Prothesekamer wordt fitnessruimte

Markante gebouwen die hun oorspronkelijke bestemming verliezen, krijgen een tweede leven. Een maalderij wordt woonhuis, vuurtoren een hotel en een spinnerij een museum....

Philip van de Poel

D E een kent het Duitse Huis van de dienstplichtkeuring, de ander van de kraakfeesten die er midden jaren negentig werden gevierd. Sinds enkele weken heeft het voormalige klooster annex militair hospitaal in hartje Utrecht een beduidend mondainere bestemming.

Vijftig miljoen gulden zijn er in het van oorsprong middeleeuwse complex gestoken om het tot een luxehotel om te toveren. Dankzij de ingreep kan de bezoeker er nu koffiedrinken met zicht op de keizerlijke, privé-latrine van Karel V.

'De historische en archeologische rijkdom van het Duitse Huis was voor iedereen een schok', vertelt gemeentelijk bouwhistoricus Bart Klück. 'Het is alsof er in de binnenstad van Utrecht een geheim deurtje is open gegaan van een kamer die heel lang gesloten is geweest.'

De sleutel van deze historische schatkamer lag eeuwen in handen van de Ridderlijke Duitse Orde. De naar het voorbeeld van de Tempeliers en Johannieters opgerichte geestelijke ridderorde deed in de dertiende eeuw haar intrede in Utrecht. Nadat hun onderkomen buiten de stadsmuren in puin was gelegd, bouwden de ridders het klooster rond 1346 binnen de stadsmuren weer op. Deze bebouwing vormt tot op vandaag het hart van het complex.

De ridders zelf zijn evenmin verdwenen, al zijn ze niet meer de kloosterlijke vechtjassen van weleer, maar zeer adellijke heren die liefdadigheid op reformatorische grondslag bedrijven. Vier jaar geleden keerden de ridders terug naar enkele bijgebouwen op het terrein dat ze in de Napoleontische tijd hadden moeten verlaten. In deze laatste periode werd tevens de aanzet gegeven tot de bouw van de hospitaalvleugel, die nu het vooraanzicht van het complex bepaalt.

Het monumentale karakter van het Duitse huis bezorgt de nieuwe eigenaar van het pand enige hoofdbrekens. 'Een oud pand als dit heeft operationeel en praktisch een andere gebruiksaanwijzing dan een nieuw hotel', zegt Harriëtte Loeffen, marketingmanager van Grand Hotel Karel V.

Weerbarstige funderingen en scheve muren mogen dan niet stroken met een optimaal functioneel hergebruik, de rijke historie van het pand vormt tezelfdertijd een prachtig marketinginstrument. Het gastenboek van het Duitse Huis leest als een verslag van vijf eeuwen society-geschiedenis. Oud-bezoekers als Willem van Oranje, de hertog van Alva en natuurlijk de Habsburgse keizer Karel V, wiens naam door het vijfsterrenhotel dankbaar is geadopteerd, bezorgen het hotel als vanzelf grandeur.

Wanneer eind oktober de hotelvleugel gebruiksklaar is, hoeven Filmfestival-VIP's en Muziekcentrum-diva's zich in Utrecht niet langer ontheemd te voelen. 'Zulke gasten worden nu vaak in Amsterdam onder gebracht', weet Loeffen. 'Simpelweg omdat er in Utrecht geen vijfsterren hotel is.' Toch wil het hotel er niet alleen voor de chique zijn. De ommuurde hoteltuin krijgt een semi-publiek karakter en de archeologische vondsten worden in het openbare gedeelte van het hotel tentoongesteld. 'We zoeken cultureel aansluiting bij de stad.'

De dubbelrol van hotelier en hoeder van het historisch erfgoed, levert enkele verwonderlijke vormen van hergebruik op. De prothese-kamer van het voormalig militair hospitaal verandert in een fitness-ruimte voor hotelgasten en het cachot wordt een wijnkelder.

Volgens Klück hoeft dit allerminst afbreuk te doen aan het karakter van het pand. 'Het complex is gebouwd om mensen te ontvangen, te verzorgen en onderdak te bieden. De functie van een hotel is niet veel anders. De verbouwing heeft het karakter van het pand niet alleen behouden, maar zelfs versterkt.'

Vanuit bouwhistorisch oogpunt opmerkelijk vindt Klück de helderheid van het Middeleeuwse hoofdgebouw. Het raffinement van het Duitse Huis ontkracht volgens Klück het idee dat middeleeuwers op de bonnefooi bouwden. 'Het is nog steeds een populaire opvatting dat bouwen in de Middeleeuwen een zaak van gissen was. Daardoor werden de muren te dik en de ramen te klein. In het Duitse Huis zie je het tegendeel. Het gebouw is puur vanuit een functie gebouwd. Geen muur is te dik en de meeste ruimtes baden in een zee van licht. Daarmee is het een heel modern, tijdloos gebouw.'

Midden jaren negentig werd het pand voor korte tijd gekraakt, dat heeft zijn sporen nagelaten. 'De krakers brachten allerlei spannende muurschilderingen aan, maar ze zijn wel de redding van het complex geweest', gelooft Klück. 'Het pand stond leeg en van lieverlee trokken er steeds meer junkies in. Om warm te blijven stookten ze vuur op de houten vloeren. Dat was afgelopen toen de krakers met hun honden kwamen.'

Meer over