Beeldende kunst

Raquel van Haver is het nieuwe jurylid van Project Rembrandt. Zelf moest ze knokken voor erkenning in de kunstwereld

Raquel van Haver heeft een missie met haar kunst: verhalen vertellen en mensen verbinden, van Zuid-Amerika tot Afrika tot de Bijlmer. Ook Project Rembrandt legt een verbinding: tussen de ‘hoge kunst’ en het grote publiek. De Volkskrant spreekt Van Haver op het moment dat ze in Ghana een tentoonstelling voorbereidt.

Sarah van Binsbergen
Raquel van Haver in Tamale Ghana, januari 2022. Beeld Ernest Sackitey
Raquel van Haver in Tamale Ghana, januari 2022.Beeld Ernest Sackitey

In de kunstwereld kun je al een aantal jaar niet om Raquel van Haver (32) en haar grote, opvallende schilderijen heen. Binnenkort kan ook televisiekijkend Nederland met haar kennismaken: Van Haver is namelijk het nieuwe jurylid bij het derde seizoen van Project Rembrandt, waarbij een groep schildertalenten strijdt om de titel ‘beste amateurschilder van Nederland’.

Van Haver, geboren in de Colombiaanse hoofdstad Bogota en opgegroeid bij adoptieouders in Hoorn, heeft zelf de nodige ervaring met winnen. Maar liefst vier keer – in 2012, 2013, 2016 en 2018 – werd ze genomineerd voor de prestigieuze Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst en in 2018 won ze. In datzelfde jaar had ze een solotentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Criticus Hans den Hartog Jager noemde het later in NRC een tentoonstelling waarvan ‘elke beetje cultureel geïnteresseerde Nederlander het gevoel had dat hij deze gezien moest hebben’. In 2019 won Van Haver ook de Amsterdamprijs; de jury noemde haar een rolmodel voor jonge kunstenaars. ‘Zij laat zien wat je kunt bereiken als je vasthoudt aan je eigen wortels en je eigen visie’, stond in het juryrapport.

Hoe kwam je bij Project Rembrandt terecht?

‘Ik was al een keer gevraagd in 2018, maar toen was ik bezig met de grote solotentoonstelling in het Stedelijk Museum en is het niets geworden. Toen ze me voor deze editie nog een keer vroegen, kon ik plaats inruimen in mijn agenda. Normaal gesproken ben ik voor mijn werk veel aan het reizen, door de pandemie was dat een stuk minder. En ik had ook geen grote tentoonstellingen op de planning staan, alleen een aantal kleinere galerietentoonstellingen. Dus ik had er tijd voor. Ik vond het een heel leuke ervaring om te zien hoe zo’n programma werkt.’

Waar zoek je naar als jurylid? Wanneer vind jij een schilderij goed?

‘Wat ik belangrijk vind, is dat iemand begrijpt hoe visuele taal werkt en wat je ermee kunt doen. Hoe roep je emoties op met een doek, hoe vertel je een verhaal? Als deelnemers dat begrijpen – en er zijn er zeker een aantal die dat doen – dan is dat heel fijn om te zien. Nog belangrijker dan het schilderij zelf vind ik het proces, dus de mate waarin iemand groeit tijdens het programma. Hoe luistert iemand naar advies en feedback, wat doet diegene ermee? Ik zit ook in een aantal adviescommissies en ik geef les, dan ben ik vaak heel streng en direct met mijn kritiek. Bij Project Rembrandt was de insteek veel milder en opbouwender. Je bent vooral aan het kijken: hoe zit elke deelnemer in elkaar, en hoe zit het werk in elkaar?’

Raquel van Haver, ‘We do Not sleep as we Parade all Through the Night...’, (2018) in het Stedelijk Museum in Amsterdam.  Beeld
Raquel van Haver, ‘We do Not sleep as we Parade all Through the Night...’, (2018) in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Jouw opa was een amateurschilder, en ik begreep uit een interview van vorig jaar bij radioprogramma Nooit meer slapen dat hij je de liefde voor tekenen en schilderen heeft bijgebracht. Gaf dat voor jou nog een bijzondere lading aan dit programma? Want je werkt hier met amateurs.

‘Daar heb ik totaal niet over nagedacht! Ik heb me in het begin wel afgevraagd waarom ik aan Project Rembrandt mee zou doen. Pieter Roelofs, het andere jurylid, zei daarover iets interessants. Hij is hoofd Schilder- en Beeldhouwkunst bij het Rijksmuseum en had deze baan dus ook niet bepaald nodig. Hij zei: ‘Ik wil gewone Nederlanders graag kennis laten maken met kunst.’ Dit programma laat op een heel leuke, leerzame en laagdrempelige manier zien hoe het maken van een kunstwerk in z’n werk gaat. Dat vind ik leuk, omdat het de wereld van de ‘hoge kunst’ verbindt met de wereld van mensen die daarin minder ingewijd zijn.’

Verbinding is een sleutelbegrip in Van Havers werk. Haar grote, dikke schilderijen, vaak groepsportretten, tonen scènes die zich afspelen in Afrika, Zuid-Amerika, de Cariben en de Bijlmer, waar de kunstenaar sinds haar 17de woont. Haar werk getuigt van reislust, maar ook van een bijzonder oog voor onderlinge verbondenheid tussen de mensen en plekken die ze tegenkomt. Zo toonde ze bij de solotentoonstelling Spirits of the Soil in het Stedelijk Museum (2018) een reeks schilderijen van alledaagse scènes: mensen in een drukke bar verzameld rond een plastic tafel vol bierflesjes, een groep dansende mensen, een straatfeest waar gegeten, gelachen en gespeeld wordt. Die schilderijen lieten de overeenkomsten zien in het dagelijks leven op plekken in Afrika, Zuid-Amerika, de Cariben en Europa, in steden die mede zijn gevormd door kolonialisme en de Afrikaanse diaspora.

Wanneer we elkaar spreken, via Zoom, zit Van Haver in Ghana. Daar treft ze voorbereidingen voor een grote solotentoonstelling bij kunstcentrum SCCA in de Ghanese stad Tamale. Een samenwerking met de Ghanese kunstenaar Ibrahim Mahama en met kunstruimte Redclay studios staan ook op de planning. En ze doet er, in samenwerking met het Textielmuseum in Tilburg, onderzoek naar de verbindingen tussen West-Afrikaanse en Colombiaanse weeftechnieken. ‘Verbinding’ is bij Van Haver niet zijig of naïef, het is stevig verankerd in alles wat ze doet. Dat zie je terug in haar schilderijen.

Raquel van Haver treft ze voorbereidingen voor een grote solotentoonstelling bij kunstcentrum SCCA in de Ghanese hoofdstad Tamale. Beeld
Raquel van Haver treft ze voorbereidingen voor een grote solotentoonstelling bij kunstcentrum SCCA in de Ghanese hoofdstad Tamale.

Jouw eigen werk heeft een herkenbare beeldtaal. Je schildert groepsportretten en scènes met vaak heel veel mensen er op. Ze zijn rauw, donker en groot, met veel reliëf. Zat de wil om heel groot te werken er altijd al in?

‘Dat begon tijdens mijn tijd op de kunstacademie. Ik ben opgegroeid in Hoorn en toen ik op mijn 17de aan de kunstacademie studeerde, ben ik naar Amsterdam-Zuidoost verhuisd. Veel van mijn vrienden waren spoken word-artiesten, muzikanten, kunstenaars en dansers. Ik ging veel naar hun optredens en legde ze vast, eerst in foto’s, later in schilderijen. Ik denk dat van daaruit mijn behoefte is ontstaan om ook luid en duidelijk aanwezig te zijn.’

Hoe bedoel je dat?

‘Je had destijds, en dan hebben we het over tien, vijftien jaar geleden, een groep kunstenaars die een enorme drang voelde een stempel te drukken op het culturele leven in Amsterdam. Die groep was heel erg bezig om verschillende culturele achtergronden en talen die in Amsterdam bij elkaar kwamen, te verbinden. In spoken word, in kunst, en ook in het nachtleven, in clubs als Winston Kingdom en clubavond Cinnamon Wednesdays in Bitterzoet. Daar kwamen allerlei lagen van de samenleving samen. Er werd echt gezocht naar een typisch Amsterdams cultureel geluid. Ik maakte daar ook onderdeel van uit, en dat heeft me de drive gegeven om mezelf te laten zien.’

Als kunstenaar, als schilder heb je een bijzondere methode. Je werken komen tot stand na een lange periode van onderzoek op een plek. Het lijkt een beetje op antropologie of slow journalism, maar jij vertaalt die ervaringen naar schilderijen. Voor je laatste grote project, Amo a la Reina, deed je een half jaar onderzoek naar vrouwelijke leiders in Colombia. Kun je iets over dat project vertellen?

‘In Colombia zijn veel vrouwelijke sociale leiders en activisten actief. Zij spreken zich uit tegen de regering, komen op voor de rechten van de inheemse bevolking, of vechten voor de positie van trans vrouwen. Vrienden van mij hebben in Colombia een organisatie die kunstenaars verbindt met zulke sociale leiders. Via hen wist ik dat het activisme van deze vrouwen vaak een prijs heeft: veel vrouwelijke leiders worden vermoord. Hun positie is alleen maar verslechterd sinds de Colombiaanse regering in 2016 een verdrag tekende met de FARC. Volgens de VN zijn er sinds 2016 meer dan vierhonderd mensenrechtenverdedigers vermoord in Colombia – het hoogste aantal van alle landen in Latijns-Amerika. In Colombia gingen veel gesprekken hierover, terwijl ik er in internationale kranten of tijdschriften weinig over kon terugvinden.’

Raquel van Haver, Amo a la Reina (2020). Bonnefanten, Maastricht 2020.  Beeld Justin Livesey
Raquel van Haver, Amo a la Reina (2020). Bonnefanten, Maastricht 2020.Beeld Justin Livesey

En jij wilde via kunst hun verhalen vertellen?

‘Ja, het irriteerde me een beetje, mild uitgedrukt, dat daar zo weinig aandacht voor is. Ik heb via de organisatie die ik net noemde de contactgegevens gekregen van zo’n honderd vrouwen, en zij brachten me weer met andere vrouwen in contact. Uiteindelijk heb ik honderden mensen gesproken. Al die vrouwen komen terug in de schilderijen die ik naar aanleiding van dit onderzoek maakte en die in september 2020 in het Bonnefantenmuseum te zien waren. Maar door corona hebben maar weinig mensen dat gezien. Bovendien is er nog zoveel meer te vertellen. Ik ga hier dus mee door, dit project is nog niet klaar.’

Dan heb je dus al dat onderzoek gedaan, met al die mensen gesproken, en dan? Hoe vertaal je dat naar schilderijen?

‘Ik had oneindig veel foto’s, video’s en informatie en die moest ik dan terugbrengen tot een vel papier met een schets erop. Hoe ik dat doe? Het begint met foto’s uitzoeken, video’s sorteren en notities doorspitten, op zoek naar een narratief. Wat is de kern? Ik wilde deze krachtige vrouwen en het werk dat ze doen eren. In mijn doeken portretteer ik ze daarom als een soort heiligen, geïnspireerd op Maria-figuren. Tegelijkertijd wilde ik ook de politieke omstandigheden waarin zij werken belichten, dat doe ik via allerlei symbolen die in de schilderijen verstopt zijn. Achter ieder materiaal schuilt bij mij meestal een verhaal.’

Heb je daar een voorbeeld van?

‘Ja, de nepbloemen die ik in deze schilderijen heb verwerkt. Colombia staat bekend om de weldadig mooie en diverse flora en fauna, maar door de instroom van vervuilende multinationals, vooral Chinese bedrijven, is de biodiversiteit op veel plekken aangetast. De rivieren zijn dus vervuild met kwik, waardoor er geen leven meer mogelijk is, er zijn geen vissen meer, geen planten en bloemen. En het gekke is: in veel dorpen heb je nu een stalletje of winkel waar je plastic bloemen kunt kopen. Letterlijk ‘Made in China’, in plaats van bloemen uit de natuur.’

Je zegt dat je met deze schilderijen het werk van deze vrouwen zichtbaar wilde maken. Dat doet me denken aan een kritiek die weleens klinkt wanneer kunstenaars werk maken over gemarginaliseerde groepen. Het idee is dan dat je dan vooral iets komt halen, en dat de mensen die je vastlegt daar verder weinig aan hebben. Hoe sta jij in die discussie?

‘Nee, dat vind ik in mijn geval onzin. Ik ga bijvoorbeeld niet ergens heen om iets exotisch te halen; ik heb zelf, als iemand die geadopteerd is uit Colombia, al genoeg ervaring met exotisme. Ik wil dingen die ik zie benadrukken en duiden, en bovendien denk ik ook altijd na over wat ik teruggeef.

‘Maar het is wel een groot ding, ik merk het ook in gesprekken om me heen. Er is nu een discussie gaande in de kunstwereld over zwarte portretkunst, schilderijen die zwarte lichamen afbeelden doen het goed op de kunstmarkt. En dat is enerzijds positief, maar daar kun je inderdaad ook kritiek op leveren, want representatie gaat over meer dan alleen de buitenkant. Mijn werk gaat niet alleen over het afbeelden van mensen. Het gaat mij om connecties leggen, verbinden en tonen. Ik beeld individuen, groepen mensen of instellingen af wier verhaal in mijn ogen verteld moet worden. Wat ik doe, doen journalisten ook; alleen gebruik ik een penseel in plaats van een pen.’

Raquel van Haver, Amo a la Reina (2020). Bonnefanten, Maastricht 2020.  Beeld Peter Cox
Raquel van Haver, Amo a la Reina (2020). Bonnefanten, Maastricht 2020.Beeld Peter Cox
Raquel van Haver, Amo a la Reina (2020). Bonnefanten, Maastricht 2020.  Beeld Peter Cox
Raquel van Haver, Amo a la Reina (2020). Bonnefanten, Maastricht 2020.Beeld Peter Cox

Dus het verschil zit in het verhalende van je werk?

‘Ja, en in het feit dat ik archiverend te werk ga; ik werk altijd op basis van langdurig onderzoek, ik verdiep me in mensen en hun omstandigheden, door interviews te doen, foto’s en video’s te maken, informatie te verzamelen. Meestal ben ik heel lang bezig op een plek met contacten leggen, onderzoeken, verhalen verzamelen. Dat vergt dus wel heel veel tijd en inspanning. Deze manier van werken pas ik toe in Colombia, in Ghana of andere plekken waar ik werk, maar ook in Amsterdam. Voor de 750ste verjaardag van de stad Amsterdam in 2025 ben ik ook bezig met een serie groepsportretten. Dat worden portretten van die mensen waar ik het al over had, die de culturele scene in Amsterdam van de afgelopen vijftien jaar hebben gevormd.’

Bij Nooit meer slapen vertelde je dat je eerst op de Rietveld Academie hebt gezeten, een hele conceptuele academie. Daar werd je verteld dat je jouw manier van werken moest afleren en toen dacht je: weg hier. Hoe was het op de HKU in Utrecht, waar je daarna heen ging?

‘De HKU heb ik als veel vrijer ervaren. Je moest wel allerlei technieken leren; beeldhouwen, kleien, tekenen, gipsen, schilderen. Maar verder werd ik losgelaten. Ik had een enorme studio, en eigenlijk heb ik mezelf daar vier jaar opgesloten. Op een gegeven moment had ik mijn deur gebarricadeerd, je kon alleen binnenkomen door op je buik onder de barricade door te schuiven. Sommige docenten deden dat ook wel, en die stonden dan ineens in mijn ruimte. Met sommige docenten heb ik nog steeds contact en die zeggen soms: je was gewoon weg, in die tijd. Ik was aan het schilderen. Dat werd me niet altijd in dank afgenomen, maar ik was heel koppig.’

Figuratieve schilderijen maken, portretten, werd zo’n vijftien jaar geleden niet bepaald aangemoedigd op kunstacademies.

Lacht: ‘Het werd zeker niet verwelkomd, nee. Het werd echt afgekeurd. Dat was best wel lastig op de kunstacademie. Waarom, in godsnaam, ga je mensen schilderen, wie doet dat? Zoiets werd me zo ongeveer gevraagd. Ik heb daar wel voor moeten vechten. En omdat er op de academies weinig kennis was over het type kunst dat ik interessant vond, kunst die niet tot de westerse canon behoort bijvoorbeeld, heb ik veel zelfstudie moeten doen. Mijn eigen visie heb ik vooral ontwikkeld door kunstenaars die ik interessant vond zelf op te zoeken, en via residenties in het buitenland.’

Hoe kan het kunstonderwijs beter, denk je?

‘Op Nederlandse academies wordt alleen maar naar kunst uit het westen gekeken, dat is het eerste wat zou moeten veranderen. Er zou veel meer kennis moeten zijn van kunst uit niet-westerse gebieden. Als ik zelf wel eens vragen stelde over een niet-westerse kunstenaar, werd dat afgedaan met: die kennen we niet. Ik denk dat veel kunstenaars van kleur daarom afhaken, want ze missen een herkenningspunt.’

Ik heb begrepen dat je zelf ook bezig bent iets op te zetten om dat gat op te vullen.

‘Ja! Ik ben nu bezig om in Amsterdam-Zuidoost een instituut – ik vind dat trouwens een verschrikkelijk woord, maar goed – op te zetten, met hulp van onder anderen kwartiermaker Chiel Griffioen. Het wordt een permanente plek voor kunst en cultuur: een museum, een residentieplek, er komen werkplaatsen in, een bioscoop noem maar op. In 2023 gaan we open. Ik heb Azu Nwagbogu, directeur van het African Arts Foundation en Lagos Photo in Lagos, Nigeria, gevraagd als artistiek directeur. We willen te gekke shows neerzetten en daarnaast wil ik verschillende residenties die ik ken, wereldwijd, met elkaar verbinden. Zodat kunstenaars van over de hele wereld hier een tijdje kunnen komen werken, en dan via onze contacten ook weer op andere plekken terecht kunnen. Het moet een plek worden die enerzijds heel internationaal is, en die aan de andere kant ook de lokale jeugd in Zuidoost in contact brengt met kunst.’

Project Rembrandt is vanaf 23/1 acht weken lang elke zondag om 20.25u te zien op NPO 1.

Project Rembrandt

In het derde seizoen van Project Rembrandt gaat een groep schildertalenten de creatieve strijd met elkaar aan. In acht afleveringen krijgen de deelnemers op diverse locaties in Nederland een reeks opdrachten in de geest van Rembrandt en andere grote meesters uit de schilderkunst. Annechien Steenhuizen presenteert het programma, kunstenaars Iris Frederix en Tyas Leeuwerink coachen de talenten door de opdrachten heen. Juryleden Pieter Roelofs en, sinds dit jaar, Raquel van Haver vellen het oordeel: wie is de beste amateur kunstschilder van Nederland?

Raquel van Haver

1989 geboren in Bogota, Colombia

2006 – 2008 studeert Beeldende kunst aan de Gerrit Rietveld Academie

2008 - 2012 studeert Beeldende kunst aan HKU Utrecht

2017 De Scheffer Prijs, Dordrechtse prijs voor jonge kunstenaars

2018 Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst (ook genomineerd in 2012 en 2013 en 2016)

2018 –2019 Solotentoonstelling Spirits of the Soil, Stedelijk Museum Amsterdam

2019 Wint Amsterdam Prijs

2020 Tentoonstelling Amo ala Reina als onderdeel van Say it Loud bij Bonnefantenmuseum Maastricht

2020 Uur van de Wolf-documentaire De vrouwen van mijn land over Raquel van Haver, door Bibi Fadlalla

Documentaire

In 2020 maakte Bibi Fadlalla over Raquel van Haver de documentaire De vrouwen van mijn land, opgenomen tijdens Van Havers onderzoek in Colombia. Anders dan in Van Havers eigen werk, staat in die film vooral haar adoptiegeschiedenis centraal. ‘Zelf praat ik daar niet zo graag over’, zegt ze, ‘dus het was echt de keuze van de regisseur om daar de nadruk op te leggen. Ze heeft dat wel heel mooi gedaan, met veel verstilde beelden en weinig tekst.’ De film is te zien op NPO Plus.

Meer over