interviewjandino asporaat

Recensenten, daar bekommert Jandino Asporaat zich al lang niet meer om. ‘Ik heb ze niet nodig’

De Bon Bini-films van comedian Jandino Asporaat (40) trekken volle zalen. ‘Wie steunt ons? De fans.’ Waar moet hij zélf om lachen?

Jandino Asporaat: ‘Over wat ik doe wordt wel gezegd: dat is makkelijk, iedereen kan het. Nou, doe het maar.’ Beeld Erik Smits
Jandino Asporaat: ‘Over wat ik doe wordt wel gezegd: dat is makkelijk, iedereen kan het. Nou, doe het maar.’Beeld Erik Smits

Bon Bini: Judeska in Da House, deel drie in de reeks na Bon Bini Holland en Bon Bini Holland 2, draaide in december kortstondig in de bioscoop, moest er toen uit door de lockdown en keerde terug op 5 juni. Op 10 juni, dezelfde dag dat de film ging draaien op de ABC-eilanden, haalde Judeska in Da House als eerste Nederlandse productie dit jaar de grens van 100 duizend bioscoopbezoekers.

‘We zijn ook net de anderhalf miljoen bezoekers gepasseerd voor de serie, de drie films bij elkaar’, zegt Jandino Asporaat, co-producent, co-scenarist en hoofdrolspeler. ‘Dat gebeurt in Nederland toch niet vaak. Bij het eerste deel werd tegen ons gezegd: misschien kun je 60 duizend bezoekers halen. Ik ben er trots op dat we het momentum konden vasthouden, zes maanden nadat de film de bioscoop uit moest.’

Het lijkt geruisloos voorbij te gaan, zonder grote eerbetonen en vieringen in de media.

‘Dat klopt en het is nooit anders geweest. Deze films werden in de media niet omarmd, het is meer: we kunnen er niet omheen. Daar kun je over jammeren: waar is de aandacht? Maar ik ben het gewend. Wie steunt ons? De fans. Zij komen massaal. Wat wil je liever? Dat de media iets helemaal ophypen en dan komt er niemand kijken? Of het omgekeerde? Ik vind het belangrijkste dat mensen komen kijken.

‘Laatst stuurde iemand me een fragment van een discussie op Radio 1, over hoe slecht het ging met de Nederlandse film. Een van die mensen vroeg toen: en Bon Bini dan, die films zijn een groot succes? Daarop werd gezegd dat dit geen Nederlandse films zijn. Dat is wel de perceptie.’

Wat vind je daarvan?

‘Tegen zo iemand zou ik zeggen: het is een gebrek aan kennis over jouw land. Jij ontzegt jezelf kennis over hoe rijk wij zijn en welke smaken we allemaal hebben. Dat is jammer, want je mist zoveel. Uiteindelijk lachen we allemaal om hetzelfde. De een lacht alleen wat harder dan de ander.’

In het kort het verhaal van Bon Bini: Judeska In Da House: Judeska, de vrijpostige Antilliaanse dame die wordt gespeeld door Jandino Asporaat, gaat in lockdown op het landgoed van de jongeman met wie haar nichtje verkering heeft. Deze schoonfamilie is rijk en kakkineus, wat leidt tot doldwaze confrontaties.

‘We wilden eerst een andere film maken, maar dat kon niet door de lockdown. Toen hebben we binnen vier maanden deze film geschreven en opgenomen. Low budget, omdat we wisten dat er toch geen geld mee zou worden verdiend. Dat is nu eenmaal zo als er maar dertig bezoekers per zaal zijn toegestaan. Na de lockdown kregen we aanbiedingen om de film te verkopen aan streamingdiensten. Financieel was dat het beste geweest, dan heb je meteen zekerheid. Maar we hebben het niet gedaan.’

‘De eerste twee delen waren grote successen, dan heb je een track record. We hebben ons bewezen. In die lijn waren de aanbiedingen. Alleen wilden wij dat iedereen de film in de bioscoop kon zien. De een heeft thuis Netflix, de ander Videoland of Amazon Prime.’

Waar gaat de film over, volgens jou?

‘We wilden Nederland een spiegel voorhouden. Twee families die op het eerste gezicht niets met elkaar hebben en twee weken samen opgesloten zitten in een huis. Dat is de maatschappij. En dat is ook deze film.

‘Je hebt elkaar nodig. Als je twee mensen in een kamer zet, gaan ze praten, hoe verschillend ze ook lijken. Uiteindelijk hebben we allemaal dezelfde dromen en angsten. We willen liefde en veiligheid. Zo verschillend zijn we niet.’

In de Volkskrant werden de eerste twee delen van Bon Bini summier en weinig enthousiast gerecenseerd. (‘En dan is er ook nog zoiets als een plot.’) Dit laatste deel kreeg geen recensie.

Vind je het zelf goede films?

‘Ja. Ik ben geen Steven Spielberg of Will Smith, maar ik denk wel dat ik beter word als maker.’

Wat als je ze vergelijkt met andere films die je goed vindt?

‘Dat zou ik nooit doen, ik concurreer alleen met mezelf. Als ik er dan naar kijk, denk ik: Jandino is goed op weg, maar hij heeft nog veel te leren.’

Jandino Asporaat: ‘Uiteindelijk hebben we allemaal dezelfde dromen en angsten. We willen liefde en veiligheid. Zo verschillend zijn we niet.’ Beeld Erik Smits
Jandino Asporaat: ‘Uiteindelijk hebben we allemaal dezelfde dromen en angsten. We willen liefde en veiligheid. Zo verschillend zijn we niet.’Beeld Erik Smits

Waarom is het verschil zo groot tussen de waardering van het publiek en het oordeel van recensenten?

‘Ik ben simpel, een normale guy. Mijn films zijn dat ook. Een gefrituurde kip ga je toch niet hetzelfde recenseren als verfijnde kaviaar? Over wat ik doe wordt wel gezegd: dat is makkelijk, iedereen kan het. Nou, doe het maar.

‘Iemand schreef een keer een recensie over mijn theatervoorstelling, ik weet niet eens meer waar, in Het Parool of de Theaterkrant. Die recensie begon ermee dat hij nog nooit mensen zo hard had horen lachen, alsof er een tornado over hem heen kwam. En toch gaf hij drie van de vijf sterren. Wij zijn toen gaan kijken: waar gaf hij wél vijf sterren voor? Dat was voor een voorstelling die hij beschreef als: het ging niet, het was moeilijk en het piepte en kraakte. En wat ik doe is makkelijk. Oké.

‘Voor mijn voorstellingen nodig ik recensenten niet eens meer uit. De laatste keer kregen we een verzoek voor twee gratis kaartjes. Ja dag, en daarna ga je schrijven hoe slecht het was? Ik heb gezegd: als de recensie goed is, krijg je het geld terug. Om recensies heb ik me nooit druk gemaakt en dat gaat ook niet meer gebeuren. Ik heb ze niet nodig.’

We gaan het hebben over jouw comedy. Wie waren als kind je voorbeelden?

‘Op Curaçao keek ik naar El Chavo Del Ocho, een Mexicaanse show die iedere dag op tv kwam. Die keek ik in het Spaans. Sketches en typetjes met één hoofdrolspeler, El Chavo. Die man was denk ik al 50 en hij speelde alles. Thuis deden we hem altijd na. Het was niet zo dat ik toen dacht: dit wil ik ook gaan doen als ik groot ben. Later kwamen daar Eddie Murphy en Richard Pryor bij. En toen we naar Nederland verhuisden, ik was 10, ontdekte ik André van Duin. Van hem had ik nog nooit gehoord.’

Hij is de enige die je daarna persoonlijk hebt leren kennen?

‘Ik ging naar een show van André van Duin en na afloop mochten we naar beneden om hem te ontmoeten. Hij kwam eraan en noemde mijn naam, vertelde hoe leuk hij het vond dat ik er was. Van binnen dacht ik alleen maar: oh my God, hij kent mijn naam. Een lieve man, heel bescheiden.

‘Op dit moment is Tyler Perry een groot voorbeeld voor me, als zakenman ook. Hij begon met een theaterstuk en heeft nu de grootste filmstudio van Amerika gebouwd, in Atlanta.’

Ook de Afro-Amerikaan Tyler Perry schrijft, produceert en acteert in zijn eigen komische filmserie over Madea, een vrouwelijk personage dat door hem wordt gespeeld. Ook deze films worden door recensenten niet erg gewaardeerd, maar trekken wel een groot publiek. ‘Ik heb hem één keer ontmoet, in een theater in New York signeerde hij zijn boek.’

Zeg je dan tegen hem dat jij ook films maakt?

‘Nee, ik sla dicht en zeg gewoon: Thank you, Mr. Perry. Met Steve Harvey, ook een Amerikaanse comedian en een groot voorbeeld voor me, heb ik hetzelfde gehad. Op JFK, het vliegveld in New York, hoorde ik mensen zeggen dat hij daar rondliep. Ik rende tot ik hem zag, hij droeg een babyblauw maatpak. Dus ik ernaartoe: I don’t usually do this, maar mag ik een foto? Hij reageerde: ja ja, dat zeggen ze allemaal. Toen pas besefte ik: o ja, dat zeggen mensen ook altijd tegen mij als ze vragen of ik met ze op de foto wil.’

Hoe ben je begonnen?

‘Ik ben sowieso altijd een clown geweest. Als je weinig hebt, moet je iets doen om jezelf te vermaken. Ik kijk er nu op terug en denk dat het in twee delen ging. Eerst was ik de leider van een boyband. We trainden iedere ochtend voor we naar school gingen, heel serieus. En ’s middags weer.

‘Echt een bootcamp om te worden zoals onze voorbeelden: Destiny’s Child, *NSYNC. Dansen, zingen – het klonk vals, maar dat was niet erg. Daar begon de discipline. Bij het uitgaan droegen we altijd dezelfde kleding. Dat was omdat we samen kochten wat ze bij H&M in de aanbieding hadden, maar het zag eruit alsof we een groep waren. Een van de twee vrienden met wie ik die groep zat, Marcel Rocha, is later musicalster geworden. Hij speelde Simba in The Lion King, in Nederland en Duitsland.

‘De tweede stap was dat ik zelf een Dino Show organiseerde. In Rotterdam had je toen LCC’s, de afkorting voor Lokaal Cultuur Centrum. Daar kon je voor veertig euro een zaal huren. Ik ging dan flyeren op de markt, vlakbij die zaal, op het Afrikaanderplein: vanavond een show en het is gratis. Dan kwamen er dertien mensen, plus de vrienden die ik zelf uitnodigde.

‘Achter de coulissen kondigde ik mezelf aan: hier is... Dino! In de zaal was het dan: hé, dat is dezelfde gast die vanmiddag flyers liep uit te delen. Het maakte niet uit, ik stond er en ik had mijn eigen show. Jaren later, toen ik werd benaderd voor een latenightshow op tv, was ik er klaar voor. Ik had me erop voorbereid. I got this.’

Wilde je stand-upcomedian worden, of presentator of acteur?

‘In mijn hoofd gebeurt veel. Ik moet altijd een veelvoud aan activiteiten hebben, anders ga ik me vervelen. Ik wil gewoon entertainen, blij maken. Maakt niet uit hoe. Als ik had moeten goochelen, had ik het ook gedaan.’

Jandino Asporaat: ‘Geld, bezittingen, dat kun je allemaal niet meenemen. Wat wel voor altijd is: je energie, de dingen die je hebt gedaan.’ Beeld Erik Smits
Jandino Asporaat: ‘Geld, bezittingen, dat kun je allemaal niet meenemen. Wat wel voor altijd is: je energie, de dingen die je hebt gedaan.’Beeld Erik Smits

Wat ben je uiteindelijk geworden?

‘Ondernemer. 70 procent van mijn tijd zit nu in sociale projecten op de ABC-eilanden. Als ik daarover vertel, zeggen mensen soms: hier moet je vaker over praten. Alleen, het boeit niemand. Maar dat is niet erg. Je hebt ondernemers die vooral zijn gericht op geld verdienen.’

De meeste, denk ik?

‘Mij gaat het niet alleen om geld. Ik ben me ervan bewust dat ik hier niet voor altijd ben, het leven is kort. Geld, bezittingen, dat kun je allemaal niet meenemen. Wat wel voor altijd is: je energie, de dingen die je hebt gedaan. Ik wil genieten van de tijd dat ik hier ben. Mijn eerste vraag is altijd: vind ik het leuk?’

Wilde je materiaal maken over je afkomst? Of juist niet?

‘Bij Herman Finkers gaat het vaak over Twente. Dat is hij, als persoon. Youp van ’t Hek heeft ook een bepaalde stijl, de mensen die hij uitkiest om grappen over te maken. Dat heeft te maken met zijn afkomst, hij groeide op tussen die mensen. Ik ben me ervan bewust dat anderen hun best doen om mij in een vakje te stoppen, maar zelf denk ik niet in hokjes. Ik ben gewoon Jandino en ik maak wat ik grappig vind.

‘Ik weet nog dat ik ooit een nummer zag van Toon Hermans over Sinterklaas. Dat hij het zo vervelend vond om nooit cadeaus te krijgen omdat ze arm waren. En over zijn Tante Jo. Ik herkende me daarin. Ik kreeg ook niks. En Tante Jo leek op mijn tante. Zijn wereld leek op die van mij, al zou je dat niet denken.’

Hoe zitten jouw grappen in elkaar?

‘Ik weet niet of er een formule achter zit. Het is gewoon waar ik zelf om moet lachen. Oudere mensen kunnen het begrijpen, maar ook kinderen van 3 of 4. Veel herkenning. Volkstheater, heel simpel. Zoals de typetjes van El Chavo waar ik als kind om moest lachen. Rechttoe, rechtaan. In mijn theatershows zit ook geen rode draad. Na afloop zeggen bezoekers: geen idee meer wat hij precies heeft gezegd, maar ik heb wel keihard gelachen. Het liefst improviseer ik de hele avond.

‘Ik weet nog dat ik ooit meedeed aan Cameretten. Alle andere deelnemers kregen kaartjes van impresariaten. Behalve ik. Wat ik hoorde was: tja, wat moeten we met hem, zoveel Antillianen zijn er niet in Nederland, dus wie komt hiernaar kijken? En: het is leuk hier, op Cameretten, in het Nieuwe Luxor, maar buiten Rotterdam gaat dit echt niet werken. Uiteindelijk gaf alleen George Visser me zijn kaartje. Zijn vrouw Sheela had tegen hem gezegd: die jongen, hém moet je hebben. Zij was van Surinaamse afkomst. En van al die andere deelnemers heeft niemand ooit nog iets gehoord.’

Jandino Asporaat: ‘Nog een reden dat ik deze film wilde maken: de negativiteit in de coronaperiode. Hoe de nadruk werd gelegd op verschillen.’ Beeld Erik Smits
Jandino Asporaat: ‘Nog een reden dat ik deze film wilde maken: de negativiteit in de coronaperiode. Hoe de nadruk werd gelegd op verschillen.’Beeld Erik Smits

Zit er ontwikkeling in hoe je werkt?

‘Ik hoop het. Nee, ik denk het wel. Hoe snel we deze film hebben gemaakt, voor een laag budget – dat kan alleen door de ervaring die we nu hebben. Ik merk ook dat ik beter leer acteren. Het lukt me beter om emoties weer te geven, meer diepgang. Vroeger liet ik Judeska twee of drie gekke woordjes zeggen en dan was het af. Dan dacht ik: nu ben ik klaar, het is gelukt.

‘Ik heb wel een natuurlijk talent, maar ik heb geen acteeropleiding gehad. Wat ik kan, gaat maar tot zover. Door te werken met mensen als Liliana de Vries, Teun Kuilboer en Sergio IJssel, die geschoold zijn als acteur, zie ik: aha, dus zo bouw je iets op, een bepaalde emotie. In deze film leert Judeska rekening te houden met een ander. Ze zegt zelfs sorry. Dat heeft ze nooit eerder gedaan, het was nieuw om dat te spelen.’

Over Judeska wordt door critici gezegd dat ze stereotypen bevestigt.

‘Met alle respect, ik focus me niet op dat soort kritiek. Ik weet dat deze films voor veel mensen iets betekenen. Even ongegeneerd lachen, of de pijn vergeten. Judeska representeert niet de zwarte vrouw. Ze vertegenwoordigt de mensen die zeggen wat ze willen zeggen en zich verder nergens iets van aantrekken. Als jij denkt dat alle vrouwen op Curaçao zo praten is dat jouw tekortkoming, niet de mijne. En dat er daarnaast een zwarte advocate meedoet in dezelfde film: daar hoor ik niemand over.

‘Nog een reden dat ik deze film wilde maken: de negativiteit in de coronaperiode. Hoe de nadruk werd gelegd op verschillen. Tussen jong en oud, wit en zwart. De lockdown viel samen met de discussies over BLM (Black Lives Matter, red.). Avond aan avond werd daarover gesproken in talkshows, zonder enige nuance. Alleen maar: jij bent slachtoffer en jij bent dader.

‘Slavernij, politiegeweld, discriminatie: het werd allemaal op één hoop gegooid. Zoals ik ernaar keek was de pijn van een ander het verdienmodel voor die talkshows. En wat heeft het ons gebracht? Een oplossing heb ik niet gehoord. Het enige doel was kijkers trekken voor die programma’s.’

Ten slotte: wie zijn jouw publiek?

‘Iedereen. De Turk, de Marokkaan, de Surinamer, de Antilliaan, de stijve Fries, de gekke Limburger. Als ik in ’t Gooi optreed, zie ik aan de zaal dat ze iets meer geld hebben. Ze komen allemaal. Ik had een voorstelling die heette Laat ze maar komen. Daarin vroeg ik aan het publiek op wie ze stemden. In de zaal zaten ook PVV’ers die dat gewoon durfden te zeggen. Die vrijheid voelden ze.’

Dino’s bezorgservice

In april stopte het programma Dino’s bezorgservice na twee afleveringen wegens te lage kijkcijfers op NPO 1. Inmiddels zijn de uitzendingen hervat, op een ander tijdstip. ‘Geen commercieel succes, dat kan. Het was alleen feelgood, kennelijk niet genoeg noodzaak om te kijken. Zelf wil ik meer maatschappelijke programma’s maken, maar als mensen vooral mijn grappige kant willen zien, als ze de clown willen, dan is dat wat het is.’

Meer over