Prettige bende in kinderboekenweekprentenboek

Diederik wil graag een koekje, maar elke keer als de trommel open gaat is er wéér een verdwenen. ‘Was jij het, Diederik?’ ‘O nee, mama, niet ik!’ Wie het dan wel waren?...

De Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek heeft veel werk laten maken van het vierentwintigste kinderboekenweekprentenboek. Dit verschijnt sinds 1986 voor kleuters, ook kleuters, die nog niet toe zijn aan het kinderboekenweekgeschenk. Voor het eerst is gekozen voor een riante, volwaardige titel, in plaats van de kleine boekjes die tot nog toe verschenen.

En dat is een goed idee van de CPNB. In de cadeauboekjes kwamen de illustraties niet tot hun recht en door het formaat was voorlezen ook al geen feest. De jaarlijkse kinderboekenweekprentenboeken waren aardig, maar zelden een bespreking waard.

Dat is nu wel even anders. Koekjes! is een vorstelijk proeve van kunnen van twee grote namen uit het kinderboekenvak. Ted van Lieshout werd een maand geleden gelauwerd met de Theo Thijssenprijs voor zijn hele oeuvre en Sieb Posthuma kreeg dit voorjaar een Gouden Penseel. Dat deze twee een sterk duo vormen, bleek overigens al bij hun vorige gezamenlijke productie, het charmante Spin op sokken (Leopold, 2008,euro 13,95).

Van Lieshouts fijne, licht ouderwetse verzen – eerst gekruist, dan gepaard – en zijn heerlijk vette jongetjesgejok komen uitstekend tot hun recht tussen Posthuma’s ook al tamelijk tijdloze, bijna negentiende-eeuwse zwierige mannetjes en vrouwtjes, die net als in kindertekeningen niet helemaal handig op de grond staan.

Het blijft daardoor in het midden: verzint die Diederik nu maar wat, of gebeurt dit allemaal echt? Het een tikje vage einde helpt daar niet bij. Koekjes! is door die ambiguïteit niet het makkelijkste prentenboek, maar dat hoeft niet erg te zijn. Vaders en moeders die alles uit de kast halen bij het voorlezen kunnen een en ander in hun intonatie goed maken.

Los daarvan vinden kinderen het hoe dan ook een feest om te tellen: de koekjes, de dames, de dieven en de kabouters. Het enige minpunt is dan ook een kapitale fout ergens in het midden. ‘Het zijn er nog maar vier’, rijmt Van Lieshout daar. Maar op de tekening staan vijf koekjes. Dat valt iedere kleuter natuurlijk direct op. Oei! De CPNB moet maar gauw met een afdeksticker komen.

Dit slippertje van de pen mag de pret echter niet drukken bij het lezen van dit prachtprentenboek. De vergelijking met Annie M.G. Schmidt laat zich nu echt niet meer tegenhouden. Wat een heerlijke vrolijkheid en lichtvoetigheid tussen al die hedendaagse kinderdichters die zichzelf en hun vak veel te serieus nemen.

Wie Koekjes! nog niet kocht, moet vandaag of morgen nog maar even snel naar de boekhandel.

Meer over