'Publiek, u kunt nog weg als u het niet prettig vindt'

Interview..

Van onze medewerkster Floortje Smit

berlijn Hoe een openingsscène de stemming in een zaal kan doen omslaan. Die van Submarino van Thomas Vinterberg drukt zwaar op het première-publiek in het Berlinale Palast. Eerst de introductie van de twee verwaarloosde jongetjes van een jaar of tien, elf, die hun babybroertje verzorgen. Liefdevol maar ook onhandig, met een peuk in de mondhoek. Dan de alcoholistische moeder, die ze slaat, en hard ook, omdat ze haar sterke drank achterover hebben gedrukt.

‘Nee, nee, nee’, fluistert een vrouw uit het publiek zachtjes als de jongetjes vervolgens hun inmiddels bewusteloze moeder wekken door een broodrooster in haar urine –ze heeft ook al in haar broek geplast – te gooien. En dan is de grootste ellende nog niet voorbij.

Wie ook een beetje ongemakkelijk in zijn stoel heeft geschuifeld, is regisseur Vinterberg zelf. ‘De film was harder dan ik me kon herinneren’, bekent hij.

Hij wist natuurlijk dat deze film duisterder en hardvochtiger was dan zijn geflopte It’s All About Love (2003) en Dear Wendy (2005) en zelfs dan zijn grote succes Festen (1998). Met die openingsscène wilde hij de toon zetten. ‘Ik vond het belangrijk om eerlijk te zijn tegen het publiek. Te zeggen: kijk, hier beginnen we en het wordt niet beter. Dus je kunt weg als je het niet prettig vindt.’ Maar, zegt hij: ‘Als het te hopeloos is, stoot je het publiek af. De balans is heel moeilijk.’

Alhoewel Vinterberg het gelijknamige boek van de Deense schrijver Jonas T. Bengtsson in eerste instantie ook woedend door de kamer smeet, vindt hij het verhaal niet uitzichtloos. ‘Toen ik daarna weer honderd pagina’s had gelezen, was ik er kapot van. Er zat een teder, klein verhaal in over liefde dat voor mij sentimenteel genoeg was.’

De film volgt in twee losse verhaallijnen het leven van de twee broers die zich allebei proberen te ontworstelen aan hun verleden en achtergrond. De een is alcoholist, de ander een drugsverslaafde vader. Hun intenties zijn goed, maar het resultaat van hun inspanningen is minimaal. Als net gescheiden vader herkende Vinterberg meteen van het gevoel van schuld dat ouderschap met zich mee kan brengen. Een scene waarin de vader zijn zoon voor de tv vergeet, was een keerpunt.

‘Dat was mijn ergste nachtmerrie. Ik was voor het eerst alleen verantwoordelijk voor mijn kinderen. De angst om het verkeerd te doen is levensgroot. Dat is universeel. Daarbij, moderne gezinnen drijven uit elkaar.’

Dat echte leven, daarnaar zoekt Vinterberg in al zijn films. Zijn personages zijn geen monsters. Hij weigert sentiment aan te zetten met violen. De kringen waarin de broers verkeren, was volslagen vreemd voor Vinterberg en zijn cast. Dus moest hij op onderzoek, al worstelde hij soms met het ‘romantische idee’ van research. Kom je daar, in de armste wijken van Kopenhagen, met je geld, je universitaire opleiding en je werk in de filmindustrie. ‘Ik vroeg of ik een paar nachten in een daklozenopvang kon doorbrengen. Natuurlijk kan dat, zei de man, als je het bed voor een dakloze wilt bezetten.’

Maar zin had het wel, vertelt hij, zeker voor de acteurs. ‘Voor het personage van alcoholist Nick was ik op zoek naar gewicht. Fysiek gewicht – hij was heel dun – maar ook emotioneel gewicht dat hij met zich mee moet torsen. Die zwaarte was moeilijk, en niet op te lossen met een lagere stem. Totdat hij een paar dagen doorbracht in een tehuis voor ex-criminelen. Toen hij terug kwam, had hij opeens dat kalme, de zwaarte die ik zocht.’

Meer over