Rechtstreeks uit haar ziel opgewekt

Virginia Rodrigues: Nós. Hannibal...

De eerste keer dat je de stem hoort van de Braziliaanse Virginia Rodrigues, is dat een bijzondere ervaring. Even denk je dat je een man hoort, zo diep is haar alt, en meteen daarna merk je dat de combinatie van indringende soul en bijna operateske kracht en beheersing je kippenvel bezorgt (dit keer is die mallotige spelling toepasselijk, want het gaat om het vel van meerdere kippen). Denk aan een kruising tussen Mercedes Sosa en Jessye Norman, en u komt in de buurt.

De vijfendertigjarige Rodrigues is in de sloppenwijken van Salvador de Bahia ontdekt door Caetano Veloso, een van de groten in de Braziliaanse muziek. Hij had de artistieke leiding bij de opnamen van haar eerste cd, Sol Negro, en van deze, haar tweede. Zijn subtiele verleidersstem mengt prachtig met de hare in hun duet, Jeito Faceiro.

Net als de eerste wordt deze cd gevuld door wat je 'kamer-samba' kunt noemen. De ritmes en melodieën zijn ontleend aan de oervorm van die muziek, de gezangen uit de candomblé-religie (net als voodoo en santería een mengsel van Westafrikaanse natuurgodsdienst met katholieke elementen). Ze worden niet zoals gebruikelijk uitgevoerd door grote drumkorpsen en extatische koren, maar tot hun essentie teruggebracht: een stem, een gitaar, een paar strijkers of blazers en wat sobere percussie.

Soms trekt in de verte even zo'n slagwerkgroep voorbij, als herinnering aan het grote festival van de candomblé: het carnaval.

Verder is de cd verre van carnavalesk, Rodrigues bezingt de goden, de orixás, met diepe en ontroerende ernst. Desondanks zijn swing en sensualiteit nooit helemaal afwezig, daar is het Braziliaanse muziek voor.

De zanglijnen hebben tegelijk iets vertrouwds en verrassends, het kenmerk van goede songs. Sommige zijn al bekend in uitvoeringen van Veloso of Margareth Menezes, maar als Rodrigues ze zingt, worden ze van haar: ze lijken rechtstreeks uit haar ziel op te wellen en in een trance gezongen te worden.

Huong Thanh: Moon and Wind. ACT.

Ook de Vietnamese Huong Thanh is een grote zangeres, die betovert zonder dat je haar teksten of cultuur begrijpt. Haar stem, en de grillige maar volmaakt natuurlijke melodieën, roepen associaties op met rivieren vol helder, zondoorschenen water. Ook haar techniek is formidabel, maar vestigt nooit de aandacht op zichzelf; alles klinkt even vloeiend en sereen.

De liederen zijn ontleend aan het traditionele Vietnamese repertoire, maar de ondertitel van de cd luidt 'New sounds from Viêt-Nam created by Nguyên Lê', en deze net als Thanh in Frankrijk gevestigde musicus heeft het oeroude materiaal ingebed in gewaagde maar bijna altijd geslaagde arrangementen, die inheemse citers en luiten laten samenspelen met elektrische gitaren, synthesizers, de door Miles Davis geïnspireerde trompet van Paolo Fresu en zelfs een Noordafrikaanse bespeler van de gumbri (de 'bas van de woestijn') en een flamenco-percussionist.

Die wel vaker toegepaste benadering, het door elkaar roeren van allerlei exotische kleurtjes, levert geregeld een ondefinieerbare brij op, maar in dit geval werkt het.

Het karakter van de lieflijke, statige liedjes blijft intact, hun voor Westerse oren vreemde intervallen en ritmische hinkelspel worden niet gladgestreken, ze krijgen alleen een nieuwe resonantie doordat ze met een half Westerse maar liefdevolle blik worden bekeken.

Quatro Ventos: Valsa de Lobos. A Records.

Liefhebbers van de in Nederland woonachtige Portugese liedjesschrijver en zanger Fernando Lameirinhas, en dat zijn er gelukkig steeds meer, doen er goed aan deze cd eens te beluisteren. Quatro Ventos, met zanger Emanuel Pessanha en verder Nederlandse musici, baseert zich net als hij op de fado, zonder daar al te dogmatisch in te zijn.

Ze voeren weliswaar de van Amalia Rodrigues bekende klassieker Tudo isto é fado uit, maar staan ook open voor Kaapverdiaanse, Griekse en Argentijnse klanken.

De brille van Lameirinhas wordt niet gehaald, en Pessanha is een beperktere zanger, maar de groep speelt met warmte, waardig en nooit klef sentiment en met een scherp oor voor melodieuze wendingen.

Naast de liedjes en de sympathieke voordracht is de voornaamste troef van de groep het prachtige spel van Wout Pennings op gitaar (zowel het klassieke als het fado-model), bouzouki en cavaquinho.

Hij beheerst diverse stijlen met imposant vakmanschap, maar belangrijker nog: hij maakt er meeslepende muziek mee, in dienst van het geheel.

Meer over