InterviewRegisseur Eline Arbo

Recensenten die Eline Arbo’s werk ‘te belerend’ vinden, hebben het niet begrepen

De overal bejubelde Eline Arbo mag je rustig de regisseur van het jaar noemen. Op het podium kan Arbo haar diepgewortelde idealisme omzetten naar activisme. 

Regisseur Eline Arbo in de repetitie ruimte van de Toneelschuur Haarlem. Beeld Ivo van der Bent
Regisseur Eline Arbo in de repetitie ruimte van de Toneelschuur Haarlem.Beeld Ivo van der Bent

De voorstelling Weg met Eddy Bellegueule stond afgelopen seizoen op nummer één in de eindeseizoenslijstjes van zowel NRC als de Volkskrant. Een unicum.

‘De brille van Arbo’, schreef NRC over de regisseur, ligt ‘in haar spelopvatting, die ver weg blijft van het rauwe realisme van dit arbeidersdrama en in al zijn kunstmatigheid toch diep doorvoelbaar blijft’. Herien Wensink schreef in de Volkskrant: ‘Arbo’s voorstellingen onderscheiden zich door kleurrijke, grote gebaren en theatraal lef.’

In navolging van al die lovende woorden ontving Arbo afgelopen september op het Nederlands Theater Festival de Regieprijs voor Weg met Eddy Bellegueule. Ook werd het complete ensemble van Eddy genomineerd voor de acteerprijs.

Eline Arbo heet ze, die geëngageerde regisseur met theatraal lef.

Ze is 34 jaar oud, afkomstig uit Noorwegen en presenteerde zich dit jaar als een van de grootse talenten van het Nederlandse theater. Eerder viel ze al op bij het Haarlemse Toneelschuur Producties met haar bewerkingen van De rechtvaardigen (Camus) en Het lijden van de jonge Werther (Goethe). Die laatste was volgens deze krant ‘een waar theaterfeest’. Niet in de laatste plaats dankzij de fijne pop-soundtrack die het verhaal in de moderne tijd plaatste.

Onlangs ging haar Tsjechovbewerking Drie zusters in première, wederom bij de Toneelschuur. In haar bewerking vliegt ze volgens haar website ‘in vogelvlucht langs de vier feministische golven’. Naast Tsjechov gebruikt ze ook teksten van Virginia Woolf, Joke Smit, Anja Meulenbelt en ‘een heleboel statistieken van het CBS’.

De grote theatergezelschappen vechten nu om haar. Later dit seizoen maakt ze bij Internationaal Theater Amsterdam (ITA) De Uren, naar het gelijknamige boek van Michael Cunningham. Bij het Noord Nederlands Toneel staat Monte Verità op het programma. Later in 2021 maakt ze haar entree bij Het Nationale Theater in Den Haag. Tussendoor werkt ze ook nog in Noorwegen.

Wie is deze regisseur, die sinds haar afstuderen in een aanhoudende stroom van vrolijk theatraal en hoogst geëngageerd werk ‘alle registers van het theater opentrekt’, zoals het juryrapport van de Regieprijs het verwoordde?

De grote theatergezelschappen vechten om regisseur Eline Arbo. Beeld Ivo van der Bent
De grote theatergezelschappen vechten om regisseur Eline Arbo.Beeld Ivo van der Bent

Naar Oslo

Arbo groeide op in ‘de communistenstraat’ in Tromsø, door haarzelf ‘het Groningen van Noorwegen’ genoemd. Haar moeder is kunstenaar, haar vader socioloog. Kortom, een progressief gezin.

De straat kreeg die bijnaam omdat alle inwoners elk weekend demonstreerden in het centrum van Tromsø. Hup, kinderen mee en elke zaterdag een ander spandoek hooghouden. Tegen kernwapens, tegen olie, tegen Israël, tegen de EU. ‘Grappig, hè?’ zegt Arbo kort voor de première van Drie zusters. ‘Dat laatste is in Noorwegen een links punt. De EU, dat is de vrije markt en het grote kapitaal.’ 

Toen Arbo ouder werd ging ze zich toch, zoals veel tieners, verzetten tegen haar ouders. Ze begon zich te ergeren aan het zwart-witdenken van de communistenstraat. Het demonstreren vond ze ouderwets. ‘Israël is een ingewikkeld probleem. Gingen wij dat oplossen door in Tromsø geen Israëlische sinaasappels meer te eten? Wie zag ons überhaupt daar? Toen realiseerde ik me dat we dit vooral voor onszelf deden, om te kunnen zeggen dat we goede progressieve mensen zijn.’

Tegelijkertijd hebben al die demonstraties met discussies na afloop Arbo wel gevormd. Het engagement dat haar werk nu zo kenmerkt, is toen geboren. 

Alleen koos ze voor haar activisme een andere vorm. Na school ging ze met gelijkgestemde leeftijdsgenoten theatervoorstellingen maken. ‘O jeetje, ja. Dat waren een soort cabaretvoorstellingen. Erg moralistisch.’

Ze wist toen dat ze regisseur wilde worden. Ze schreef een brief aan haar lievelingsregisseur, de Zweedse Sophia Jupither, en regelde dat ze haar mocht assisteren bij het maken van De wilde eend. Na achtereenvolgens een jaar in Berlijn en een studie theaterwetenschap in Oslo, was ze klaar voor de regieopleiding.

Maar dat ging ze niet in Oslo doen. Dat wist ze meteen.

Arbo: ‘Er is in Oslo één regieopleiding. Die was toen erg gericht op de spelmethodes van Stanislavski. Heel klassiek. Ze namen maar drie mensen per vijf jaar aan. Als je geluk had, was één van die drie een vrouw.’

Dat ze naar Nederland zou gaan lag voor de hand. Tijdens haar studie had ze veel goeds gezien uit Nederland, waar ze het theaterlandschap veel beeldender, fysieker en diverser dan het Noorse vindt. Sommige Nederlands(talig)e groepen speelden in Oslo, zoals het Belgische collectief Stan. Die manier van spelen trok haar aan.

‘Ik had een beetje een ongemakkelijke verhouding met theater. Vaak vond ik het gênant. Iemand ligt op het podium een beetje te doen alsof hij doodgaat. En als publiek doen we alsof het echt is. Dat is toch heel raar?’

Bij groepen als Stan zag ze een andere manier van spelen. Rechttoe-rechtaan. Daar doen ze niet alsof, maar staan de spelers gewoon als zichzelf op het podium. Ze zeggen wat ze gaan spelen en terwijl ze spelen, raak je alsnog in de theatrale fictie. Dat wilde Arbo ook.

Eline Arbo wilde niet in Oslo blijven.  Beeld Ivo van der Bent
Eline Arbo wilde niet in Oslo blijven.Beeld Ivo van der Bent

Naar Amsterdam

Ze verhuisde naar Nederland en studeerde in 2016 af aan de Amsterdamse Regieopleiding met de voorstellingen Manifesten en Antigone, over hoe je idealisme in actie kunt omzetten. Waarmee ze de toon zette voor een oeuvre dat activisme paart aan realisme.

Een voorstelling begint bij Arbo altijd bij de thematiek die haar op dat moment bezighoudt. Het gaat haar nooit om het toneelstuk zelf. ‘Ik maak geen theater omdat het zo mooi geschreven is. Toneelstukken zijn voor mij niet heilig.’ Een vast procedé bij Arbo is dat ze het stuk of het boek dat de basis vormt van haar voorstelling herschrijft. Zo zijn er in haar Drie zusters statistieken van het CBS geslopen.

‘Ik zie zo’n klassieker als een soort sprookje, dat we op een thema kunnen plakken. Iets wat we handig kunnen gebruiken. De personages en emoties in zo’n stuk zijn kant-en-klaar. Die emoties helpen me om het publiek te verbinden aan mijn thematiek.’

Het is deze methode waarmee ze de persoonlijke gevolgen van idealisme en maatschappijkritiek laat zien, die haar theater zo doorvoelbaar maakt.

Een keer ging dat fout.

Toen ze het complete einde van De rechtvaardigen van Albert Camus herschreef. ‘Dat stuk heeft een heel moralistisch einde. Het gaat over de vraag: mag je iemand doden voor je idealen? Op het einde wordt Camus opeens heel concreet: Nee, dat mag niet, terrorisme is altijd slecht. Dat is misschien wel zo, maar hij haalde zo de angel uit zijn eigen stuk. In het theater moet je juist ruimte openlaten voor discussie.’  

Ze schrapte het einde en gebruikte in plaats daarvan een stuk tekst uit Camus’ boek De mens in opstand. Maar dat mocht niet van de erven van Camus. Die staken een stokje voor wat zij beschouwden als heiligschennis. De voorstelling moest na de première stoppen. ‘Dat was een heftige periode. Nu heb ik geleerd dat ik materiaal moet kiezen waar ik alles mee mag doen.’

Regisseur Eline Arbo leerde materiaal te kiezen waar ze alles mee mag doen.  Beeld Ivo van der Bent
Regisseur Eline Arbo leerde materiaal te kiezen waar ze alles mee mag doen.Beeld Ivo van der Bent

Naar Moskou

Met Drie zusters van Anton Tsjechov, haar nieuwste en laatste voorstelling bij Toneelschuur Producties, mag ze helemaal doen wat ze zelf wil. Emancipatie, dat is het thema waar ze nu bezig is. ‘Nu ik in de dertig ben, zie ik in Nederland veel vrouwen worstelen met de combinatie van werk en kinderen. Ik vroeg me af waarom dit anders is dan in Noorwegen. Toen ging ik onderzoek doen en ontdekte ik dat het er slecht voorstaat met de emancipatie in Nederland. 74 procent van Nederlandse vrouwen werkt deeltijd. Dat is binnen Europa een heel hoog percentage. Dat is niet goed, want vrouwen die deeltijdwerken, komen minder snel hogerop en krijgen dus minder betaald. En zolang de loonkloof zo groot is, blijft het voor een gezin economisch verstandig als de man fulltime werkt. Het is een vicieuze cirkel.

‘Toen begon ik te denken aan Drie zusters. Die drie zussen vinden zichzelf heel geëmancipeerd, net als Nederlanders. Hun vader geeft ze alle vrijheid en zegt dat alles mogelijk is. Naar Moskou? Prima, ga maar. En toch gaan ze maar niet!’

Arbo brengt dit materiaal tot leven met geweldige theatrale middelen. We zien acteurs die de eigenaardigheden van hun personages uitvergroten. Klederdracht verandert in jarenzestigjurkjes. Er is popmuziek, zoals van The Animals en Kate Bush. Hoe leuk ook, enkele recensenten vonden de voorstelling soms ‘te belerend’. 

Zelf vindt ze dat niet. ‘Deze opvatting ging vooral over de eindmonoloog. Die heb ik heel bewust geplaatst in het laatste bedrijf, dat zich bij mij in 2020 afspeelt. Veel jonge mensen anno nu zijn erg uitgesproken en politiek geëngageerd. Die monoloog is juist een teken van deze tijd.’

Arbo's thema’s – emancipatie, klassenverschillen, idealisme – maken onderdeel uit van wat ze ‘de nieuwe beweging’ noemt: Black lives matter, #MeToo, het klimaatactivisme van Greta Thunberg horen daar ook bij.

Arbo: ‘Het grote verschil met het oudere activisme van bijvoorbeeld mijn ouders is dat er nu niet wordt geroepen: Fuck you, wij gaan het anders doen! Wat deze bewegingen verbindt, is het vermogen om de wereld hoger te achten dan onze eigen levens. Het draait niet om ons, maar om de anderen en om de aarde zelf.’

Een interessantere tijd voor haar doorvoelbare theater had Arbo zich niet kunnen wensen.

De uren

Het boek The Hours van Michael Cunningham was al succesvol verfilmd door Stephen Daldry (met Nicole Kidman en Meryl Streep). Nu waagt Eline Arbo zich aan een theaterbewerking bij ITA. Met onder anderen Chris Nietvelt en Marieke Heebink. Arbo: ‘Het is een ongelooflijk mooi verhaal van drie vrouwen, van wie de levens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Alle drie worstelen ze met de rollen die hun toegewezen zijn. Door vrouwen uit totaal verschillende tijden neer te zetten ontstaan er vragen over het niveau van emancipatie van nu en de rollenpatronen die diep verborgen liggen in onze cultuur.’

Meer over