Razernij

Onvrijwillige kluizenaar, en nog onzichtbaar ook

Steenmeijer Maarten

Overdaad is het handelsmerk van de Latijns-Amerikaanse literatuur. Gebeurtenissen, personages, decors: ze zijn veelal larger than life in de romans van populaire exportproducten als García Márquez, Neruda en Isabel Allende. Dat maakt hun werk zo aantrekkelijk voor Europeanen, gewend als we zijn aan literatuur die zelden buiten haar oevers treedt.


De Argentijnen vinden zichzelf meer bij Europa dan bij Latijns-Amerika horen. De liefhebber van literair exotisme is bij hen daarom aan het verkeerde adres. Toch is de Argentijnse literatuur in zekere zin ook overdadig. Je komt daarin weliswaar geen dictators van honderden jaren oud tegen en ook geen afgesneden hoofden die maar door blijven praten, maar de dichtheid aan literair vernuft per vierkante centimeter is er groter dan waar ook ter wereld. Of het nu om Jorge Luis Borges of om nazaten als Ricardo Piglia en César Aira gaat, allemaal laten ze de literatuur op verbluffende wijze jongleren met zichzelf.


Razernij van Sergio Bizzio (1956) is vergeleken bij dit alles een schoolvoorbeeld van soberheid. De plot, de personages en de taal: ze zijn van een kaalheid die je maar zelden tegenkomt. Maar zoals Borges ooit schreef: wat eenvoudig lijkt te zijn herbergt in werkelijkheid 'een verborgen complexiteit'. Hoe zit dat in Razernij?


De opzet is bijna toneelmatig. Er is een kast van een huis in Buenos Aires, er is een dienstmeisje (Rosa) en er is een arbeider (José María), de spil van het verhaal. José María is een arme wees die zich gedachteloos door het leven slaat. Tot hij Rosa ontmoet. Pas dan - veertig jaar oud - komt niet alleen zijn hart maar ook zijn hoofd tot leven. Nadat hij zijn baas heeft vermoord, trekt hij zich terug op de verlaten bovenverdieping van het huis waar Rosa werkt. Niemand weet dat hij daar zit, zelfs zijn geliefde niet.


Daar komt hij dingen over Rosa te weten die niet voor zijn ogen en oren zijn bestemd en die hem doen twijfelen aan haar liefde voor hem. Maar zijn onzichtbaarheid maakt het hem ook mogelijk zich op te werpen als haar beschermengel, een rol die hem op het lijf blijkt te zijn geschreven.


Razernij heeft niets romantisch of sprookjesachtigs. Hoe overleef je wanneer je helemaal op jezelf bent aangewezen, maar wel mensen om je heen hebt? Een deel van het antwoord is typisch Argentijns, want de onvrijwillige kluizenaar vindt troost en baat bij de passie voor het lezen. Maar de doorslaggevende factor is zijn toewijding aan Rosa, waardoor hij zich in zijn eenzaamheid paradoxaal genoeg tot iets ontwikkelt wat hij nooit is geweest: een sociaal wezen.


Maar Razernij is veel meer dan een existentialistische parabel. Geheel tegen de Argentijnse gewoonte in geeft Bizzio nauwelijks knipogen naar andere teksten. En toch roept zijn afgekloven taal om de haverklap werk van andere schrijvers in herinnering, van Kafka tot Buzzati, van Camus tot Handke, van Onetti tot Pinter. Deze suggestieve kracht is veelzeggend voor de 'verborgen complexiteit' van Bizzio's roman, die de status van moderne klassieker verdient.



Meer over