Prevelementen van een denkende rocker

Een scharrelaar in de marge is Nick Lowe, maar wel een scharrelaar die het langer uithoudt dan de toppers die gelijk met hem begonnen....

NICK LOWE verenigt zo ongeveer alle kwaliteiten in zich die nodig zijn om een beroemde popster te worden. Hij voelt steeds haarfijn aan welke sound het meest zal aanspreken, heeft gouden vingertjes als het op tekstschrijven aankomt, en bedenkt melodieën die tegelijk nieuw en vertrouwd klinken.

Toch scharrelt hij al zijn leven lang in de marge van de popmuziek. Hij is het soort kunstenaar dat zichzelf nooit kan vergeten. Alsof er bij alles wat hij doet een ventje op zijn schouder zit dat fluistert: Lowe, kijk nou toch eens hoe je je weer aanstelt. Die introspectie bevordert de ideeënrijkdom, maar is funest voor het bestiale waar popmuziek zoveel baat bij kan hebben. Lowe is een denkende rocker. Wie wel eens een concert van hem heeft meegemaakt, weet dat zijn ziel niet op het podium ligt.

Achter de schermen is de situatie heel anders. Zijn collega's dragen hem op handen, ze zijn hem dankbaar voor zijn liedjes en voor de fijne antennewaarmee hij als producer hun muziek kan laten klinken zoals die bedoeld was.

In het midden van de jaren zeventig stond hij aan de wieg van de Britse punkrock, en vlak daarna van de new wave. Hij produceerde The Damned, Elvis Costello, Graham Parker en Wreckless Eric. In de jaren tachtig werd hij omarmd door de Amerikaanse countryrock en produceerde Bring the Family, de plaat waarmee John Hiatt doorbrak. En hij schreef een van de mooiste liedjes van de jaren negentig: The Beast in Me. Johnny Cash heeft er zijn herrijzenis als serieus muzikant aan te danken.

Zou je de carrière van Lowe als een landschap weergeven, dan zag je twee bergen met hun top in de wolken, en daartussen een diep dal waarin amper een struikje groeit. De hoge berg ter linkerzijde wordt gevormd door de jaren zeventig. Lowe was king of the road. Hij had het vak geleerd bij het pubrockbandje Brinsley Schwarz en bracht bijna in zijn eentje teweeg dat de symfonische rock werd teruggedrongen en liedjes van drie minuten met couplet en refrein opnieuw de norm werden. Lowe was snel en scherp genoeg om duizend dingen tegelijk te doen. Toen David Bowie Low uitbracht, lag Nick Lowes antwoord Bowi niet lang daarna in de winkel.

De songs uit die tijd laten horen wat Lowes definitie van popmuziek is. Diebegint met scherpe teksten. Niet zelden hebben die een hoog kermisgehalte (I Knew the Bride When She Used to Rock 'n' Roll). Vaak lijken ze de geest van de tijd te vangen (What's so Funny 'bout Peace, Love and Understanding?). En op hun beste momenten hebben ze dat geheimzinnige van prevelementen die je eindeloos kunt meezingen, zonder te begrijpen waar het allemaal over gaat (I Love the Sound of Breaking Glass).

Tot het begin van de jaren tachtig hield Lowe dat jakkerige tempo vol. Hij maakte twee scherpe soloplaten (Jesus of Cool, 1978, en Labour of Lust, 1979), toerde uitgebreid door de Verenigde Staten met Rockpile, en had nog tijd over om van alles te produceren: van The Pretenders en Richard Hell tot aan de liedjes van zijn aanstaande vrouw Carlene Carter (met hun huwelijk trad hij toe tot de Carter-Cash dynastie, een van de pijlers van de countrymuziek).

Begin jaren tachtig was de pijp leeg. Het huwelijk met Carlene Carter bracht niet wat hij ervan verwachtte, wat met drank gecompenseerd moest worden. Daarmee werd meteen ook de inspiratie weggespoeld. Lowe produceerde een reeks zwakke albums, waarop altijd wel weer een paar aardige nummers te vinden waren.

Alan Robinson stelde uit het oeuvre van Nick Lowe The Doings samen, een box met vier cd's. Hij heeft daarbij een rechtvaardige selectie gehanteerd. Op de eerste twee cd's is de begintijd royaal vertegenwoordigd, terwijl uit de middelste periode bijna alles is geëlimineerd.

In de jaren negentig hervindt Lowe zichzelf. Hij slaagt erin zijn ellende productief te maken, en duikt voor zijn oriëntatie dieper in de Amerikaanse muziektraditie. The Impossible Bird (1994) en Dig My Mood (1998) behoren tot zijn allerbeste werk. Er klinken invloeden van country, gospel en salonjazz op door, maar ook het ouderwetse vakmanschap van Tin Pan Alley. Liedjes als Time I Took a Holiday lijken zo uit een Broadway-musical geplukt.

Die twee cd's zijn bijna integraal in deze box terug te vinden. De vierde cd bevat een collectie curiosa, met de onvermijdelijke live-opnamen uit Japan, een aardig duet met Elvis Costello en wat outtakes. In het boekwerk dat de box vergezelt toont Lowe zich optimistisch over de toekomst: 'Mijn beste werk moet nog komen, denk ik (...). Van degenen die gelijk met mij begonnen, zijn er niet veel van wie het verhaal zich nog steeds verder ontvouwt.'

De geschiedenis die The Doings vertelt, lijkt hem in het gelijk te stellen.

Meer over