Ravi's plicht

Hij was niet voorbestemd tot dandy of raga-rocker, zijn roeping was sitar spelen en het Westen ervan overtuigen dat Indiase muziek geen kattengejank is....

GANESHA, God van de Wijsheid, bewaakt de stilte in huize Shankar. Op het kleine altaar houdt de god met het olifantshoofd zijn bijl in de aanslag om eenieder los te hakken van aardse beslommeringen en nader tot de Waarheid te brengen.

In deze kamer, die in een normale woning een L-vormige living zou heten, is alles ver weg, maar als je je ogen sluit, eigenlijk toch dichtbij. Alsof je de golven van de Pacific, verderop aan het strand van Encinitas, zo geliefd bij surfers uit heel Californië, toch kunt horen. En ja, zelfs de Ganges, die aan de andere kant van de wereld zijn weg zoekt door de heilige stad Varanasi.

Daar lag Ravi Shankar lang geleden - écht lang geleden, want hij is nu tachtig jaar - bij heldere avonden liefst met zijn hoofd in de schoot van zijn moeder. Dan aaide ze over zijn hoofd, fluisterde ze de namen van de sterren aan de hemel, vertelde ze verhalen over de Hindoe-goden en godinnen, en zong ze liedjes. Die stem, die prachtige stem - hoe zou hij die ooit kunnen vergeten.

Nada Brahma, geluid is God.

Als Shankar de snaren van zijn sitar beroert, zoekt hij zichzelf, verhaalt hij van de ziel van India. 'Wat anderen doen met yoga of drugs, doe ik met muziek. Steeds een stapje verder. Ik verlies mezelf.'

Vroeger kon een concert van de 'godfather van de wereldmuziek', zoals George Harrison hem in de jaren zestig heeft gedoopt, vijf tot zeven uur belopen. Ononderbroken, en niemand verliet de zaal. Nu duurt een concert van Shankar twee uur. 'Alleen met studenten en echte connaisseurs heeft het zin langer door te gaan.'

Bovendien: Shankars gezondheid staat langer optreden niet toe. 'Hij is een wandelend medicijnkastje', zegt Anoushka (18), dochter en discipel. Twee hartaanvallen, vier bypasses, en nog meer dotterbehandelingen heeft haar 62 jaar oudere vader achter de rug. Na een optreden heeft hij een hoge bloeddruk, 'maar juist dan voelt hij zich goed'.

De muziek houdt Ravi Shankar gaande - toch maar weer het vliegtuig in naar Europa, Japan of India, al moet hij vaker concerten afzeggen. Thuisblijven kan soms al vermoeiend genoeg zijn, zelfs in tijden dat hij nauwelijks voorbij het tuinhek komt. Hoewel, binnenkort moet hij dat nieuwe Japanse restaurant eens proberen. En Kim's, de Vietnamees op de 101-kustroute, is fantastisch.

Shankar voelt zich thuis in de heuvels van Encinitas, een uitgestrekt dorp veertig kilometer boven San Diego. Californië is al sinds 1967 zijn uitvalsbasis. Nu nog om één reden eigenlijk: het weer. ('En de dokters zijn hier beter', vult zijn vrouw Sukanya aan.) 'Het is hier altijd lekker. Schone lucht. Goed voor mijn gezondheid. Delhi is veel te warm voor me, vooral in de zomer.'

Nu gaan de Shankars elke winter naar India, volgend jaar gaan ze definitief terug. Dan is in Delhi het Ravi Shankar Center af. Er komt een auditorium, een archief, er kunnen cursussen worden gegeven. 'Als het er te heet is, ga ik optreden in Europa, of we zoeken iets in de bergen.' Het gebouw staat in een diplomatenwijk; minder vervuiling, beter voor zijn gezondheid.

Elke dag een wandeling van veertig minuten, heeft de dokter voorgeschreven, en de kleine, fragiele man doet het trouw (en anders stuurt Sukanya hem wel). Hij maakt een rondje om zijn majestueuze huis; met korte pasjes langs het zwembad, over het gazon. En dan gaat hij weer naar binnen. Oefenen, uitrusten, tv-kijken - films uit India, The Fresh Prince of Bel Air - en het belangrijkste: lesgeven aan zijn student nummer 1, Anoushka.

'Het zit in haar genen', vertelt een trotse vader. 'Ze heeft zoveel talenten. Ze speelt de sitar, is een goed pianospeler, kan goed leren, ze kan zelfs model worden.'

Ze krijgt het op een presenteerblaadje, dat wel, vindt hij. Ze stond op haar vijftiende in Carnegie Hall, hoeft niet te doorstaan wat Ravi heeft doorstaan: totale onderwerping aan zijn goeroe Ustad Allauddin Khan in Maihar (Noord-India), vader van de fameuze sarodspeler Ali Akbar Khan. 'Voor mij was dat een man van vijfhonderd jaar oud. Altijd boos. Zijn familie was bang voor hem.'

Ravi, achttien jaar oud, noemde zijn goeroe Baba, vader. Zijn echte vader had het gezin al vroeg verlaten. Baba werd zijn leidsman, zijn Licht. Zeven jaar van studie, sessies van achttien uur waren geen uitzondering, slapen op harde bedden, tussen de kakkerlakken en de muskieten. Ravi is nooit geslagen; Ali wel, die werd drie dagen aan een boom gebonden omdat hij niet had geoefend.

Nu geeft een tachtigjarige goeroe in Amerika les aan zijn achttienjarige dochter die lid is van een feministische club, debatteert over de rechten van vrouwen in Afghanistan, en Metallica in haar platenkast heeft staan. 'Ik kan haar niet commanderen, ze is erg onafhankelijk.' Hij schreeuwt niet, is sowieso blij dat hij dit nog met zijn dochter kan meemaken. 'Ik ben oud, ik heb haar nooit op mijn schouders kunnen nemen en rondrennen.'

'Voor hem is het moeilijker dan voor mij', zegt Anoushka, die een jaar vrij heeft genomen van school om te oefenen, en concerten te geven samen met haar vader. Vrijdag openen ze in het Amsterdamse Concertgebouw het Holland Festival. 'Ik was acht toen ik begon. Ik begreep het niet, mijn vingers deden pijn. Als het niet lukte, begon ik gewoon te huilen.'

Nu oefent ze 'een aantal uren' per dag - minder dan waar papa voor bidt - en vindt ze de rest van de dag toch wel 'a bit boring'. 's Ochtends wat oefenen, 's middags misschien met vrienden afspreken, 's avonds weer wat uren spelen. 'Hij speelt een melodielijn, ik herhaal het, en leer het uit mijn hoofd. Regel voor regel, en nog eens.' Soms vindt ze pianospelen leuker: 'De druk is dan wat minder groot.'

Het idee Anoushka de fakkel over te laten nemen, kwam van Sukanya. Het leek Anoushka leuk, en Shankar, tja - 'het Verhaal voortzetten, daar hoopt iedere vader toch op?'

Hij vond het zijn plicht de Indiase muziek naar het Westen te brengen. 'In Europa zeiden ze altijd: die muziek gaat maar door en door en door, er zit geen begin of eind aan, kattengejank. Dat wilde ik veranderen. Onze muziek gaat duizenden jaren terug.'

Shankar was in de positie iets te bereiken. 'Ik kende de westerse geest. En ik sprak Engels, wat in die tijd voor een Indiër heel bijzonder was.' Dat had hij vooral te danken aan zijn oudere broer Uday, die Ravi opnam in zijn dansgezelschap, dat over de wereld toerde.

Ravi, geboren als Brahmaan, in de hoogste hindoekaste, speelde en danste op zijn tiende in Parijs, en voer op zijn twaalfde, in 1932, de haven van New York binnen - zijn eerste Amerikaanse tournee. Hij logeerde in het St. Moritz, zag de langbenige Rockettes dansen in de Radio City Music Hall, luisterde naar Armstrong en Ellington.

Hij werd een dandy, vond Baba, vriend van de familie. En hij bracht Ravi terug op aarde. Met de boodschap: 'Je moet je concentreren op één ding, één groot doel in het leven.' Dat werd de sitar.

Shankar maakte zijn Indiase solodebuut in 1939, kreeg een eigen programma op de All India Radio, schreef het volkslied Ons India is de beste plek in de wereld (Sare Jahan Se Accha Hindustan Hamara), speelde voor Jawaharlal Nehru, de eerste premier van onafhankelijk India.

In 1956, toen hij merkte dat zijn huwelijk met Annapurna (dochter van Baba) niet liep, besloot hij te gaan toeren in Europa en Amerika. Hij zou gaan uitleggen waarom de Indiase muziek zo mooi is. Dat doet hij nog regelmatig bij concerten: dan vertelt hij vooraf dat een raga een melodievorm is, die keer op keer wordt herhaald en wordt uitgebreid, dat de sitarmuziek geen harmonie kent en daarom in het begin misschien een beetje raar klinkt.

En dat hij zal stoppen met spelen als er in de zaal wordt gerookt of gedronken. 'Bij festivals, in de jaren zestig, heb ik gezegd dat dit toch echt niet de manier is om naar mijn muziek te luisteren. Jongeren liepen weg, die wilden geen lesje krijgen. De hippies associeerden mijn muziek met drugs, met high worden. Dan zat ik daar te spelen, terwijl ze lagen te vrijen. Ik wilde respect.'

Maar die aandacht was in zekere zin ook een zegen, beseft 'de vijfde Beatle', zoals sommige fervente aanhangers hem noemden. Zijn ontmoeting in 1966 met de Fab Four in Engeland ('aardige jongens, ik voelde me meteen al het meest aangetrokken tot George') zou van hem definitief een internationale superster maken. De vier lieten zich beïnvloeden door een sitarspeler/componist uit India, gingen zelfs bij hem op audiëntie. 'Dat was mijn big splash. Daar heb ik gebruik van gemaakt.'

Harrison - vriend voor het leven, Anoushka kent hem als Uncle George - had in Norwegian Wood de sitar al uitgeprobeerd. Maar dat deed zeer aan Shankars oren ('Wat is dít?'). George werd een van zijn studenten.

Ravi: 'Kun je noten lezen?'

George: 'Eh, nee.'

Ravi: 'Mooi. Dat zou je alleen maar verwarren.'

De eerste lesresultaten zijn te horen in Love You To (Revolver) en Within You Without You (Sgt. Pepper). Shankar was redelijk tevreden.

Hij werd een popidool, stond op het festival in Monterey, Californië, waar hij The Who verafschuwde omdat ze hun gitaren verkrachtten. Hetzelfde geweld op Woodstock 1969: 'Ik wilde eigenlijk niet, maar ik had het afgesproken. Daar had je de drugs weer, en de vrije seks. Als ik daaraan denk, maak ik me zorgen over Anoushka.'

Twee jaar later - hij woonde in Hollywood, werd op straat nageroepen met 'Hi Rav!' - maakte hij geschiedenis met het Concert voor Bangladesh. Het eerste grote benefietconcert. Idee van Shankar, samen met Harrison uitgewerkt.

'Ik had raga-rocker kunnen worden, dan had ik miljoenen en miljoenen kunnen verdienen', zegt Shankar. In India vonden velen destijds dat hij dat min of meer al was: hij had de Indiase cultuur verloochend. Door op Woodstock te staan, door met violist Yehudi Menuhin West Meets East op te nemen, of door samen te werken met het New York Philharmonic. 'Ik wilde vernieuwen. Het oude laten bestaan, maar er verder mee gaan. Ik hou niet van fusion, dat klinkt als een cocktail.'

De kritiek is verstomd. 'Zo gaat dat. In India is er altijd wel één muskiet die je steekt.'

Shankar kwam, moe van de flower power, weer vaker in India. In de jaren tachtig schreef hij de muziek voor de Aziatische Spelen en een deel van de soundtrack voor de film Gandhi. Vorig jaar kreeg hij de Bharat Ratna, de hoogste burgerlijke onderscheiding van het land.

Hij is missionaris gebleven, maar twijfel spookt in zijn hoofd. 'Er is nog maar weinig geduld. Maar dat zegt misschien iedereen die ouder wordt. Alles veramerikaniseert, Mozart gaat op de synthesizer.

'Ik hou van traditie. Een dirigent komt nu nog op in een mooi zwart pak en maakt een buiging. Nog even en hij komt op in een T-shirt en zegt ''Hi folks!'' Waarom alles zo snel? Heilige dingen verdwijnen. Een jongen van zes die alles over seks weet, dat is tegen de wetten van de natuur. Een boom moet eerst groeien, en pas dan geeft hij fruit.

'Je moet de diepte ingaan, alleen entertainen is niet genoeg. En dat hoeft niet per se religieus te zijn.'

'Voor mij is de muziek niet verbonden met religie', zegt Anoushka. 'Hindoeïsme is maar een klein deel van mijn persoon.

'In de muziek gaat het mij om een diep, vredig gevoel. Dat heb ik bij de langzame gedeelten, zonder ritme van de tabla's. De snellere stukken vind ik spannender; maar dat gevoel kan ik ook hebben bij Rage against the Machine.'

Sukanya (45), met wie Ravi op 68-jarige leeftijd trouwde, overbrugt het leeftijdsverschil tussen haar dochter en haar man. 'Ze hielp mij Anoushka begrijpen', zegt Ravi. 'Zij zegt dat het oké is als Anoushka uit wil met vrienden. Andere vrouwen kregen nooit controle over me. Ik was wel eerlijk, maar als het niet ging, liep ik gewoon weg. Zo naïef. Zij bracht ordening in mijn leven.'

Dat was wel nodig. Anoushka, geboren in Londen, wist tot haar achtste niet eens dat Ravi Shankar haar vader was. Die wilde de relatie en zijn dochter geheimhouden, omdat hij nog niet officieel was gescheiden van zijn vrouw in India. En hij heeft weer contact met zijn verloren dochter, de 21-jarige Norah Jones, kind uit een eerdere geheime relatie, jazzpianist in New York. Voor een nauwere band met Shubho, zoon uit zijn eerste huwelijk, was het te laat: die is in 1992 overleden, hij had zich niet laten behandelen voor een longontsteking. 'Misschien had ik me meer met hem moeten bemoeien. Misschien had ik moeten aandringen dat hij sitar ging spelen.'

Meer dan een hele wereld lijkt schuil te gaan achter zijn enigszins troebele ogen. Hij dronk thee bij president Ford, deelde handtekeningen uit aan de Kennedy's, was een voorbeeld voor Philip Glass, en tafelde 'in een huis van een rijke dame in New York' met Salvador Dalí. 'Hij zat naast me en vroeg waar hij neushoornpoeder kon kopen. Ik weet niet wat ik heb geantwoord; als hij zich naar me omdraaide, prikte hij steeds met die snor in mijn wang.'

Hij speelde voor Imelda Marcos en koningin Elizabeth (maar alleen als ze met het banket zou wachten tot hij klaar was). Het Nederlands koningshuis. . . Beatrix heeft hij één keer ontmoet. Maar, 'Juliana, fietst die nog?'

Meer over