President van Nederland

Sleutelfiguur in ontstaan van de rechtsstaat

Anet Bleich

'Alle mensen zijn vrij geboren', stond in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. Een verbluffend nieuw inzicht, een van de vele die eind achttiende eeuw dankzij de Amerikaanse en Franse revoluties om zich heen grepen. In Nederland werden die denkbeelden opgepikt door de patriotten die zich keerden tegen het door nepotisme gekenmerkte bewind van de Oranje stadhouder Willem V.

De patriotten waren meestal rijke kooplieden en bankiers en hoorden vaak tot religieuze minderheden die niet dezelfde rechten hadden als de gereformeerden en waren uitgesloten van het landsbestuur. De in Leiden studerende Rutger Jan Schimmelpenninck kwam in de ban van het patriotse gedachtengoed en wijdde er zijn dissertatie aan: Verhandeling over eene wel ingerigte volks-regeering. Het was het begin van een bijzondere politieke loopbaan, die Schimmelpenninck in 1805 zelfs korte tijd aan het hoofd van de Nederlandse staat bracht. Als president, had hij gehoopt; dan zou hij de enige president zijn geweest die dit land ooit heeft gekend. Maar helaas voor hem: de Franse keizer Napoleon, dankzij wie Schimmelpenninck zijn hoge functie bereikte, gaf de voorkeur aan de oud-Hollandse titel raadpensionaris.

In President van Nederland - Rutger Jan Schimmelpenninck 1761-1825 schetst cultuurhistorica Edwina Hagen een kleurrijk beeld van de grillige carrière van haar hoofdpersoon en diens echtgenote, Catharina Nahuys, 'la belle Madame Schimmelpenninck', die haar mans politieke aspiraties deelde en haar charmes inzette om ze te helpen verwezenlijken.

In 1795 leidde Schimmelpenninck in Amsterdam de 'fluwelen revolutie', die met Franse militaire steun - maar zonder bloedvergieten - de patriotten, die zich inmiddels Bataven noemden, aan de macht bracht. Willem V vluchtte naar Engeland. Pas in 1813 zou zijn zoon - de latere koning Willem l - terugkeren. Op 1 maart 1796 kwam in Den Haag voor het eerst een rechtstreeks gekozen parlement bijeen, de Nationale Vergadering. Het kiesrecht was voor die tijd vooruitstrevend: alle mannelijke burgers hadden stemrecht met uitzondering van huisbedienden en bedeelden. Een van de 126 volksvertegenwoordigers was Schimmelpenninck.

Hagen noemt hem 'een pragmaticus van het zuiverste water'. Dat hij voor een revolutionair nogal gematigd was, bleek meteen in zijn eerste speach waarin hij afstand nam van het Franse bewind uit die jaren. Hij stelde vast dat het Franse 'systema van schrik op ons plekje grond' desastreus zou zijn, vooral in commercieel opzicht. Als parlementariër werkte hij mee aan het realiseren van de scheiding tussen kerk en staat en het toekennen van gelijke rechten aan alle religieuze groeperingen. Maar als realpolitiker keerde hij zich tegen het 'overhaast' afschaffen van de slavernij en van het gebruik van de pijnbank.

Het aanvoelen hoe de machtsverhoudingen lagen zou Schimmelpenninck ook als ambassadeur in Parijs goede diensten bewijzen. Hij arriveerde in 1798 in de hoofdstad van de Revolutie en werd er met bloemen en kussen begroet door de marktkoopvrouwen uit de Hallen. Het jaar daarop greep Napoleon Bonaparte de macht, aanvankelijk als Eerste Consul, later als keizer. Het echtpaar Schimmelpenninck spande zich in om bij de nieuwe machthebber en zijn entourage in de smaak te vallen en netwerkte - om een toepasselijk anachronisme te gebruiken - er lustig op los.

Dat leverde het diplomatenpaar een hoofdrol op tijdens de vredesconferentie van Amiens (1802). Het hielp dat Schimmelpenninck, anders dan de belangrijkste onderhandelaars, zowel Frans als Engels sprak. Maar het ontbrak ook niet aan glamour. 'Wat betreft de luxueuze spijzen en de keuze van zijn wijnen overtrof burger Schimmelpenninck, de Bataafse gevolmachtigde, al zijn mededingers', schreef The Times bewonderend. De vrede van Amiens werd getekend maar hield slechts een jaar stand, waardoor het streven van Schimmelpenninck naar goede betrekkingen van de Bataafse Republiek met zowel Frankrijk als

Engeland tot mislukken gedoemd was.

Schimmelpenninck beschouwde zichzelf als een bewonderaar van Napoleon, maar niet als diens vazal. Toch moest hij, ook als raadpensionaris vanaf mei 1805, opereren binnen de zeer smalle marges die de keizer hem liet. Zijn eigen presidentiële bewind was een stuk minder democratisch dan de Bataafse Republiek in haar begintijd: de bevoegdheden van het parlement waren sterk ingeperkt, de zittingen waren niet meer openbaar. Critici sneerden dat de raadpensionaris en zijn echtgenote de hofhouding van de stadhouders imiteerden.

Edwina Hagen neemt hem tegen de kritiek in bescherming en noemt hem 'een politieke pionier die zijn eigen stijl voor een in Nederland nog niet bestaand ambt moest zien te ontwikkelen'. Veel tijd kreeg hij daarvoor niet; al in juni 1806 moest de would-be-president plaats maken voor Napoleons broer Lodewijk Napoleon, als koning van Holland.

Hagens uitermate positieve beeld van Rutger Jan Schimmelpenninck - ze typeert hem als 'een belangrijke, zo niet de belangrijkste sleutelfiguur (...) in de ontstaansgeschiedenis van onze democratische rechtsstaat'- schuurt enigszins met zijn ook door haar gesignaleerde naïviteit op een cruciaal punt. Schimmelpenninck vertrouwde erop dat zijn goede persoonlijke band met Napoleon voldoende basis zou zijn voor een gelijkwaardige verhouding tussen Nederland en Frankrijk. Maar dat bleek een misrekening.

Meer over