Ramón Gieling filmt Van der Keuken bij de fotograaf

Leven met je ogen van Ramón Gieling. En: To Sang Fotostudio van Johan van der Keuken. In Rialto Amsterdam...

'Het mooie van fotografen is dat zij ondanks de techniek, iets mechanisch dus, het subjectieve en emotionele kunnen oproepen.'

Bewonderende uitspraak van (zelf fotograaf en) filmer Johan van der Keuken in de documentaire Leven met je ogen, die meer over filmen dan fotografie gaat, want een portret is van Johan van der Keuken, zij het een Van der Keuken die een fotograaf filmt. De titel slaat weer wel op Van der Keuken, want is een uitspraak van documentairemaker Robert Kramer over zijn Nederlandse collega.

Lijkt ingewikkeld, maar het zit zo. Johan van der Keuken maakte een korte documentaire (35 minuten) over de fotograaf Lee To Sang, die mensen in zijn winkel in de Amsterdamse Albert Cuypstraat portretteert. Over het maken van die film maakte Ramón Gieling op zijn beurt een documentaire (55 minuten), Leven met je ogen.

Van der Keuken zegt daarin dat fotografie al eerder een deelonderwerp van zijn films was, maar dat hij het dit keer eens als hoofdthema wilde nemen. Hij ziet in Lee To San een ideaal model ('zijn blik is monumentaal, tegelijk grappig en toch ook van een diepe ernst'), omdat een goede portretfotograaf als To San tegelijkertijd ook een regisseur is. Dat laat Van der Keuken, in zijn bewondering, zien aan Gieling, die de filmer op de voet volgt.

Het aardige van Leven met je ogen is dat je nu eens kunt zien hoe Van der Keuken werkt, met zijn vrouw Noshka van der Lely altijd aan zijn zijde (als geluidsvrouw, chauffeur en vooral ook aanspreekpunt). Beleefd en toch dwingend zet Van der Keuken de mensen naar zijn hand en terecht zet hij uiteen dat het maken van een documentaire zich altijd beweegt tussen construeren en toeval.

Deskundigen en kennissen geven hun commentaar op Van der Keuken en flarden van vroegere films dienen als voorbeelden van deze betoogjes, die door Gieling een beetje hapsnap zijn gemonteerd - zodat het voornamelijk citaten zijn en niet erg diepe analyses.

Voor wie Van der Keuken en zijn werk kent, komt er weinig nieuws op tafel. Wel is het boeiend om hem echt aan het ambachtelijk scheppen te zien. Hoe vast die camera op zijn 59-jarige schouders staat, hoe zijn voetenwerk is als hij lopend en soms bijna dansend opnamen maakt, hoe hij mensen regisseert in hun natuurlijkheid, hoe hij inderdaad vanuit een idee toch het toeval niet laat ontsnappen.

Gielings portret heeft nog een andere kant. Omdat Gieling Johan van der Keuken volgt in diens betrokkenheid met 'zijn' fotograaf, ontwikkelt zich ook een portretje dat Van der Keuken maakt van de fotograaf. Indirect krijg je een aardig beeld van die man. Wat Van der Keuken over hem zegt, laat Gieling zien. En zo wordt Leven met je ogen een dubbelportret en slaat de opmerking van Kramer ook op To San.

Als je daarna de film van Johan van der Keuken zelf, bijna de helft zo kort als die van Gieling, bekijkt, krijg je de merkwaardige ervaring dat je alles al gezien hebt. De film die uitgangspunt was, is overbodig geworden. Maar als hij niet was gemaakt, had ook het portret van Gieling niet kunnen bestaan. Om dit gevoel van overbodigheid te voorkomen is de volgorde van vertoning andersom: eerst Van der Keukens film, dan die van Gieling. De enige mogelijkheid.

Peter van Bueren

Meer over