EssayEeuw van de autologica

Razen de auto's straks weer door de straten of leren we van deze crisis?

Een door het coronavirus leeg Amsterdam.Beeld Getty

De crisis heeft laten zien hoe waardevol de straat is voor andere zaken dan autoverkeer. Houden we dat? Nu de lockdown wordt versoepeld, is de plek achter het stuur weer snel gevonden. Uit nood (trein is vol) en uit veiligheid (anderhalvemetersamenleving).

In straten en op pleinen van steden en dorpen heerste een opmerkelijke stilte. De geluidsdeken die het land normaal 24 uur per dag toedekt, leek weggetrokken. Auto’s stonden in parkeergarages stof te vangen. Het was tijdens het hoogtepunt van de coronacrisis toen de levens van veel Nederlanders even bevroren leken, als in een scène van Tita Tovenaar.

En zoals dat gaat in crises, kwamen er ideeën en plannen over hoe het dagelijks leven eruit zou kunnen zien na corona.

Vooral als het gaat om de auto, die ineens niet zo onmisbaar bleek als we altijd hadden gedacht. Nederland leerde in korte tijd thuiswerken en televergaderen, Ondanks stotterwifi en Zoom-gepruttel zagen we de voordelen van het thuiskantoor: minder reistijd en filestress, een flexibeler verhouding tussen werk en privé, meer vrijheid om de werktijd in te delen – alle voordelen uit de talloze studies die de afgelopen jaren zijn gehouden. We ondervonden ze ineens aan den lijve.

Parijs, Frankrijk.Beeld Getty

Minder uitstoot

De lockdown toonde Nederland – al was het noodgedwongen – de voordelen van minder autoverkeer: als een groot deel van de werkenden straks twee of drie dagen per week thuis blijft, verdwijnen de files vanzelf. Meer thuiswerken betekent ook minder CO2, minder stikstofoxiden, de lucht zal ons allen blauwer toeschijnen, zoals hoogleraar en e-autopromotor Maarten Steinbuch betoogde met een twitterfoto en hashtag #blauwelucht. Nog meer pluspunten: minder aanrijdingen; sommige verzekeraars verlaagden alvast de premie.

Uit overpeinzingen hoe het ‘straks’ beter kan, komt de fiets overal in Europa als winnaar naar voren. Diverse steden werken sinds corona aan de aanleg van fietspaden, die komen te liggen op wat voorheen het domein van de auto was. Rome, Parijs, Brussel omarmden het ‘Nederlandse model’. Voor Italianen, tot voor kort met geen stok uit hun wagen te jagen, kwam er zelfs een fietskoopsubsidie. De WHO pleitte voor meer fietsen.

Voor het eerst in zijn honderdjarige geschiedenis stelden we ons de vraag hoe noodzakelijk de auto nu echt is. Natuurlijk deden anderen dat al veel eerder. ‘Linksige types’, fietsliefhebbers en de bewoner van een kraakpand aan de drukke Amsterdamse Van Baerlestraat, waar jarenlang een spandoek met ‘ga toch fietsen’ aan het balkon hing. Maar nu wordt het gevoel breder gedeeld: het kan wel een beetje minder met die auto.

San Francisco, VS.Beeld Getty

Recht van de snelste

Dat dit voor het eerst is, klopt trouwens niet. In de beginjaren was de automobiel bepaald niet gewenst, schetst Thalia Verkade. Zij schreef samen met ‘fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet het boek Het recht van de snelste, dat vorige week verscheen en waarin ze zich onder meer afvraagt hoe het komt dat de publieke ruimte – de straat – vooral bezit geworden is van de auto. 

Aanvankelijk was dat anders. Volgens Wenken voor automobilisten uit 1908, opgesteld door de Chicago Automobiel Club, diende de automobilist zich ‘onderdanig’ te gedragen. Een beetje zoals de (veel genegeerde) bordjes ‘auto te gast’, die aan de rand van steeds meer stadswijken prijken.

Maar toen het aantal motorvoertuigen in de jaren twintig groeide en er steeds meer slachtoffers vielen, werd niet de auto aan banden gelegd, maar werden de voetgangers teruggefloten, schrijft Verkade. Straten in steden werden ingedeeld zodat de auto ruim baan kreeg, halve wijken gesloopt voor grote brede allees. 

Voetgangers die zomaar overstaken, werden in Amerika afgeschilderd als boertjes (‘jaywalkers’). Al snel was het de jaywalker die werd beboet, in plaats van de automobilist. Een begrijpelijke ontwikkeling, wellicht, uit veiligheidsoverwegingen. Maar, vraagt Verkade zich af, ‘wie voorrang krijgt op straat, moet dat de snelste zijn, of misschien juist de zwakste’?

De Sint-Pietersbasiliek achter een lege straat in Rome, Italië.Beeld Getty

Geleefd door stoplichten

Die vraag mag naïef lijken in een wereld die door de auto wordt gedomineerd, maar Verkade legt in haar boek heel precies uit hoe vastgeroest we zitten in ons ‘verkeersdenken’, waarbij snelheid centraal staat, terwijl er zo veel andere mogelijkheden zijn om de reis (zelfs de dagelijkse gang naar het werk) prettiger te maken. Hoezo vrijheid, als je wordt geleefd door files en stoplichten. Onbedoeld – toen ze aan het project begon was van een pandemie in de verste verte nog geen sprake – is haar boek een schot in de roos van de post-coronatijdgeest.

Blijft de auto straks echt vaker aan de kant staan? Er zijn ook ‘tegenkrachten’. Nu Nederland voorzichtig uit zijn lockdown kruipt, gaat de reis naar kantoor misschien wel vaker in de auto dan voorheen. Uit talloze peilingen die de afgelopen tijd zijn gehouden, blijkt dat forenzen uit vrees voor besmetting het openbaar vervoer willen mijden. Meer Nederlanders zullen ’s ochtends op de fiets stappen, zeker, maar een grote groep zal te ver van het werk wonen en moet omzien naar een alternatief. 

Dat zal, blijkt uit dezelfde uitvragingen, in veel gevallen de auto zijn. Volgens een peiling door branchevereniging Rai kiest de ov-overstapper straks vooral voor de auto (63 procent) en 18 procent de fiets. Tot voor kort werd op werkdagen bijna vijf miljoen keer ingecheckt voor het ov, stel je voor wat er gebeurt als de helft of zelfs maar een kwart van deze groep voortaan de auto neemt.

Maar niet iedereen heeft, zeker na deze crisis die voor velen ook een financiële is, duizenden euro’s klaar liggen voor een nieuwe of tweedehands auto. Deze groep zal mogelijk uitwijken naar privélease. Daarmee kan voor een vast, relatief laag bedrag per maand, een nieuwe auto worden gereden. De sector speelt hier op in door kortlopende contracten aan te bieden, die na een jaar opgezegd kunnen worden.

Brussel, België.Beeld Getty

Economisch gestuurd

De eerste tekenen van een comeback van de auto zijn er al: Afgelopen mei was voor autoverkopers de op een na beste maand in de geschiedenis, meldt Bovag woensdag. Er werden 175 duizend occasions verkocht, volgens de branche voornamelijk door OV-mijders. Persbureau Bloomberg noteerde in Europa een opverende brandstofverkoop. In diverse Chinese steden is de ochtendspits nu gemiddeld drukker dan vorig jaar en zijn de metro’s juist onderbezet. In Berlijn, de eerste Europese stad waar de lockdown werd verlicht, was het gebruik van het openbaar vervoer twee weken geleden ruim 60 procent lager dan normaal, terwijl het aantal auto’s nog maar 28 procent lager was, blijkt uit cijfers van Apple, dat in andere Europese steden vergelijkbare patronen ziet.

Dat de auto opveert, blijkt ook uit allerlei overheidsmaatregelen die de industrie weer op gang moeten brengen: er zijn miljardenleningen uitgeschreven voor autobouwers en koopstimuleringen worden voorbereid. Zelfs uit de duurzame hoek komen deze geluiden. Vanaf 1 juli ligt voor Nederlandse particulieren duizenden euro’s aanschafsubsidie voor een e-auto in het verschiet. Brussel heeft miljardenpremies voor emissievrije auto’s in voorbereiding.

De anderhalvemetersamenleving duwt ons de auto in, iets wat zelfs lobbypartij Rai zorgen baart. Voorzitter Steven van Eijck acht zo’n verschuiving onwenselijk. ‘We moeten voorkomen dat ov-reizigers straks massaal de auto instappen en wij alsnog met z’n allen in de file blijven staan’, zegt hij. 

De grote vraag is wat de thuiswerkers gaan doen. Als een flink deel van de werkenden dat deels vanuit de woonkamer blijft doen, helpt dat luchtvervuiling en files te beteugelen. Maar of beide bewegingen elkaar zullen opheffen, en voor hoe lang, moet blijken. Blijft de nieuwe forens fietsen als straks het weer verslechtert en een mogelijk tweede coronagolf het land overspoelt?

Madrid, Spanje.Beeld Getty

Burger is aan zet

Een lichtpuntje – in opzicht van leefbaarheid – is dat de autosector vooralsnog geen groei ziet van het aantal privéleasecontracten, blijkt uit een rondvraag. Mogelijk kijken de meeste Nederlanders de kat uit de boom, of kiest de forens als puntje bij paaltje komt toch voor het ov-mondkapje.

Het beteugelen van het autoverkeer is een taak voor de overheid. Mogelijkheden genoeg, nu we geleerd hebben dat het anders kan. Bijvoorbeeld door de bijtelling anders in te richten. Stimuleer niet de zakelijke auto, maar juist flexibel vervoer. Bijvoorbeeld met fiscale voordelen voor flexibele abonnementen voor ov, deelfiets en (elektrische) deelauto.

Ook voor burgers ligt er een taak, stelt Thalia Verkade. ‘De wereld verandert niet vanzelf. Vertel de bestuurders van je gemeente hoe fijn het is dat je nu met buren in de straat kunt zitten.’ De crisis heeft volgens haar laten zien hoe waardevol de straat kan zijn voor andere zaken dan autoverkeer. En dat reizen meer is dan zo snel mogelijk van A naar B komen. Maar dan moet de burger wel het initiatief nemen, zegt ze. ‘De toekomst ligt niet vast. Maar als we niets doen, glijden we terug in de autologica van de afgelopen eeuw.’

New York, VS.Beeld Getty
Meer over