Protest én zege

Deze rubriek belicht wekelijks alledaagse dingen met een kunstblik. Vandaag: vuisten...

Rutger Pontzen

Gebalde vuisten. Eergisteren domineerden ze het nieuws, hoewel het feitelijk om een oude gebeurtenis ging: de vrijlating van Nelson Mandela uit de gevangenis, die dag precies twintig jaar geleden. Foto’s en filmbeelden lieten een uitgelaten Mandela zien samen met zijn (inmiddels ex-) vrouw Winnie. Hand in hand lopen ze de journalisten tegemoet. Met de andere arm zwaaien ze hun vuist op en neer. Het oogt zowel strijdvaardig als feestelijk. Een teken dat beide gemoedsuitingen samen kunnen gaan.

Vreemd eigenlijk. Want je hebt zowel protestvuisten als overwinningsvuisten. Wat hun uiterlijk betreft, zit er weinig verschil tussen. Ze zien er precies hetzelfde uit, hoewel mannen eerder de neiging hebben de duim vóór de andere vier vingers te buigen, en vrouwen ernaast. Het enige dat de ene vuist tot een protest maakt, en de andere tot een overwinning is de grimas van de man of vrouw eronder. Die verraadt de gemoedstoestand waarmee de vingers zich tot een bal hebben gevormd.

Denk aan alle voorbeelden die er in de beeldgeschiedenis van de vuist zijn nagelaten: pamflettistische uitingen van links activisme, affiches die jonge Duitsers opriepen dienst te nemen in de Wehrmacht, het gebaar en de oerschreeuw van Pieter van den Hoogenband na het goud op de 100 meter vrije slag in Athene, de vuist waarmee Superman door de ruimte suist.

Het mooiste voorbeeld van de combinatie van beide soorten – protest én overwinning – zijn de vuisten van de twee zwarte hardlopers op de Olympische Spelen van Mexico in 1968. Met gebogen hoofd luisteren Tommie Smith en John Carlos, winnaars van het goud en brons op de 200 meter, naar het Amerikaanse volkslied, de arm strak omhoog, met aan het einde een gebalde vuist in zwarte handschoen.

Smith en Carlos vierden hun overwinning én wilden de wereld laten weten van de onderdrukking en armoede onder de Afro-Americans, en hun strijd voor gelijke burgerrechten. De actie was een voortvloeisel uit de Black Power-beweging van de jaren zestig, als een uiting van niet-gewelddadig verzet, hoewel de organisatie van de Spelen daar heel anders over dacht. Smith en Carlos werden na de ceremonie het Olympisch dorp uitgezet. Beide atleten werden beschimpt bij terugkeer in Amerika. Later pleegde de vrouw van Carlos zelfmoord omdat de haat haar te veel werd.

De kracht van de vuist was meer dan de som der vijf vingers. Na de I have a dream-toespraak van Martin Luther King en de moord op hem in het voorjaar van 1968 zetten Smith en Carlos het verzet en de hoop op een oplossing voor de rassenonlusten voort. Aan de andere kant van de wereld vervolmaakte Mandela die zegetocht twaalf jaar later met hetzelfde gebaar. ‘Free at last! Free at last! Thank God Almighty, we are free at last!’

Rutger Pontzen

Meer over