Ray Davies beleeft met nieuw album een creatieve opleving

de Volkskrant sprak in Londen Sir Ray Davies (72), voormalig frontman van The Kinks, over de traumatische gebeurtenis in Amerika die hem ertoe bracht het verrassend goede album Americana te maken.

Gijsbert Kamer
Ray Davies Beeld getty
Ray DaviesBeeld getty

Toen Ray Davies, poplegende en voormalig voorman van de Londense jarenzestighelden The Kinks, op de mooie avond van 4 januari 2004 in New Orleans met zijn vriendin van een restaurant naar huis liep, gebeurde er iets wat een katalysator zou blijken voor zijn creatieve bestaan in de jaren daarna.

Een overvaller was uit op het tasje van zijn vriendin en ondanks het feit dat de dief al een waarschuwingsschot had gelost, rende Davies achter hem aan. De overvaller draaide zich om en schoot. En daar lag Davies, met een schotwond in zijn been.

Gewoon een nare en vervelende gebeurtenis, dacht hij aanvankelijk. Maar nu, dertien jaar later, ligt er een prachtig, breed gearrangeerd, melodisch sterk album, Americana, dat het voorlopige hoogtepunt is van een creatieve opleving. Die bij nader inzien, zo vertelt hij ons in zijn huidige woonplaats Londen, door die schietpartij in gang lijkt gezet.

Hoe werkt dat precies?

Tuurlijk, er is iets als een plotseling besef van sterfelijkheid. Een sleutelnummer op Americana is Mystery Room, dat verwijst naar de behandelkamer in het ziekenhuis waar Davies na het incident belandde. 'Dan lig je daar en dan denk je dat het allemaal ineens afgelopen kan zijn', vertelt Davies, nu 72 jaar. 'Het klinkt raar voor iemand van mijn leeftijd, maar zo had ik nog nooit naar het leven gekeken. Ik had altijd het idee dat wij popmuzikanten gezegend waren met een soort onsterfelijkheid. Je leidt een leven waarin alles voor je wordt geregeld. En er gingen weinig mensen dood in de popmuziek, dacht ik. Maar nu ineens vallen ze met bosjes. Bowie, Prince, Leonard Cohen. Er rust geen zegen meer op ons muzikanten, blijkt andermaal. Toen ik me daar door de schietpartij voor het eerst echt van bewust werd, kreeg ik een enorme creatieve injectie, zo leek het.'

De creatieve injectie resulteerde in diverse albums en optredens, maar aanvankelijk hadden die inhoudelijk weinig met het incident te maken. 'Ik probeerde het weg te drukken. Sprak er in interviews over als iets dat me nu eenmaal overkomen was, zoals je bij skiën je been kunt breken. Niks aan de hand verder.'

Of dat ermee te maken heeft of niet: heel consistent was zijn werk in de jaren nul niet. En dat voor de man die met The Kinks verantwoordelijk is voor absolute klassiekers in het puntige pop- en rockgenre. Vanaf het debuut in 1964 kon de band zich meten met The Beatles en The Rolling Stones, met lekker gemeen klinkende rocknummers als You Really Got Me en All Day and All of the Night. De band hakte zijn eigen niche uit in de riff-rock: rocknummers met een catchy herhaalpatroontje op de elektrische gitaar, ofwel een riff. Davies schreef al nummers vanaf zijn 15de en zou uitgroeien tot een van de meest geprezen songschrijvers van zijn generatie.

Maar er bleek natuurlijk wél wat aan de hand. Na de betrekkelijke flop van een van zijn albums, Working Man's Cafe uit 2007, kreeg Davies een terugval. Er kwam weinig meer uit zijn vingers, fysiek ging het slechter, en 's nachts lag hij maar te malen.

Het fenomeen writer's block was hem bekend. Zijn creativiteit had hem al eerder tijdens zijn inmiddels meer dan een halve eeuw durende carrière in de steek gelaten. Vooral de jaren na het einde van The Kinks (1996) waren moeilijk. Een derde echtscheiding, moeizaam contact met zijn jongste dochter Eve, en dan ook nog eens geen muzikale vrienden om hem heen. Het gaf hem een gevoel van isolement.

'Ik miste een band. Niet zozeer mijn band, nee, ik was echt helemaal klaar met die jongens. Maar gewoon een groep mensen om je heen met wie je de wereld rondreist, muziek maakt en lol hebt.'

New Orleans had hem in 2000 een zekere rust gegeven. 'De stad beviel me en deed me dankzij straatjes met bomen zelfs een beetje aan het Londen van mijn jeugd denken.'

Er kwam een nieuwe liefde in zijn leven en even leek alles goed te komen. Toen 2004 naderde, verheugde Davies zich op zijn 60ste verjaardag en het veertigjarige jubileum van The Kinks.

Na het schietincident bleek New Orleans toch niet de heilzame plek die Davies er ooit in zag - hij woont inmiddels al weer bijna tien jaar in Londen. En daar ontvouwde zich langzaam het idee dat hij iets met het schietincident moest doen. Wellicht was de gebeurtenis toch traumatischer dan hij gedacht had en was het iets dat hij van zich af moest schrijven. Hij besloot zijn dubbelhartige relatie met Amerika creatief vorm te geven.

Eerst kwam er een boek, in 2013, net als het huidige album Americana geheten. Niet onlogisch, een boek, want 'ik heb me, meer nog dan muzikant, altijd schrijver gevoeld'. Davies beschrijft in het boek zijn levenslange fascinatie voor Amerika, het weidse landschap, de muziek, zijn ervaringen daar. Hij begon zich, eenmaal terug in Londen, te realiseren hoe intens zijn relatie met het land altijd was geweest. 'Ik groeide op in het grauwe Londen van de jaren vijftig. De cowboyfilms en de rock-'n-rollmuziek die van de andere kant van de oceaan kwamen, boden een blik op een nieuwe wereld waarin alles mogelijk leek. De jazz, de blues. Alles wat cultureel relevant was, leek uit Amerika te komen. Het waren de kogels die me zo opwonden in de films van John Wayne en het was ook een kogel uit een Amerikaans pistool dat me zou vellen. Ineens zag ik het even schrijnende als ironische daarvan.'

Die tegenstelling moest Davies zien te verwoorden. In het ziekenhuis van New Orleans was hij een dagboek begonnen, waarna hij aantekeningen bleef maken. Het bleken de wortels voor een 'merkwaardig boek', vindt ook Davies. Passages over zijn ziekenhuis verblijf wisselt hij in Americana af met herinneringen aan de jaren zeventig, toen hij met zijn Kinks veelvuldig door Amerika tourde. Hij strooit regelmatig met zijn songteksten, die voor een deel weer terugkomen in de liedjes op de plaat.

Broer Dave Davies

De broedertwisten tussen Ray en zijn drie jaar jongere broer en Kinks-gitarist Dave leverden in de band zo veel spanningen op dat The Kinks er in 1996 na 32 jaar definitief mee ophielden. Geruchten over een reünie waren talrijk, totdat Dave in 2004 een getroffen werd door een hersenbloeding. Het moeizame herstelproces verliep voor een groot deel thuis bij zijn broer Ray. Maar het heeft de twee bepaald niet dichter tot elkaar gebracht. Dave, die vaak vergeefs geprobeerd heeft het onder eigen naam te gaan maken, bracht onlangs samen met zijn zoon Russ het weinig opzienbarende album Open Road uit.

Voor een autobiografie is het te vaag en zelfs onbetrouwbaar, omdat Davies personages verzint of andere namen geeft. Maar het geeft wel een kijkje in de geest van Davies, die nog altijd op zoek is naar zijn idee van de Heilige Graal, de Perfecte Gitaarriff. 'De riffs van Chuck Berry trokken me naar Amerika, en die magie zoek ik nog altijd. Daar en in mijn eigen werk.'

Nu is er het album, dat ook Americana heet en afgelopen vrijdag is verschenen. Eigenlijk is het onderdeel van een tweeluik, maar Davies wil eerst zien hoe dit eerste deel valt. En dan, als de gezondheid het toelaat, volgt er wellicht ook nog iets multimediaals in het theater - 'ik heb er materiaal genoeg voor'.

In zijn eigen, nabijgelegen studio Konk mochten we met een paar journalisten naar het album luisteren. Americana bleek een breed gearrangeerde, melodisch sterke popplaat. Davies laat zich begeleiden door de Amerikaanse band The Jayhawks. 'Een echte roots-band, maar daarom heb ik ze niet gevraagd. Ik wilde spelen met een groep muzikanten die elkaar al door en door kenden en die vooral goed samen konden zingen, zodat het lekker organisch klonk.'

Americana hoefde geen plaat met Amerikaans klinkende roots-muziek te worden. 'Ik wilde een groots klinkende, filmisch gearrangeerde plaat maken. Vol, maar niet bombastisch.'

Een geluid dat grootser is dan wat we van Ray Davies gewend zijn. Een breed hoogpolig tapijt, neergelegd door gitaren, toetsen en koortjes, waarop Davies zijn prachtige, verhalende liedjes de ruimte kan geven. De plaat klinkt minder puntig en rockend dan we van The Kinks gewend zijn, maar bevat met een beetje barokpop, vaudeville en wat nette rock-'n-roll de juiste mix waarop de stem van Davies het best gedijt.

Er zijn lichte barstjes gekomen in de stem die we kennen van grote hits als Waterloo Sunset en Lola, maar je herkent zijn wat lijzige, melancholieke geluid nog altijd uit duizenden.

En er is genoeg om melancholiek over te zijn. Heel mooi is het liedje The Deal, het tweede liedje van het album, over een eerste kennismaking met Los Angeles. Het nummer gaat over de gretigheid waarmee de jonge twintigers van The Kinks ieder contract tekenden om verder te komen in het beloofde land, als onderdeel van de Britse invasie die de Amerikaanse pop destijds overspoelde (waar ook het liedje The Invaders over gaat). Het zou voor hen nét wat anders lopen. The Kinks klonken met hun You Really Got Me ruiger dan The Beatles en de Stones en ze hadden ook langer haar. Het maakte ze geliefd maar ook gehaat, vooral bij de overheid. 'Wij werden een beetje het pispaaltje van de Amerikanen. Met The Beatles en de Stones konden ze nog wel iets, die zongen tenminste nog met een aangeleerd Amerikaans accent.'

Misdragingen op het podium en belediging van muziekvakbonden, waren de vage beschuldigingen die The Kinks meer dan drie jaar lang uit de VS hielden. 'Precies in de jaren dat we er flink hadden kunnen cashen, mochten wij het land niet in.'

Noodgedwongen in Europa blijvend, schreef Davies zijn mooiste en meest beklijvende liedjes. Waterloo Sunset, Well Respected Man, Dedicated Follower of Fashion, Sunny Afternoon, Days en David Watts. Stuk voor stuk nummers waarin of de Londense biotoop van Davies of zelfgeschapen personages, ontleend aan zijn directe omgeving, centraal stonden.

Ook aan nummers als Dedicated Follower of Fashion, over wat wel een hedendaagse hipster lijkt, of David Watts, over het rolmodel op school en sportveld voor 'saaie en simpele jongens', zie je hoe Davies zich soms meer schrijver voelt dan muzikant.'Ik ging gewoon de straat op en zag iemand die ik alleen nog maar een naam hoefde te geven, zo makkelijk ging het schrijven me af.'

Maar hoeveel songschrijversroem hem dat neerzetten van die personages ook heeft opgeleverd, op Americana is hij inmiddels een ándere schrijver geworden. 'Naarmate ik ouder werd, voelde ik me verplicht meer van mezelf prijs te geven. Al die bagage die je meetorst, daar moet je iets mee doen.'

Ray Davies, Americana. Legacy/Sony Music.

Meer over