plus nog een flink aantal kleinere verjaarspartijtjes.

Amsterdam nam daar woensdag een voorschot op, met een geheel aan Reichs muziek gewijd prachtprogramma van London Sinfonietta. Speciale attractie was de première van Variations for Vibes, Pianos and Strings, visueel opgeluisterd door de Akram Khan Dance Company. De componist waakte zelf vanachter een regelpaneel over de geluidsbalans.

Het nieuwe stuk werd voorafgegaan door twee beproefde werken uit de Reich-canon. Het twintig jaar oude Sextet is een van de eerste werken waarin de aanvankelijk minimalistische trekken van zijn muziek plaatsmaken voor kruidige harmonieën en indringende contrasten. De felle uitvoering van London Sinfonietta, met bijtende marimba- en pianomotieven als aanjagers, maakte duidelijk dat ook de uitvoeringspraktijk van Reichs muziek in die twintig jaar een evolutie heeft doorgemaakt.

Nog geladener is het drie jaar later geschreven Different Trains, een tripelstrijkkwartet waarin gesproken citaten van overlevenden uit de Duitse concentratiekampen geïncorporeerd zijn.

De nieuwe Variations zijn gecomponeerd in opdracht van de zalen die samen de European Concert Halls Organisation (ofwel ECHO) vormen. Vergeleken met de twee werken uit het voorprogramma is het een vriendelijk stuk, dat meer langs lijnen van geleidelijkheid verloopt dan we de laatste jaren van Reich gewend zijn. De twee piano's, de vier vibrafoons en de twaalf strijkers opereren voortdurend als ensemble. Gezamenlijk ontvouwen ze een weefwerk dat bestaat uit een schering van gaandeweg verder uitgerekte akkoorden en steeds onvoorspelbaarder inzettende basnoten, en een inslag van beweeglijke, pulserende middenstemmen. Twee snelle secties omlijsten een trager, maar even oorstrelend middendeel: zoals dikwijls is symmetrie troef bij Reich.

De choreografie van Akram Khan maakt gebruik van een idioom met veel wervelend voeten- en armenwerk, geïnspireerd op de klassieke Indiase kathak-dans. Vanuit een quasi-geïmproviseerde solo groeit het aantal dansers aan tot drie, en wordt ook de samenhang met de muziek zichtbaarder, in simultane accenten.

Geestig is het moment waarop de dansers ruggelings naar het publiek gesticulerende armbewegingen beginnen te maken, tot dirigent Brad Lubman zich met lessenaar en al bij hen voegt en er een kwartet ontstaat - waarna hetzelfde proces zich in omgekeerde richting voltrekt. De vondst kan alleen niet verhullen dat Khan niet zozeer aansluiting bij Reichs muziek heeft gevonden, als wel bij de bewegingstaal van het dirigeren.

Frits van der Waa

Meer over