Rattle laat zijn Berliner on-Duits klinken

Muziek..

De Berliner Philharmoniker en hun vaste aanvoerder Simon Rattle hebbenmuziekminnaars die het geld ervoor over hadden een weekeind zonder weergabezorgd - en dan moet het laatste van de drie concerten, eenMozartprogramma met pianist Alfred Brendel, hier nog buiten beschouwingblijven. Het is intussen over en voorbij; wat rest is nog de herhaling vande ZaterdagMatinee op Radio 4. Daarin ontbreekt helaas het meestverbluffende onderdeel van de Berlijnse driedaagse, de bevlogen uitvoeringvan Mahlers Vierde Symfonie waarmee het optreden van vrijdag besloot.

De grijze krullenbol Rattle liet hierin overtuigend horen hoe eendirigent kan doordringen in het werk van een componerende collega. DatMahler nieuwe timbres en kleuren won uit ongewone klankcombinaties, is iniedere uitvoering van zijn muziek manifest. Rattle daarentegen ging op zoeknaar de totale versmelting van kleuren, de ultieme beweeglijkheid vanlijnen, en daarmee - wat geen paradox is - naar het grootst mogelijkecontrast. Ook de moderne kantjes van Mahler, de muzikale crossfade, descherpe montage en de illusie van ruimtelijkheid, kwamen daardoor nogtreffender naar voren.

Het is een benadering die waarschijnlijk alleen kan slagen met eenorkest als de Berliner, dat musici in zich bergt met een ongeëvenaardtechnisch kunnen. Het sterkst kwamen deze kwaliteiten naar voren in deaccenten, waarbij de indruk van luidheid allereerst voortkwam uit extramarkante, boventoonrijke timbres.

Mahlers Vierde is de zonnigste en de meest onbekommerde van zijn negensymfonieën, maar de gedaanteverwisselingen die meestermagiër Rattlebewerkstelligde waren desondanks verbluffend, vooral in het derde deel:intense weemoed sloeg hier in luttele seconden om in koddigedraaimolenmuziek. Het was dan ook een lichte anticlimax dat sopraan SallyMatthews die in het vierde deel over de hemelse vrede kwam zingen, niet devereiste engelachtigheid en onschuld in huis bleek te hebben.

Even lucide was Rattles verklanking van Noesis, een recent werk van deZwitserse componist Hanspeter Kyburz, waarin het orkest het in snippers enkruimels opgedeelde toonmateriaal optast tot een scherp gesneden geheel.Ook hier zorgden de gevoileerde strijkers van het Berliner voor intenseverstilling, die in het slotdeel omsloeg in bokkensprongen en exuberantoptimisme.

De Haydn-symfonie waarmee het Matineeconcert opende kreegtemperamentvol gestalte, ondanks de syncopen die je op het verkeerde beenzetten. Dat bij aanvang van de daaropvolgende Variationen van Schönbergeen harpiste bleek te zijn zoekgeraakt in de Amsterdamse winkeldrukte waskennelijk een oplosbaar probleem, maar lijkt erop te wijzen dat Rattle enzijn orkest elkaar buiten het podium toch wat minder goed verstaan.Schönbergs ooit zo hermetisch geachte twaalftoonsmuziek heeft voor hengeen geheimen.

In Ravels Sprookjes van Moeder de Gans ontketende Rattle een volière,toverde het slagwerk exotische taferelen te voorschijn, en produceerden destrijkers een klank als een liefkozend avondbriesje, waaraan niets Duitsmeer te bekennen viel - afgezien van het perfectionisme natuurlijk.

Frits van der Waa

Meer over