Rameau in het riet

Op school leidde ik een bandje dat om commerciële redenen de Paul Whiteman band heette, een verwijzing naar de legendarische Amerikaanse orkestleider....

Gastoptredens werden verzorgd door een roodharige zangeres van de mavo,die niet om haar stem was geselecteerd, en een klarinettist uit mijn klasdie slechts één nummer op zijn repertoire had: Mack the knife van KurtWeil. Het geluid van zijn instrument klonk benepen alsof de jongenproblemen had met de stoelgang. Het kostte hem zichtbaar moeite lucht doorde opening in het mondstuk te persen. Na een tijdje vroegen we hem nietmeer en het duurde lang eer ik weer van blaasmuziek kon genieten. Watdaarbij niet hielp: het beeld van dronken mannen gehuld in blauwewerkkleding en een rode sjaal, die tijdens een voetbalwedstrijd carnavalsliedjes uit hun koper toeterden.

Op een concertpodium zie je ze niet. Daar gaan de blazers van hetsymfonie-orkest verscholen achter een brede haag strijkers alsof dedirigent zich voor hen schaamt. Alleen in jeugdconcerten treden ze naarvoren als ze dierengeluiden imiteren.

Ik dacht om al deze redenen dat blazers een tweederangs positie in dehiërarchie van muziekinstrumenten innamen, maar mijn oordeel moest in deloop der jaren flink bijgesteld. In bijna alle cantates van Bach is het dehobo die de klank bepaalt van de honderden weergaloze aria's. Deklarinetkwintetten van Mozart en Brahms creëren een wereld van warmte,weemoed en wijsheid. Milhaud en Poulenc geven de saxofoon een volwassen rolen Gerswin's Rapsody in Blue begint met een klarinetsolo die nooit meer uitje hoofd gaat.

Ik ging definitief om toen de blazers uit allerlei orkesten eigenformaties oprichtten en nieuw of bewerkt repertoire samenstelden. Degrammofoonplaat van het Nederlands Blazers Ensemble met Mozarts aria's hebik zo vaak gedraaid dat de naald in het vinyl bleef steken.

Het Amsterdamse rietkwintet Calefax bewerkte klavecimbelmuziek van JeanPhilippe Rameau (1683-1764) en het resultaat klinkt nog fraaier dan deklavieruitvoeringen die ik van deze composities ken. De ragfijne melodischelijntjes houden hun elegantie terwijl de fagot, klarinet, hobo, saxofoonen basklarinet er met veel gevoel en intelligentie warme kleuren aantoevoegen. Rameau was de hofcomponist van Lodewijk de XV en daar heeftCalefax met de bewerkingen rekening mee gehouden. Met hun trotseinstrumenten lopen de musici door het weelderige decor van de 18de eeuw.Calefax neemt plaats in de spiegelzaal van het paleis. Als de koningpuffend is gaan zitten, klinken de eerste sprankelende nootjes en kan dedans beginnen.

Voetbal bestond nog niet. Leve Calefax.

Paul Witteman

Meer over