Redder van het literair café

Tabé literair café, kon Johnny van Doorn (1944-1991) mismoedig schallen, toen hij in de jaren tachtig terugblikte op de Werdegang van het Amsterdamse literair café De Engelbewaarder....

Arjan Peters

De Engelbewaarder bestaat nog, maar de aanbeveling in de Gouden Gids('gezellig eetcafé') doet het ergste vrezen. En hoe staat het er verdermee? Komt de geest in deze verzakelijkte tijden nog ergens uit de fles, of blijft het een weemoedig achterwaarts blikken naar de strapatsen vangepatenteerde literaire kroegtijgers die in Eijlders en Reynders aan hetLeidseplein (Hanlo, Den Brabander, de Vijftigers), Scheltema aan deNieuwezijds Voorburgwal (Arends, Gans, Hofland), Welling achter hetConcertgebouw en De Zwart aan het Spui (Franssens, Komrij, Nooteboom, Vander Heijden) zovele avonden verlevendigden?

Filmregisseur Pieter Verhoeff brengt zondagavond klaarheid. Voor hettweemaandelijkse VPRO-programma R.A.M. Magazine maakte hij een portret vande schrijver-vertaler Hafid Bouazza (Oujda, Marokko, 1970). Enige avondenbracht hij met Bouazza door in De Zwart, waar het vuur nog niet is gedoofd,en de 'grote, koude glazen bier met het bijna kauwbare schuim' nog metdezelfde zwier door uitbater Bram worden geserveerd als A.F.Th. van derHeijden zo bloemrijk evoceerde in Asbestemming (1994): 'Café de Z., datis een manier van leven.'

Er komt tegenwoordig wél meer bij kijken, zo blijkt, om als warebohémien riskant te leven, dan alleen het nuttigen van glazen bier.Bouazza oogt fris, maar we zien hem in het tijdsbestek van een halfuur inde weer met bier én sigaretten, hasjiesj (die hij om de hoek betrekt inDe Tweede Kamer), en absint (hem door culinair journalist Johannes van Damin een pakketje met chilipepers bezorgd). Aan Verhoeff vertelt de schrijverbovendien de LSD-visioenen te hebben verkend.

Alles voor de artistieke vrijheid - want al is Hafid vader van tweejonge kinderen, zijn doel is het betreden van het domein der geestelijkeonbegrensdheid, om als schrijver zijn vleugels wijd uit te kunnen slaan.

We zien Bouazza aan de kroegtafel met tekenaar Dick Matena - die zelfsbij hem thuis logeert om in stilte te kunnen werken aan de verstripping vanWolkers' Kort Amerikaans -, de schrijvende kornuit Jan van Aken, de ietwatargwanend toekijkende André Klukhuhn (de filosoof met de hoed),radiopresentator en voormalig boekhandelaar Jan Meng, en de auteur enZwart-coryfee sinds de jaren zestig Allard Schröder.

Er zit nog leven in het literair café, kan derhalve geruststellendworden vastgesteld. Hoewel de door de VPRO in het persbericht aangekondigde'rondetafeltwisten' geruime tijd op zich laten wachten. Het is een vrolijkzootje, maar aldoor blijft het moment uit waarop een discussie uit de handdreigt te lopen, en de vraag zich aandient: drinken ze het af of wordt hetmatten?

Eerst gaat Verhoeff mee naar huize Bouazza in Amsterdam, waarna ze samenin Arkel een bezoek brengen aan Hafids ongeletterde moeder, die vindt dathaar zoon de roesmiddelen moet afzweren en weer islamiet worden.

En dan gebeurt het alsnog: weer terug in De Zwart wordt er een rijkelijkbesprenkelde discussie gevoerd, zonder orde of pointe, over deinterpretatie van het libretto van Puccini's opera Tosca. Mét gezang.

Zo hoort het. Johnny van Doorns vermaarde 'tabé' was prematuur.

Arjan Peters

Meer over