Professor Brian Eno werkt in een slakkengang het klavier af

De ambient-composities die zondag onder de titel The Shutov Assembly door Paradiso vloeiden, onttrokken zich aan kritiek in nauwere zin....

Roland de Beer

Maar er was gul applaus, en zelfs het fluitconcert dat zich erdoorheen mengde kon worden opgevat als uiting van erkentelijkheid. De componist stond er blij bij te lachen, en dankte op zijn beurt het Metropole Orkest en het Holland Festival, dat het allemaal mogelijk had gemaakt.

Geen kwaad woord dus over de componist Brian Eno, die vast een origineel brein is in het opzoeken van witte toetsen op een klavier (voor werkjes als Final sunset, gebaseerd op een slakkengang langs de tonen a, f en d, ontwierp hij vermoedelijk een houten akkoord-vork). De Brit zal zeker ook een virtuoos zijn in het met de neus aanroeren en met de rechterhand uittekenen van de open snaren van een gitaar (verfrissend waren zijn variaties op de tonen e, b, g en d in het deeltje Markgraph).

Er zou op zichzelf geen reden zijn sterk uit te weiden over de jongste Holland Festival-avond met Brian Eno, die we als voormalig stoorzender van Roxy Music, oppepper van Bowie-platen en klankbereider voor de succesgroep U2 best hoog hebben zitten. Bij de supermarkt of in de lift zouden we, als er toch geluid moet zijn, inderdaad liever het werk van Brian Eno horen dan de Jaargetijden van Vivaldi.

De reden toch dieper in te gaan op de Paradiso-avond met delen uit The Shutov assembly, Another Green World en Music for Films III, is dat het festival de fout maakte te denken dat Eno's ambient-werk, indien georkestreerd, de basis kan vormen van een interessante concertavond. Het vroeg hem iets te ondernemen met het Metropole Orkest, en benoemde de componist-producer-videokunstenaar tot Hoofdgast van de festivaleditie 1999.

Een statement.

In de zenuwen hem tekort te doen, heeft het festival hem in de programmaboekjes alvast benoemd tot hoogleraar aan het Royal College of Art in Londen, waar Eno gastdocent is. De ware professor van de avond was echter de Brit Steve Gray, een 55-jarige arrangeur, die het monnikenwerk op zich had genomen de synthesizerstukken van Eno af te luisteren, in noten uit te schrijven en te orkestreren. Waarbij Eno, als we het goed hebben begrepen, mocht zeggen of hij het mooi vond.

Zo had Dick Bakker zondag de leiding over een Metropole-orkest met een 25-koppig strijkerscorps, tien hout- en tien koperblazers, en een aantrekkelijk contingent aan diversen, waaronder marimba, xylofoon, klokkenspel, celesta, harp, piano en basgitaar. Hun partijen waren dankzij Gray sterker doordacht dan het sympathieke gestuntel dat Eno's collega en kompaan John Cale wel eens heeft laten horen met het Metropole Orkest, en klonken vooral aardig als er een gamelan te imiteren viel (vibrafoon, celesta en klokkenspel in het nummer Saint Tom), of als Gray kennelijk geïnspireerd was door het Japanse grootkeizerlijke mondorgel de sho (houtblazerskoortjes met hoge fagottonen in het nummer Alhondiga).

Lastig waren de meeste partijen niet; de strijkers konden na hun door stakingsacties getroubleerd voorbereidingsproces vaak volstaan met het herhalen van een of enkele tonen. Wat menig onderdeel de uitstraling gaf van een haikoe over oude koeien en de voordelen van goede nachtrust. 'I love you', mompelde Eno tijdens het langste nummer. Dat was mooi.

Na 35 minuten was de avond doormidden. Na 70 was hij klaar, op cd-lengte, waarna nog een toegift (bonus) volgde. Het Holland Festival zou de hoofdgast waarschijnlijk meer recht hebben gedaan door hem te laten samenwerken met een goede theatermaker of choreograaf. Liever nog hoorden we een junimaand lang zijn Final Sunset uit de hoofdstedelijke supermarkten sijpelen

Meer over