Ragfijne flamenco van La Tremendita

De kinderen van de 'flamenco nuevo', die in de jaren zestig werd ontwikkeld door Paco de Lucia en Camarón de la Isla, beschouwen zichzelf allang niet meer als 'nieuw'....

De jonge Salvador Gutiérrez, die zangeres Rosario LaTremendita op gitaar begeleidt, heeft ze met de paplepel binnengekregen. Zijn techniek is even fabelachtig als die van eencoryfee als Gerardo Nuñez; zijn palet zelfs nog breder.

Het raffinement van deze flamenco staat mijlenver af van watbezoekers van het legendarische Fiesta Gitana da Silva in dejaren vijftig en zestig kregen opgediend. Dat er geen dansersmeer aan te pas komen, stoort niemand: één stem en één gitaarzijn voldoende om een avondvullend programma te verzorgen.

Ook aan grote gebaren heeft dit duo geen behoefte. Bij hen isde flamenco een kunstvorm van ragfijne miniaturen geworden,waarbij het kleinste detail de vervoering teweeg kan brengen.

De afgelopen decennia is de flamenco uitgegroeid tot symboolvan de nationale identiteit van Spanje. Daardoor konden ookmuzikanten uit andere delen van het land, zoals de CatalaanMiguel Poveda, de traditie omarmen. Rosario Guerrero Hernandez,zoals ze eigenlijk heet, is niet alleen afkomstig uit Andalusië;ze groeide op in een van de oorspronkelijke broeinesten van deflamenco, de zigeunerwijk Triana in Sevilla. Haar overgrootmoederwas een vermaarde saetera (vertolkster van rituele gezangen uitde heilige week) en de kneepjes van de flamencozang leerde ze vanhaar vader, van wiens bijnaam 'El Tremendo' de hare is afgeleid.

Blijft de vraag waar iemand op haar 22ste zo'n prachtigdoorleefd stemgeluid vandaan haalt. Alleen al dieonwaarschijnlijke combinatie van snijdend scherp en tochgevoileerd - alsof het in de genen zit. Dat ze ondanks haarbeperkte bereik op het prestigieuze 'Cuncurso Nacional de ArteFlamenco' in Córdoba de 'Premio Manolo Caracol' (vernoemd naarde grote zanger Manuel Ortega Juárez) in de wacht sleepte, zegtalles over haar artisticiteit en zeggingskracht en vooralgedrevenheid.

Jammer dat het succes van het ene genre in de wereldmuziekvaak ten koste gaat van het andere. Zo moest veel flamenco opNederlandse podia wijken voor de fado uit Portugal. Waar elk jongfadoding tegenwoordig een theatertournee door het land waardiglijkt, moeten we het voor wat betreft de flamenco stellen metspaarzame juweeltjes als 'La Tremendita'. Hoog tijd voor eenherwaardering van het genre met de nog altijd raadselachtige naam'Vlaams'.

Meer over